EHRM steunt moeder van 10 kinderen in haar strijd tegen de portugese overheid – weigering sterilisatie is geen reden tot ontzetteing uit de ouderlijke macht
Rechtspraak 02/05/2016

EHRM Soares de Melo v. Portugal, 16 februari 2016, applicatienr. 72850/14

​De feiten

Mevr. Soares de Melo, geboren in 1977,  heeft de Kaapverdische nationaliteit en woont in Portugal. In 2005 wordt de familiale situatie van Soares, moeder van tien kinderen, gerapporteerd aan de Child and  Youth Protection Commission, op grond van het feit dat zij werkloos is en de vader van de kinderen polygaam is en dikwijls van huis weg is.

Op 4 januari 2007 werd een beschermingscontract ondertekend door mevr. S. en haar echtgenoot, met het Child and Youth Protection Commission, dat gehomologeerd werd door de rechtbank. Deze overeenkomst hield in dat Soares voor haar kinderen mocht blijven zorgen op voorwaarde dat zij de kinderen de nodige zorgen gaf en dat zij werk ging zoeken. De vader diende financieel bij te dragen aan de basisbehoeften van de kinderen. Aangezien er geen verbetering optrad in de familiale situatie werd de zaak naar de rechtbank verwezen. De familie werd door de rechtbank onder observatie geplaatst en er werd een aanvullende clausule aan de overeenkomst gevoegd: de vader diende terug te gaan werken en Soares diende zich te laten steriliseren. De ouders gingen hier niet op in en de rechter besliste op 25 mei 2012 dat zeven van de tien kinderen zouden geplaatst worden met het oog op adoptie en dat de ouders ontzet werden uit de ouderlijke macht, tevens was er een volledig contactverbod met de kinderen.

De rechtbank kwam tot deze beslissing omdat de vader voortdurend afwezig was en de moeder niet in staat was om haar rol als moeder op te nemen, tevens weigerde zij pertinent een sterilisatie te ondergaan. Op 8 juni 2012 werden zes kinderen geplaatst, het zevende kind was op dat ogenblik niet thuis op het moment dat de kinderen opgehaald werden. Soares ging hiertegen in beroep, het beroep werd verworpen. Op 19 november 2014 verzocht Soares om een tussentijdse maatregel, teneinde een contactrecht te bekomen met haar kinderen. Dit werd toegestaan door de rechtbank. Sinds 15 maart 2015 heeft Soares haar kinderen eens per week kunnen bezoeken in drie verschillende instellingen.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens- schending artikel 8 EVRM

Soares stapte naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en klaagde over de plaatsing van haar kinderen met het oog op adoptie van zeven van hen en het verbod om hen te zien. Ze stelde dat ze diverse pogingen tot beroep had ondernomen, die allen verworpen werden omdat de rechters hun beslissingen baseerden op het feit dat zij weigerde zich te laten steriliseren.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens – schending artikel 8 EVRM

Met het oog op de precaire omstandigheden stelde het Hof vast dat de beschuldigingen gebaseerd waren op het feit dat Soares niet in staat was haar kinderen behoorlijke levenscondities te bieden en dat zij haar kinderen verwaarloosd had. Het Hof stelde vast dat Soares haar omstandigheden bijzonder fragiel waren, gezien zij tien kinderen had om voor te zorgen en zij een maandelijkse tegemoetkoming had van 393 €. Er werd vastgesteld dat de autoriteiten geen enkele poging hadden ondernomen om deze tekortkomingen aan te vullen door middel van een financiële tegemoetkoming zodanig dat aan de familiale basisbehoeften kon voldaan worden, zoals voedsel, elektriciteit en water, een tussenkomst in de kosten van kinderdagverblijven, zodanig dat Soares terug in staat zou zijn om te gaan werken.

Het Hof stelde dat de autoriteiten praktische stappen hadden moeten ondernemen opdat de kinderen bij hun moeder konden blijven. Dit omwille van het feit dat er geen tekens waren van gewelddadig gedrag, mishandeling of seksueel misbruik. De ouders vertoonden geen gezondheidsproblemen of psychische stoornissen en de familierechtbank had de bijzondere sterke emotionele band vastgesteld tussen Soares en haar kinderen.

Weigering tot sterilisatie kan geen reden zijn tot ontzetting uit de ouderlijke macht

Met betrekking tot de sterilisatie van Soares stelde het Hof vast dat deze bijgevoegde clausule een zeer ernstige zaak was. De sociale diensten hadden evenwel andere contraceptieve methodes kunnen aanbevelen. Het Hof stelde vast dat Soares meermaals de sterilisatie had verworpen en deze weigering niet bepaald in haar voordeel werkte. Volgens het Hof kon de weigering tot sterilisatie geen reden zijn om ontzet te worden uit de ouderlijke macht.

Het Hof stelde vast dat Soares beroofd werd van alle contact met haar kinderen ondanks het feit dat deze kinderen tussen de zeven maanden en tien jaar oud waren. Daarbij kwam nog dat de kinderen verspreid waren over drie instellingen, waardoor het zeer moeilijk werd de banden tussen de broers en zussen te behouden. Het Hof vond dit in strijd met het belang van het kind.

Het Hof merkte op dat de Portugese rechtbank geen onafhankelijk psychologisch onderzoek had bevolen teneinde de maturiteit van Soares te onderzoeken en haar mogelijkheden om haar kinderen op te voeden.

Soares was niet vertegenwoordigd door een advocaat in de familierechtbank aangezien dit niet verplicht was. Gezien de complexiteit van de procedures dienden maatregelen getroffen te worden om te verzekeren dat Soares zou begrijpen wat de procedures impliceerden maar ook dat zij effectief zou kunnen deelnemen aan deze procedures. Het Hof stelde vast dat vanaf het ogenblik Soares wettelijke bijstand genoot, zij haar zaken voor de hoogste autoriteiten bracht teneinde haar kinderen te kunnen zien.

Het Hof oordeelde dat artikel 8 EVRM werd geschonden om reden dat de maatregelen die genomen werden door de Portugese rechtbanken, meer bepaald het plaatsen van de kinderen in een instelling met het oog op adoptie, en het ontnemen van het ouderlijk gezag geen evenwichtige balans vormden voor de belangen die op het spel stonden. De Portugese rechtbanken hadden minder restrictieve maatregelen dienen te nemen, zoals de plaatsing in een pleeggezin en tevens niets hadden ondernomen om de familie te herenigen op het moment dat dit kon.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • EHRM Soares de Melo v. Portugal, 16 februari 2016, applicatienr. 72850/14


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be