EHRM – weigering gezinshereniging – leeftijd kind – belang van het kind
Rechtspraak 05/12/2016

EHRM 8 november 2016, EL GATHET t. Zwitserland, applicatie nr. 56971/10.

​De feiten

Verzoekers, Saleh El Ghatet, en zijn zoon Mohamed Saleh El Ghatet, hebben de Egyptische nationaliteit. Ze zijn geboren in 1952 en 1990. De vader heeft eveneens de Zwitserse nationaliteit en leeft in Hausen (Zwitserland), zijn zoon leeft in Egypte. Deze casus gaat over de hereniging van een kind met zijn vader, waarbij het kind op het ogenblik van de aanvraag tot gezinshereniging bij zijn moeder in Egypte woonde.

In 1997 verliet Saleh Egypte om asiel aan te vragen in Zwitserland. Hij liet zijn zoon achter bij de moeder waarvan hij gescheiden was. Zijn asielaanvraag werd verworpen. In 1999 huwde hij een Zwitserse, waardoor hij de Zwitserse nationaliteit verkreeg. Zijn zoon bezocht hem een eerste maal in 2002 met een toeristenvisum voor drie maanden. Het werd hem toegestaan een jaar later Zwitserland opnieuw te betreden voor een gezinshereniging. Zijn vader stuurde hem in 2005 terug naar Egypte als gevolg van een conflict met de stiefmoeder.

Nadat de vader scheidde van zijn Zwitserse vrouw in maart 2006 verzocht hij om gezinshereniging met zijn zoon in Zwitserland. Dit werd geweigerd door de migratieautoriteiten. De beroepen tegen deze weigering van de gezinshereniging voor de Federal Administrative Court (april 2008) en de Federal Supreme Court (juli 2010) werden verworpen. De rechtbanken stelden dat aan de vereisten voor een gezinshereniging niet was voldaan. Omwille van het feit dat de zoon van verzoeker, ondertussen 18 jaar was geworden en nauwere banden had met Egypte waar hij een groot gedeelte van zijn jeugd bij zijn moeder en grootmoeder had gewoond. Daarbij kwam dat de vader niet onmiddellijk na zijn aankomst in Zwitserland een verzoek tot gezinshereniging had ingediend.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens – schending artikel 8 EVRM

Zich baserend op artikel 8 EVRM, klaagden verzoekers bij het EHRM aan dat de Zwitserse autoriteiten hun verzoek tot gezinshereniging geweigerd hadden. Verzoekers voerden aan dat de Zwitserse autoriteiten verzuimd hadden om een goed evenwicht te vinden tussen tegenstrijdige belangen. Meer bepaald hadden zij moeten concluderen dat in het belang van de verzoekers, de gezinshereniging opwoog tegen het belang om de immigratie te controleren. Met een beroep op het arrest van het EHRM 1 december 2005, Tuquabo- Tekle ea. t. Nederland, applicatie nr. 60665/00, voerden zij aan dat de beslissende datum voor het bepalen van de leeftijd van het kind in het kader van de gezinshereniging procedure, de datum was waarop het verzoek werd ingediend. Zij voerden aan dat de zoon 15,5 jaar was toen zijn vader, in maart 2006 het verzoek tot gezinshereniging aanvroeg. Verder voerden ze aan dat de zoon geen sterke familiebanden in Egypte had. Integendeel, zijn moeder woonde in Koeweit en zijn vader woonde in Zwitserland. In ieder geval hadden de Zwitserse autoriteiten geen probleem met het verstoren van de banden van de zoon met Egypte toen de autoriteiten hem bij het vorig verzoek tot gezinshereniging in staat stelden om in Zwitserland te verblijven tussen 2003 en 2005.

Het Hof stelde vast dat de vader Egypte verliet om asiel aan te vragen in Zwitserland in 1997. Zijn asielverzoek werd eerst geweigerd. Er diende volgens het Hof met de grootste voorzichtigheid bepaald te worden of Saleh zijn kind achterliet “uit vrije wil”. Het Hof merkte op dat het niet geheel duidelijk was of de vader permanent van plan was geweest om met zijn zoon in Zwitserland te leven. De vader had immers ook een gezin in Zwitserland, namelijk een dochter die samen met haar moeder in Zwitserland leefde. Het Hof beschouwde het als onredelijk dat de vader naar Egypte zou moeten teruggaan om samen met zijn zoon te leven, aangezien dit een scheiding met zijn dochter zou betekenen.

Het Hof besloot dat het bijzonder moeilijk zou zijn voor verzoekers om buiten Zwitserland te wonen. Het Hof stelde dat alhoewel de Zwitserse Federal Supreme Court het belang van de zoon onderzocht, die een kind was op het ogenblik dat de aanvraag tot gezinshereniging werd ingediend, deze aanvraag zeer summier onderzocht.

Schending EVRM - VRK

Het EHRM besloot dat onvoldoende rekening gehouden met het belang van het kind en dit in strijd is met het EVRM, het VRK, artikel 11 van de Zwitserse grondwet en met de rechtspraak van de Federal Supreme Court. In casu was er een schending van artikel 8 EVRM.


Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • EHRM 8 november 2016, EL GATHET t. Zwitserland, applicatie nr. 56971/10.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be