HvJ – leeftijd op ogenblik asielaanvraag bepalend voor recht op gezinshereniging- Nederlands nareisbeleid - art. 9 en 12 gezinsherenigingsrichtlijnen
Hof van Justitie (Tweede kamer) 12 april 2018, nr. C-550/16, (A, S/ Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie)l

​X, die de Eritrese nationaliteit heeft, is als alleenstaande minderjarige aangekomen in Nederland. Op 26 februari 2014 heeft zij een asielverzoek ingediend. Op 2 juni 2014 werd zij meerderjarig. Op 21 oktober 2014 heeft de staatssecretaris haar een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur van 5 jaar en met terugwerkende kracht tot de datum van indiening van het asielverzoek.

Op 23 december 2014 heeft de organisatie Vluchtelingenwerk Midden-Nederland namens X een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf ten behoeve van haar ouders en haar drie minderjarige broers, met het oog op gezinshereniging.

Op 27 mei 2015 heeft de staatssecretaris deze aanvraag afgewezen omdat X op de datum van indiening meerderjarig was. De ouders van X hebben tegen de afwijzing beroep ingesteld bij de rechtbank in Den Haag. De rechter in Den Haag schorste de zaak en stelde een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie.

Met deze vraag wenste de verwijzende rechter te vernemen of artikel 2, aanhef en onder f), van richtlijn 2003/86 aldus moet worden uitgelegd dat een onderdaan van een derde land of staatloze die op het tijdstip van zijn aankomst op het grondgebied van een lidstaat en van indiening van zijn asielverzoek in die staat minder dan 18 jaar oud was, maar die gedurende de asielprocedure meerderjarig wordt en aan wie vervolgens met terugwerkende kracht tot de datum van zijn verzoek asiel wordt verleend, moet worden gekwalificeerd als "minderjarige" in de zin van de bepaling.

Het Hof van Justitie oordeelde dat de erkenning van de vluchtelingenstatus declaratoire kracht heeft. Dat wil zeggen dat de vluchteling in aanmerking komt voor de status van vluchteling zodra hij aan de voorwaarden daarvoor voldoet en dat het  besluit van de migratiedienst slechts een bevestiging is van het bestaande recht. Dit betekent dat een minderjarige vluchteling al recht heeft op de asielstatus op het moment van het asielverzoek terwijl de beslissing op zijn verzoek pas maanden daarna kan worden genomen.

Het Hof van Justitie stelde: "Dat artikel 2, aanhef en onder f), van richtlijn 2003/86 juncto artikel 10, lid 3, onder a), aldus moet worden uitgelegd dat een onderdaan van een derde land of staatloze die op het tijdstip van zijn aankomst op het grondgebied van een lidstaat en van indiening van zijn asielverzoek in die staat minder dan 18 jaar oud was, maar die gedurende de asielprocedure meerderjarig wordt en vervolgens wordt erkend als vluchteling, moet worden gekwalificeerd als „minderjarige" in de zin van die bepaling".

      

 

Bronnen


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be