EHRM – rechten van minderjarige verdachten tijdens verhoor – schending artikel 3 en 5 EVRM

​De feiten

Zherdev A., heeft de Oekraïense nationaliteit en is geboren in 1988.  In 2005, was hij 16 jaar,  en werd hij gearresteerd voor de moord op een veiligheidsagent in een winkel in Toretsk. Na een lange strafprocedure (met talrijke beroepen en herzieningen) werd Zherdev veroordeeld voor diefstal en moord onder verzwarende omstandigheden, hij kreeg 13 jaar gevangenisstraf.

 

Hij legde verschillende klachten neer m.b.t. het onderzoek en de procedures tegen hem. Hij beweerde dat hij werd onderworpen aan lichamelijke en psychische mishandeling door de politie teneinde hem een bekentenis te laten afleggen. Bij zijn arrestatie werd hij ontdaan van zijn kleren om bewijzen te verzamelen en werd hij gedurende verscheidene uren vastgehouden in zijn ondergoed. Zherdev stelde dat hij zich toen zeer kwetsbaar en bang voelde. Hij werd vastgehouden in een cel met twee volwassenen, beiden waren drugsverslaafden. Zherdev klaagde aan dat hij niet werd bijgestaan door een advocaat tijdens de identificatie van de  verdachte(n) en bij andere onderzoeksmaatregelen, en dat zijn voorhechtenis onwettig was en onredelijk lang. Tijdens zijn voorhechtenis bekende hij de feiten. Later herriep hij zijn bekentenis en beweerde dat hij overgegaan was tot bekentenissen als gevolg van de slechte behandeling door de politie tijdens zijn hechtenis.

EHRM

Zherdev  stapte naar het EHRM en beweerde dat hij lichamelijk en psychisch mishandeld werd door de politie en dat er geen grondig onderzoek werd verricht naar zijn klachten hieromtrent. Hij werd gehandboeid, ontdaan van zijn kleding en vastgehouden bij volwassenen. Hij steunde zich op artikel 3 EVRM. Eveneens klaagde hij aan dat zijn detentie veel te lang duurde, en beriep zich hiervoor op artikel 5 § 3 EHRM en dat hij geen eerlijk proces kreeg conform artikel 6 EVRM.

 

Het Hof stelde dat een minderjarige die voor de eerste keer in contact komt met de rechtbank, gehandboeid wordt en nauwelijks gekleed voor de rechter komt in een staat van onzekerheid en kwetsbaarheid verkeert en een klacht kan neerleggen onder artikel 3 EVRM. Er dient rekening gehouden te worden met verschillende factoren, waaronder de duur van de detentie, de lichamelijke of geestelijke gevolgen ervan, en in sommige gevallen het geslacht, de leeftijd en de gezondheid van de persoon. Het Hof stelde dat artikel 3 EVRM werd geschonden rekening houdend met de kwetsbare positie van de minderjarige tijdens het politieverhoor en de hechtenis.

 

De plaatsing van Zherdev tussen volwassen gedetineerden, die onmiddellijk op de aanhouding volgde en in strijd was met de nationale wetgeving droeg bij tot gevoelens van angst en hulpeloosheid en vormden een inbreuk op de waardigheid van Zherdev. De Oekraïense overheid had geen verklaring gegeven voor deze procedure. Ook de duur van zijn detentie van 10 mei 2006 tot januari 2008 en van juli 2008 tot november 2009 was onnodig lang. Het Hof kwam tot het besluit dat er een schending was van artikel 5 § 3 EVRM.

 

Het Hof stelde dat er geen schending is van artikel 6 EVRM wat opmerkelijk is. Gezien Zherdev niet werd bijgestaan door een advocaat tijdens de identificatie van de verdachten en bij andere onderzoeksmaatregelen. (zie richtlijn (EU) 2016/800 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure).

 

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

 

Bronnen

 

 

Trefwoorden:

-              Strafprocedure

-              Bijstand advocaat

-              Voorhechtenis

-              Detentie

-              Artikelen 3, 5 §3, 6 EVRM

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be