EHRM - artikel 39 procedurereglement – voorlopige maatregel
Rechtspraak 06/10/2017

EHRM 27 juni 2017, Gard e.a./ VK, applicatienr. 39793/17.

​In Groot-Brittannië voerden de ouders van de 11 maanden oude baby Charlie Gard, die aan een ongeneeslijke ziekte leed, een juridische strijd om hun terminaal zieke baby in de VS een experimentele behandeling te laten ondergaan.

In maart 2017 vroeg het Londens ziekenhuis waar Charlie werd behandeld aan de rechter om het kind te laten inslapen. De rechter gaf de ouders een maand de tijd om een eventuele behandeling in de VS voor te bereiden.
In april 2017 oordeelde de rechter na advies van dokters dat het ziekenhuis de baby diende te laten inslapen. In mei 2017 bevestigde de beroepsrechter het vonnis. De ouders stelden hoger beroep in en in juni 2017 verwierp de Supreme Court het beroep van de ouders. De Supreme Court stond toe dat de kunstmatige ademhaling bij Charlie zou worden stopgezet.

Artikel 39 procedurereglement Europees Hof

De ouders stapten naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en riepen artikel 39 van het procedurereglement in, teneinde de beslissing van de Supreme Court te schorsen en een voorlopige dringende maatregel te bekomen.

Voor het EHRM klaagden de ouders in hun naam en in naam van hun kind overeenkomstig artikel 2 EVRM (recht op leven) dat het ziekenhuis verhinderde dat Charlie de nodige zorgen zou krijgen in de VS (waar hij een levensreddende behandeling zou kunnen krijgen). Zij riepen schending in van artikel 5 EVRM (recht op vrijheid en veiligheid). Met een beroep op artikel 6 EVRM (recht op een eerlijk proces) en artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven) stelden de ouders dat de vonnissen en arresten van de Britse rechtbanken een oneerlijke en onevenredige inbreuk op hun ouderlijke rechten pleegden.

EHRM – voorlopige maatregel opgeheven

Op 9 juni 2017 werd een eerste voorlopige maatregel genomen om de rechters de mogelijkheid te bieden het verzoek van de ouders te onderzoeken. Op grond van deze voorlopige maatregel verzocht het Hof de Britse overheid om de nodige zorgen blijven te verstrekken aan Charlie en erover te waken dat hij zo min mogelijk zou lijden.

Op 13 juni 2017 werd de voorlopige maatregel behouden onder voorbehoud dat de ouders een verzoek ten gronde zouden indienen. Op 19 juni 2017 ontving het Hof het verzoek ten gronde van de ouders. Dezelfde dag besliste het Hof de voorlopige maatregel aan te houden tot wanneer er een uitspraak ten gronde was.
Het EHRM besliste op 27 juni 2017 dat de Britse rechtbanken de zaak goed benaderd hadden en verklaarde het verzoek van de ouders onontvankelijk.

Het Hof hield rekening met de ruime beoordelingsmarge waar de Britse autoriteiten gebruik van maakten m.b.t. het toelaten van experimentele zorgen voor terminale patiënten en merkten op dat het Hof zich niet ter vervanging van de bevoegde autoriteiten kon plaatsen.

De beslissingen van de Engelse rechtbanken waren zorgvuldig en uitgebreid. De nationale rechtbanken waren in contact met de betrokkenen. Medische experts en deskundigen werden gehoord. Net als de ouders van Charlie en de onafhankelijke voogd van het kind.

De voorlopige maatregel op basis van artikel 39 van het procedurereglement werd opgeheven. De ouders gaven hun juridische strijd op. Een Britse rechter besliste dat het kind naar een palliatieve eenheid diende te worden overgebracht. Op 28 juli 2017 werd de kunstmatige ademhaling uitgezet.

Auteur: Christine Melkebeek, voorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • EHRM 27 juni 2017, Gard e.a./ VK, applicatienr. 39793/17.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be