CASSATIE BEPERKT OVERLEVERING JONGVOLWASSENEN
Rechtspraak 15/04/2013
Hof van Cassatie 6 februari 2013, P.13.0172.F

De vraag stelde zich of overlevering van jongeren die als 16-17 jarige in het buitenland strafrechtelijk veroordeeld zijn, mogelijk is volgens Belgisch recht. Het Hof van Cassatie stelde vast dat overlevering niet kon voor feiten gepleegd voor de leeftijd van 18 jaar, de leeftijd voor strafrechtelijke verantwoordelijkheid in België. Ten aanzien van nog minderjarigen kan wel opgetreden worden door de Belgische jeugdrechter, maar dit kan niet voor intussen meerderjarigen die een verblijfplaats in het buitenland hebben.

DE FEITEN

Op 19 oktober 2012 werd X veroordeeld door een Roemeense strafrechtbank. Het vonnis gaf aanleiding tot een Europees aanhoudingsbevel en X werd op basis daarvan gearresteerd in het Brusselse.

Het bijzondere aan het verzoek tot overlevering in dit Europees aanhoudingsbevel is dat X 16 jaar oud was ten tijde van de feiten, 17 bij de veroordeling en 18 bij de beoordeling van het Europees aanhoudingsbevel.

Het Openbaar Ministerie zag geen graten in de jeugdige leeftijd van X. Dat standpunt lijkt te stroken met de wederzijdse erkenning, het leidende principe bij het Europees aanhoudingsbevel. De redenering is dan als het Roemeense gerecht oordeelt dat X strafrechtelijk verantwoordelijk is, België die beoordeling niet nog eens mag overdoen.

Art. 4, 3° van de wet van 19 december 2003 over het Europees aanhoudingsbevel voorziet echter in een verplichte weigeringsgrond als de betrokkene naar Belgisch recht nog niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de feiten die aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag liggen (zie ook art. 3, 3° van het kaderbesluit 13 juni 2002).

Voor de beoordeling van de leeftijdsgrens voor de strafrechtelijke verantwoordelijkheid koppelde het Openbaar Ministerie terug naar de Belgische openbare orde, die zich volgens onder meer een circulaire van 2005 niet zou verzetten tegen de overlevering van een 16- of 17-jarige.

HOF VAN CASSATIE STELT STRAFRECHTELIJK MEERDERJARIG VANAF 18 JAAR, VOOR DIE LEEFTIJD GEEN UITLEVERING

Het Hof van Cassatie volgt de stelling van het Openbaar Ministerie bij het Hof van Beroep in Brussel niet. Het Hof van Cassatie stelt daarentegen voorop dat de duidelijke wettekst van art. 4, 3° van de wet van 19 december 2003 geen ruimte laat voor zo een ruime interpretatie. Naar Belgisch strafrecht is men slechts meerderjarig vanaf de leeftijd van 18 jaar, met het verkeerscontentieux als enige uitzondering.

Een tweede klassieke uitzondering op de leeftijdsgrens van 18 jaar, de uithandengeving biedt, aldus Cassatie, geen mogelijkheid om alsnog tot overlevering te besluiten. De uithandengeving is immers bedoeld om 16- of 17 jarigen die verdacht worden als misdrijf omschreven feiten naar gemeen recht te hebben gepleegd als strafrechtelijk meerderjarigen te laten berechten. Een procedure strekkende tot overlevering heeft een ander doel.

De uitspraak van het Hof van Cassatie volgt logisch uit de wettekst en die is op zijn beurt een overname van het kaderbesluit van 13 juni 2002. Dat kaderbesluit gaf het Europees aanhoudingsbevel vorm, met voormelde wijziging naar de nationale grens van strafrechtelijke meerderjarigheid.

Die leeftijdsgrens werd in Europa echter niet geharmoniseerd. Dat gebrek aan harmonisatie heeft, in combinatie met het arrest van 6 februari 2013, een grote impact.

BELGIË ZAL EEN IN HET BUITENLAND UITGESPROKEN STRAF NIET UITVOEREN ALS DE JONGERE 16 OF 17 JAAR OUD WAS OP HET OGENBLIK VAN DE FEITEN, WEL PROCEDURE MOGELIJK VOOR DE JEUGDRECHTER INDIEN DE JONGERE NOG MINDERJARIG IS

De in het arrest van 6 februari 2013 aangenomen gronden gelden daarbij evenzeer.

Dat België voor de personen die feiten pleegden op de leeftijd van 16 of 17 jaar zelf een procedure voor de jeugdrechtbank start, lijkt daarentegen wel mogelijk, de advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie suggereerde dat zelfs in de conclusie bij het arrest van 6 februari 2013. Art. 44 van de Jeugdbeschermingswet laat het toe, op basis van de (ouderlijke) verblijfplaats van de verdachte, of de plaats van aantreffen.

Eventueel lijkt een uithandengeving met verdere vervolging en bestraffing naar Belgisch recht in deze hypothese zelfs mogelijk.

LACUNE ALS VERDACHTE ONDERTUSSEN MEERDERJARIG IS GEWORDEN EN VERBLIJFPLAATS HEEFT IN HET BUITENLAND – GEEN UITLEVERING EN GEEN TUSSENKOMST VAN DE BELGISCHE JEUGDRECHTER

Als de verdachte ondertussen meerderjarig is geworden (zoals hier het geval is), dan is het probleem groter. De Jeugdbeschermingswet koppelt dan immers niet meer terug naar de plaats van aantreffen, maar knoopt de territoriale bevoegdheid dan vast aan de verblijfplaats of de plaats van de feiten.

Zijn de feiten in het buitenland gepleegd en heeft de betrokkene een verblijfplaats buiten het Belgische grondgebied, dan lijkt België niets te kunnen ondernemen.

België zou via deze lacune als safe haven kunnen fungeren voor wie een ernstig vergrijp beging en vervolgens 18 jaar werd, wat moeilijk te rijmen valt met de Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, waar het Europees aanhoudingsbevel in kadert. Zo een lacune ligt hiervoor.

BESLUIT

In dit arrest van 6 februari 2013 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over de overlevering van minderjarigen boven de leeftijd van 16 jaar. De leeftijdsgrens die een overlevering toestaat, ligt duidelijk op 18 jaar : voor feiten gepleegd vooraleer die leeftijd werd bereikt, is overlevering uitgesloten. Het verkeerscontentieux vormt hier de enige uitzondering op.

Een arrest met verstrekkende gevolgen.

Bronnen:

  • T. DECAIGNY, P. DE HERT, "Cassatie beperkt overlevering jongvolwassenen", De Juristenkrant 27 februari 2013, 3.
  • Hof van Cassatie 6 februari 2013, P.13.0172.F, conclusie advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH
  • S. HESPEL, "Jeugdsanctierecht over de grenzen heen: ver weg van het principe van wederzijdse erkenning?, TJK 2013/2, p.177: "De reikwijdte van de dwingende weigeringsgrond van art. 3, 3° Kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel kan thans van lidstaat tot lidstaat anders worden ingevuld. Eerder doken deze problemen op in de zaak Joe Van Holsbeeck omdat in Polen de leeftijd van strafrechtelijke verantwoordelijkheid op 17 jaar vastligt. De discrepantie kan echter nog groter zijn: in Nederland moet de overlevering van personen worden geweigerd wanneer deze ten tijde van het begaan van de strafbare feiten de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt. Ondanks deze uiteenlopende leeftijd zijn de verschillen tussen het Nederlands jeugdsanctierecht en het Belgische jeugdbeschermingsrecht niet zo groot. In Nederland kunnen minderjarigen weliswaar strafrechtelijk vervolgd worden vanaf de leeftijd van 12 jaar, doch voor personen jonger dan 18 jaar gelden wel aangepaste regels, zowel op procedureel als op materieel vlak. En hoewel België tot de leeftijd van 18 jaar de strafrechtelijke schuldonbekwaamheid blijft prediken, kunnen er onder het "mom" van de bescherming van de minderjarige ook maatregelen worden genomen die voor de minderjarige niet meer aanvoelen als een straf (b.v. de plaatsing in een gesloten instelling of gemeenschapsdienst). Ook al wordt in de lidstaten van de EU vaak een zeer uiteenlopende terminologie gehanteerd en zijn de principiële uitgangspunten per systeem anders geformuleerd, meestal zijn de verschillen in de praktijk minder groot. Wellicht is de afstand tussen de lidstaten inzake de behandeling van minderjarige delinquenten dus niet zo onoverbrugbaar als soms wordt voorgesteld en kan, na een grondige studie van de wetgeving en de praktijk, worden bekeken in welke mate en hoe het principe van wederzijdse erkenning ook voor beslissingen inzake misdrijven gepleegd door minderjarigen kan worden uitgewerkt.

Een vlotte samenwerking inzake misdrijven met grensoverschrijdende aspecten is, wanneer deze gepleegd zijn door minderjarigen, wenselijk. Hierbij moet wel extra aandacht gaan naar de bijzonder vereisten die worden gesteld aan de behandeling van minderjarige delinquenten door vele internationale kinderrechteninstrumenten. Een transplantatie van het, volgens critici, blinde volwassen overleveringsrecht zonder meer lijkt uit den boze. Waar de plaats van het misdrijf daar een belangrijke rol speelt, geldt voor minderjarigen het principe dat zij best worden begeleid in hun thuismilieu. De bescherming van de fundamentele rechten van de minderjarige moet maximaal gewaarborgd zijn. Tijd voor de EU om haar belofte waar te maken en kinderrechten hoog op de agenda te plaatsen, ook binnen dit domein".


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be