EHRM 18 januari 2018 - geen vaderschapsverlof voor lesbische vrouw – geen schending artikel 14 EVRM in samenhang met artikel 8 EVRM - geen ongelijke behandeling
EHRM 18 januari 2018,  Hallier e.a. v. Frankrijk, applicatie nr. 46386/10

In deze zaak handelt het over de onmogelijkheid van een lesbische ouder om vaderschapsverlof te krijgen. Mevr. Hallier kreeg in 2004 een kind met haar vrouwelijke partner mevr. Lucas. Deze laatste vroeg vaderschapsverlof aan. Dit werd haar geweigerd door het ziekenfonds omwille van het feit dat de wetgeving dit voordeel niet aan een vrouw toekende. Lucas tekende verschillende keren beroep aan tegen deze beslissing, uiteindelijk verwierp het Hof van Cassatie het beroep.

Zich steunende op artikel 14 EVRM (verbod van discriminatie) in samenhang met artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van privé- , familie- en gezinsleven) dienden Hallier & Lucas in 2010  een klacht in bij het EHRM voor de weigering van het vaderschapsverlof.

Het EHRM stelde dat de klacht duidelijk ongegrond was en er geen schending van artikel 14 EVRM in samenhang met artikel 8 EVRM was. Er was geen sprake van ongelijke behandeling op basis van geslacht of seksuele geaardheid. Ook bij een hetero koppel, kan de partner van de moeder die niet de biologische verwekker is geen aanspraak maken op vaderschapsverlof.  Vaderschapsverlof is uitsluitend bedoeld voor de “verwekker”.

Het Hof wees er op dat Lucas sinds de wet van 17 december 2012 wel aanspraak kan maken op zorgverlof, waarmee ze dezelfde rechten kan genieten als bij vaderschapsverlof.


Bron

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be