EHRM – beperking contactrecht vader – niet uitoefening contactrecht door vader
Rechtspraak 10/11/2016

EHRM 15 september 2016, Giorgioni t. Italië, applicatie nr. 43299/11

​EHRM –  beperking contactrecht vader – schending artikel 8 EVRM – niet uitoefening contactrecht door vader – geen schending artikel 8 EVRM

De feiten

Giorgioni is een Italiaan, geboren in 1944 en woont te Selvino (Italië). Hij heeft een zoon, L. met C.M. Het koppel scheidde in augustus 2006. Kort daarna verzette C.M. zich fors tegen een relatie tussen het kind en zijn vader. Giorgioni vroeg de Brescia Family Court om contactrecht met zijn zoon.

Bij beslissing van 22 juni 2008 stond de rechtbank de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag toe aan de ouders van het kind. De rechtbank besloot dat het kind bij zijn moeder zou leven en stond de vader een recht op persoonlijk contact met zijn zoon toe, zijnde twee dagen in de week, tevens diende hij alimentatiegeld te betalen.

Eind 2008 stapte Giorgioni naar de rechtbank omdat de moeder verhinderde dat hij contact had met zijn zoon. De rechtbank beval de sociale diensten, het bezoek te organiseren in een bezoekruimte. De rechtbank legde Giorgioni op, het achterstallige alimentatiegeld te betalen.

In april 2010 stelde de rechtbank vast dat de moeder weigerde mee te werken met de sociale diensten. Ondanks het bevel van de rechtbank, bleef de moeder zich verzetten tegen het contact van haar kind met zijn vader.

In november 2010 liet Giorgioni aan de sociale diensten weten dat hij niet langer contact wou met zijn zoon. Vanaf die datum weigerde hij deel te nemen aan vergaderingen, met zijn zoon te spreken aan de telefoon of samen met het kind de vakantie door te brengen.

Begin 2012 kondigde de moeder aan om naar Turijn te verhuizen met het kind. Het jeugdparket stelde vast dat het kind niet langer contact had met zijn vader. De moeder vroeg aan de rechtbank om de vader uit het ouderlijk gezag te ontzetten. Ook Giorgioni wendde zich tot de rechtbank en vroeg de voogdij over zijn zoon aan.

In mei 2012 machtigde de rechtbank de moeder om naar Turijn te verhuizen samen met haar kind aangezien de vader zijn contactrecht niet meer uitoefende. De rechtbank vroeg de sociale diensten in Turijn om een aantal ontmoetingen tussen de vader en de zoon, in een bewaakte omgeving, te organiseren en later in een niet bewaakte omgeving.

Het hof van beroep handhaafde deze beslissing. In 2014 veroordeelde de Bergamo District Court de moeder tot een voorwaardelijke gevangenisstraf omwille van het niet naleven van de beslissingen van de rechtbank m.b.t. het contactrecht van de vader, Giorgioni werd veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor het niet betalen van de alimentatie, het verlaten van zijn kind en zijn gewelddadig gedrag t.o.v. zijn vrouw.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens – schending artikel 8 EVRM – beperkte uitoefening contactrecht gedurende periode 2006-2010

Giorigioni stapte naar het EHRM steunende op artikel 8 EVRM,  hij klaagde aan dat de Italiaanse autoriteiten het gedrag van de moeder getolereerd hadden, zij verhinderde het contact met zijn zoon en zette het kind tegen hem op. Hij klaagde eveneens over het feit dat de autoriteiten geen stappen hadden ondernomen om hem in staat te stellen contact te hebben met zijn zoon en een relatie met zijn zoon op te bouwen.

Het Hof achtte het noodzakelijk de klachten van Giorgioni te onderzoeken over twee periodes.  In de eerste periode van augustus 2006 tot november 2010 stelde het Hof vast dat Giorgioni vanaf 2006 contact had gezocht met zijn zoon en dat ondanks de rechterlijke beslissingen die hem contactrecht toestonden, hij dit contactrecht slechts beperkt had kunnen uitoefenen ingevolge het verzet van de moeder.

Het Hof oordeelde dat er een schending was van artikel 8 EVRM, meer bepaald dat er een schending was van het recht op respect van het familieleven. Het Hof was van oordeel dat de Italiaanse overheid geen afdoende maatregelen had genomen zodanig dat Giorgioni zijn contactrecht volledig kon uitoefenen en een betekenisvolle relatie met zijn zoon kon opbouwen.

Geen schending artikel 8 EVRM – contactrecht werd gedurende vijf jaar niet uitgeoefend – periode 2010-2016

Wat betreft de tweede periode, van november 2010 tot 2016, stelde het Hof vast dat de Italiaanse autoriteiten sinds 2010 inspanningen hadden geleverd zodanig dat de vader zijn contactrecht kon uitoefenen, maar dat hij een negatieve houding hiertegenover had ontwikkeld door verscheidene ontmoetingen te annuleren en niet te hebben meegewerkt aan bezoekmomenten. Dit gedrag werd door het Hof beschouwd als verlating van het kind. Overwegende dat Giorgioni zijn contactrecht gedurende vijf jaar niet had uitgeoefend en geen enkele moeite had gedaan om de band met zijn zoon te onderhouden, stelde het Hof vast dat de autoriteiten de nodige maatregelen hadden genomen sinds 2010 om de ouders aan te moedigen mee te werken. In deze was er geen schending van artikel 8 EVRM.

Italië werd veroordeeld tot het betalen aan 10.000 € aan Giorgioni.

Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • EHRM 15 september 2016, Giorgioni t. Italië, applicatie nr. 43299/11


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be