De arts en het beroepsgeheim: dansen op een slappe koord!
Rechtspraak - 18/10/2012
Rb. Gent 14 oktober 2001

Achtergrond van de zaak

In februari 2009 stelden de ouders van de jonge Hannes blaarvorming en rode vlekken vast op het lichaaam van hun kind. Tot twee maal toe werd de spoeddienst van het AZ Groeninghe bezocht waar de diagnose van brandwonden werd gesteld. Vervolgens consulteerden de ouders ook hun huisarts en een dermatoloog. Zowel de dermatoloog als de bijkomend geraadpleegde kinderartsen van het AZ Groeninghe opperden drie mogelijke diagnoses: brandwonden, een toxische reactie of een bacteriële infectie.

Uiteindelijk werd Hannes voor hospitalisatie doorverwezen naar het brandwondencentrum van het UZ Gent.

Aangezien de kinderarts van het UZ Gent vermoedens had van kindermishandeling heeft zij het parket hierover ingelicht. Op basis hiervan werd bij beschikking van de Jeugdrechter te Kortrijk besloten tot een sociaal onderzoek en werd het kind toevertrouwd aan het UZ Gent.

Eind februari 2009 kwam er tenslotte een nieuwe beschikking van de jeugdrechtbank waarin werd beslist dat de ouders het kind terug mochten meenemen naar huis. Op basis van de voorgaande feiten stelden de ouders van Hannes een aansprakelijkheidsvordering in bij de Rechtbank van eerste aanleg te Gent. Hierbij vorderden ze zowel in eigen naam als in naam van Hannes een schadevergoeding op grond van de overtuiging dat de behandelende kinderarts een foutieve diagnose had gesteld en op foutieve wijze aangifte had gedaan bij het parket.


De foutieve diagnose

Sinds het arrest Mercier van het Franse Hof van Cassatie leidt het geen twijfel dat een arts in principe enkel een inspanningsverbintenis op zich neemt om aan de patiënt alle zorgen te verstrekken conform de huidige medische wetenschap. Hoewel er naar Belgisch recht een tendens waar te nemen is die de arts meer resultaatsverbintenissen oplegt, maakt het stellen van een diagnose in prinicpe een inspanningsverbintenis uit. Aangezien het hier gaat om een inspannigsverbintenis is de arts enkel aansprakelijk voor een verkeerde diagnose indien het bewijs wordt geleverd van een fout. Een louter verkeerde diagnose impliceert dus geenszins dat het ook gaat om een foutieve diagnose.

In dit vonnis heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Gent op correcte wijze de diagnose beoordeeld. Gelet op het feit dat voldoende onderzoeksmiddelen werden aangewend dat ook andere artsen de diagnose van brandwonden hadden gesteld en dat de behandelende kinderarts overleg pleegde met verschillende collega's, besliste de rechtbank terecht dat de kinderarts in deze zaak geen fout beging. Daarenboven merkte de rechtbank terecht op dat de behandeling van het kind gunstige resultaten heeft gekend.


Beroepsgeheim (art. 458 Sw.)

Specifiek wat de situatie van een arts betreft kan de vraag worden gesteld of een arts geen fout begaat door een mogelijk misdrijf aan te geven en aldus zijn beroepsgheim te schenden (art. 458 Sw.).

Het uitgangspunt is dat het beroepsgeheim bepaalde uitzonderingen kent. Zo aanvaardt het Belgische Hof van Cassatie dat het beroepsgeheim niet geldt ingeval in het belang van de patiënt aangifte wordt gedaan bij een gerechtelijke overheid, zoals in dit vonnis. Daarnaast wordt aanvaard dat het beroepsgeheim kan wijken ingeval van een noodtoestand, wat een tegenstrijdigheid van belangen impliceert.

Tenslotte geldt in Belgisch recht de specifieke bepaling 458bis Sw. die de arts de mogelijkheid biedt om aangifte te doen van vermoede kindermishandeling onder bepaalde voorwaarden.


Besluit

Een arts kan zelfs wanneer art. 458 of art. 458bis Sw. wordt nageleefd, nog steeds op een foutieve manier aangifte doen. Het is bv. mogelijk dat een arts op basis van de gestelde diagnose vermoedens van kindermishandeling heeft, die hij meedeelt aan de gerechtelijke overheid. Indien aan de voorwaarden van art. 458bis Sw. is voldaan zal aan de arts geen schending van het beroepsgeheim verwijtbaar zijn. Niettemin zal de arts wel nog burgerrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld indien achteraf zou blijken dat de vermoedens van kindermishandeling waren gebaseerd op een overhaaste, foutieve diagnose.

"De tijd is voorbij dat het beroepsgeheim van beton was, maar een beroepsgeheim van elastiek deugt evenmin".

 

Bronnen:

  • Rb. Gent 14 oktober 2001, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht/Revue de droit de la Santé 2012/13, 23-33, noot D. VERHOEVEN, "Aangifte van misdrijf aan een gerechtelijke overheid en civielrechtelijke aansprakelijkheid".
  • Cass. fr. 20 mei 1936, Bull. Ass., 1936, 748.
  • T. VANSWEEVELT, De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer en ziekenhuis, Antwerpen, Maklu, 1992, 114-115.
  • L. HUYBRECHTS, "Aangifte van misdrijven", in Strafrecht en strafvordering: commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Antwerpen, Kluwer.
  • H. NYS, Geneeskunde. Recht en medisch handelen, Gent, Story-Scientia, 1991, 413-414.
  • Y. BURUMA, "Komt een agent bij de dokter", Nederlands Juristenblad 2012, 517.
  • Over verontrusting en artikel 458bis Sw: lees het artikel op Jeugdenrecht.be: 2014-03 Ernstig verontrust in een kind: wat doe je met je beroepsgeheim?

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be