EHRM – verkrachting - aanranding van de eerbaarheid gepleegd op een minderjarige door de stiefvader
Rechtspraak 10/11/2016

EHRM 18 oktober 2016, G.U. v. Turkije, applicatie nr. 16143/10

​EHRM – verkrachting - aanranding van  de  eerbaarheid  gepleegd op een minderjarige door de stiefvader – schending artikel 3 en 8 EHRM


De feiten

G.U. heeft de Turkse nationaliteit en is in 1984 geboren. Ze woont te Istanbul (Turkije). Op 9 oktober 2002 stapte ze naar het politiekantoor en beweerde dat ze verkracht en aangerand was door haar stiefvader M.S.

G.U. werd diezelfde dag nog in het ziekenhuis onderzocht. Daar stelde men vast dat haar hymen kort daarvoor gescheurd was. Maar het was onmogelijk om het juiste tijdstip te bepalen. Twee politieofficieren namen haar verklaring af. Ze legde uit dat ze door haar stiefvader verplicht werd om seksuele contacten met hem te hebben. Dit gebeurde een viertal keer, telkens tijdens de afwezigheid van haar moeder en zus.

In oktober 2002 werd M.S. door het Openbaar Ministerie aangeklaagd voor aanranding van de eerbaarheid en verkrachting. De eerste zitting werd gehouden voor het assisenhof van Izmir. De zitting gebeurde in het openbaar. Het assisenhof had niet gereageerd op de vraag van G.U. om de zitting achter gesloten deuren te houden. De stiefvader ontkende alle feiten en verklaarde dat hij sinds een jaar last had van impotentie. Op 27 december 2006 sprak het assisenhof M.S. vrij, op basis van een aantal medische rapporten die stelden dat hij impotent was gedurende de periode dat de feiten hadden plaatsgevonden, waardoor hij deze feiten niet kon gepleegd hebben.
Het Turkse Hof van Cassatie handhaafde deze beslissing en wees erop dat de strafvordering m.b.t. de aanranding van de eerbaarheid verjaard was.

Klacht op basis van de artikels 3, 6 en 8 van het EVRM

Zich baserend op artikel 3 EVRM (niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen) klaagde G.U. bij het EHRM over het gebrek aan een effectieve procedure. Onder artikel 6  EVRM(recht op een eerlijk proces) stelde ze dat de procedure voor het assisenhof oneerlijk was verlopen. Onder artikel 8  EVRM (recht op eerbiediging van privé- en familieleven), stelde G.U. dat ze het slachtoffer was geworden van een misdaad die ongestraft was gebleven en bekritiseerde zij ook het feit dat ze verplicht was geweest om te getuigen over deze feiten in openbare zitting, en dat het rapport van de forensische geneesheren suggereerde dat zij toestemming tot seksueel contact had gegeven. Het Hof besloot de klachten te onderzoeken onder artikel 3 en 8 van het EVRM.

EHRM – schending artikel 3 en 8 EVRM

Het Hof vond dat door het ontbreken van rechtstreeks bewijs, de Turkse rechtbanken een te strenge evaluatie hadden gemaakt over de geloofwaardigheid van de beweringen van het slachtoffer. Gedurende het onderzoek, was G.U. nog minderjarig, en werd zij ondervraagd door twee mannelijke politieofficieren. Ook tijdens het proces was ze nog minderjarig, zij werd gehoord tijdens een openbare zitting. Dit omwille van het feit dat het assisenhof niet had geantwoord op de vraag van haar advocaat, om de zaak achter gesloten deuren te behandelen.

Het EHRM vestigde de aandacht op het feit dat een dergelijke openbare zitting, de waardigheid en het privéleven van G.U. ondermijnde en stelde tevens vast dat het meisje gedurende de ganse procedure geen bijstand kreeg van een vrouwelijke psycholoog. Dit kon de tegenzin verklaren van G.U. om het geweld te melden en om de gebeurtenissen te vertellen.

Noch de politie noch de rechtbanken hebben rekening gehouden met de kwetsbaarheid van G.U. die minderjarig was. Tevens werd geen rekening gehouden met de psychologische gevolgen te wijten aan de verkrachting in de familiale omgeving. De rechters die de geloofwaardigheid van haar verklaringen dienden te beoordelen, hebben haar nooit gezien, aangezien zij niet aanwezig waren op het verhoor op 18 november 2002. Het assisenhof hechtte veel waarde aan het medisch rapport waarin stond dat M.S. aan impotentie leed. En dit op basis van testen die plaatsvonden verscheidene jaren na de verkrachting. De bezwaren die de advocaat van G.U. formuleerde tegen het medisch rapport en zijn vraag om verduidelijking ervan werden verworpen ondanks het feit dat dit rapport een essentieel element in het proces vormde en uiteindelijk tot de vrijspraak leidde. Het assisenhof hechtte ook geen geloof aan de verklaringen van de moeder van G.U. m.b.t. de seksuele capaciteit van haar man.

Volgens het Hof heeft het assisenhof dat enkel de klacht van de verkrachting onderzocht en niet de klacht van de aanranding van de eerbaarheid compleet gefaald. Tevens werden geen psychologische rapporten opgemaakt over de aard van de relatie tussen G.U. en haar stiefvader. De bevoegde autoriteiten hebben nagelaten om alle mogelijk pistes te onderzoeken om de juiste omstandigheden te achterhalen. Eveneens waren er aanzienlijke vertragingen in de procedures. Hoewel het assisenhof tijdens de eerste hoorzitting onderzoeken naar de seksuele capaciteit van M.S. had bevolen, duurde het meer dan vier jaar voor deze onderzoeken werden uitgevoerd.
Het cassatieberoep duurde vier en een half jaar vooraleer er een uitspraak kwam en dat leidde ertoe dat de klacht voor de aanranding van de eerbaarheid verjaard was.

Zonder zich uit te spreken over de schuldvraag van M.S. stelde het Hof dat het onderzoek dat gevoerd werd in deze zaak en in het bijzonder de aanpak van het hof van assisen niet van die aard was om te voldoen aan de vereisten die inherent zijn aan de verplichtingen van een Staat met betrekking tot de vaststelling van strafbepalingen en de effectieve toepassing ervan. Het Hof besloot dat artikel 3 en 8 EVRM geschonden werden. Turkije werd veroordeeld tot het betalen van 15000 € morele schadevergoeding en tot 2000 € voor kosten en uitgaven.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • EHRM 18 oktober 2016, G.U. v. Turkije, applicatie nr. 16143/10


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be