EHRM – mishandeling kind in kleuterschool – schending artikel 3 EVRM
Rechtspraak 27/04/2017

EHRM 7 maart 2017, V.K. v. Rusland, applicatienummer 68059/13.

De feiten

Verzoeker is V.K., een Rus, geboren in 2001 en woonachtig in Sint-Petersburg. In de lente van 2005 merkten zijn ouders op dat hij zenuwachtig was en geen zin had om naar de kleuterschool te gaan. Op 7 november 2005 haalde de moeder haar zoon op van school en merkte op dat hij last had van zijn ogen. Bij navraag bij de leerkracht vertelde deze dat één van de schoolkinderen een ooginfectie had opgelopen en om te vermijden dat deze infectie zich ging verspreiden kregen alle kinderen van de school antibiotica oogdruppels toegediend. Kort nadien ontwikkelden zich bij V.K. bewegingstics rond ogen en mond.

Hij werd onderzocht door een oogarts die geen ooginfectie vaststelde en een neuroloog die de diagnose van hyperkinesie (overmatige bewegingsdrang) stelde. De ouders legden kort na het incident klacht neer bij verschillende instanties, waaronder het ministerie van onderwijs. Het ministerie liet de moeder weten dat haar klachten gedeeltelijk gegrond waren, dat de schooldirecteur en twee leerkrachten gesanctioneerd werden.

V.K. wou niet terug naar de kleuterschool en vertelde aan zijn ouders dat hij mishandeld werd door twee leerkrachten. Hij vertelde dat hij meermaals werd opgesloten in het donker op het toilet. Er werd hem verteld dat hij zou opgegeten worden door de ratten tevens werd hij verplicht in zijn ondergoed te staan in de lobby van de school met zijn armen hoog boven het hoofd. De leerkrachten dreigden ermee dat als hij deze feiten aan zijn ouders zou vertellen, hij nog meer gestraft zou worden.

Een onderzoek werd geopend als gevolg van de klacht van de ouders. Gedurende de volgende twee jaren en drie maanden weigerden de autoriteiten om een strafrechtelijk onderzoek te openen. Op 19 januari 2009 werd toch een strafrechtelijk onderzoek geopend, op basis van de expertiseverslagen van 2009 en 2011 werd besloten dat gezien de jonge leeftijd van V.K. gedurende de beweerde mishandeling en de tijd die ondertussen voorbijging werd besloten dat de verklaringen van V.K. niet meer betrouwbaar zouden zijn. Ondanks alles, bleef de moeder van V.K. klacht neerleggen bij diverse autoriteiten. In maart 2014 herhaalde de politie dat het onderzoek was afgerond en dat er geen nood was aan verdere onderzoeksmaatregelen.

V.K. lijdt nog steeds aan zenuwtics, heeft slaapproblemen en angstgevoelens. Hij wordt regelmatig onderzocht door een neuroloog en volgt een behandeling voor een neurologische aandoening.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens – schending artikel 3 EVRM

V.K. stapte in 2013 naar het EHRM op basis van schending van artikel 3 EVRM (verbod van foltering) en artikel 13 (recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel).

Het Hof besloot dat er voldoende bewijs was dat V.K. mishandeld werd door de leerkrachten. De beschrijving die hij gaf van de mishandeling was gedetailleerd, consistent en werd bevestigd door een stagiaire-leerkracht van de school en door sommige ouders.

Tevens werd in het expertiseverslag van 2011 geconcludeerd dat V.K. het slachtoffer was van een psychologische traumatische ervaring in de kleuterschool tussen september en november 2005 die resulteerde in een voortdurende neurologische aandoening.

Het Hof nam de jonge leeftijd van V.K. in acht, het gebruik van fysieke dwang om de oogdruppels toe te dienen, zonder toestemming van de ouders of zonder medisch voorschrift en het feit dat de leerkrachten misbruik maakten van hun machtspositie.

Verantwoordelijkheid Rusland

In Rusland hebben openbare scholen een sterke institutionele en economische band met de staat. De directeurs van deze scholen worden aangesteld door de staat of de gemeentelijke autoriteiten en zijn verantwoordelijk voor de gezondheid en het welzijn van de leerlingen.

V.K. werd mishandeld terwijl hij school liep in een school onder toezicht van de staat. Het Hof was van oordeel dat Rusland aansprakelijk was voor de onmenselijke en onwaardige behandeling van V.K. door zijn leerkrachten. Dit resulteerde in een schending van artikel 3 EHRM. Het Hof vond eveneens dat de autoriteiten er niet in geslaagd waren om een effectief strafrechtelijk onderzoek uit te voeren, waardoor ook hier er een schending was van artikel 3 EHRM.

Gezien de conclusies genomen onder artikel 3 EHRM was het Hof van oordeel dat het niet nodig was om afzonderlijk de klacht onder artikel 13 EHRM te onderzoeken.

Rusland werd veroordeeld om een schadevergoeding van 28.000 euro te betalen aan V.K.

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter a.i. Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • EHRM 7 maart 2017, V.K. v. Rusland, applicatienummer 68059/13.


 
 
 
 
 
 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be