Blijvende saisine jeugdrechtbank
Rechtspraak 02/03/2015

Jeugdrechtbank Brugge 7 juni 2012, nr. 88.B.2007/20, onuitg.

​De feiten

In het kader van een procedure voor de jeugdrechtbank maakte Mevr. X, moeder van twee kinderen, op grond van de blijvende saisine van de jeugdrechtbank (artikel 387bis van het Burgerlijk Wetboek) de zaak opnieuw aanhangig.

Zij vorderde dat het vonnis van 22 december 2011 zou teniet worden gedaan, behalve wat betreft de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag en de verblijfsregeling. Zij vorderde eveneens dat de beide kinderen fiscaal bij haar zouden worden ingeschreven, dat de buitengewone kosten maandelijks zouden worden vereffend à rato van 70% lastens de vader en 30% latens haar, de moeder via de kindrekening en dat de vader zou worden veroordeeld tot betaling van de som van 268 euro, zijnde de abnormale factuur telefonie van de kinderen tijdens de verlofperiode die zij bij de vader doorbrachten, meer de intresten.

De vader betwistte de vordering. En bij tegeneis werd de rechtbank ertoe verzocht te willen oordelen dat elke ouder één kind bij zich domicilieert en elk een kind fiscaal ten laste neemt. Het principe van de kindrekening werd aanvaard maar de werking ervan werd anders geformuleerd. Verder werd gevraagd dat ook voor de kerst- en paasvakantie een afwijkende verblijfsregeling zou worden voorzien.

De jeugdrechtbank

De regel van de blijvende saisine van de jeugdrechtbank is enkel van toepassing op de materie van de uitoefening van het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het omgangsrecht. De regel van de blijvende saisine van de jeugdrechtbank kan niet gebruikt worden om een wijziging te bekomen van het vonnis op het vlak van alimentatie, kinderbijslag, fiscaal voordeel en buitengewone kosten, tenzij de gevraagde wijziging van de onderhoudsvordering samen gesteld wordt met een vordering die betrekking heeft op de uitoefening van het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en de omgangsregeling én de beoordeling ervan een substantiële financiële implicatie heeft in hoofde van partijen. 

Dit was hier niet het geval. Teneinde een eventuele wijziging te bekomen of “het vonnis teniet te doen” zoals de moeder het stelde, dient daartoe de geëigende procedure gevoerd te worden.

De familierechtbank – verruimde toepassing van de blijvende saisine

In de wet van 30 juli 2013 wordt het mechanisme van de blijvende saisine dat reeds bestond voor de voorzitter in het kader van de voorlopige maatregelen en voor de jeugdrechtbank inzake verblijfsregelingen hernomen voor de familierechtbank voor de zaken die worden geacht spoedeisend te zijn. Alle zaken die op 31 augustus 2014 het voorwerp uitmaken van een nog bestaande blijvende saisine voor de jeugdrechtbank respectievelijk voor de voorzitter van de rechtbank, maken met ingang van 1 september 2014 het voorwerp uit van een blijvende saisine voor de familierechtbank. Het toepassingsgebied van de blijvende saisine voor de familierechtbank is evenwel ruimer dan enkel de vorderingen bedoeld in de oude bepalingen. (A. BELLENS & P. SENAEVE, [Familie- en jeugdrechtbank] Het overgangsrecht van de wet van 30 juli 2013”, T. Fam. (Tijdschrift voor Familierecht) 2014, afl. 6, 148-155). De zaken die de wet spoedeisend acht, blijven op de rol van de familierechtbank ingeschreven. Bij nieuwe elementen kan de zaak opnieuw voor de familierechtbank worden gebracht binnen een termijn van 15 dagen door de neerlegging van conclusies of via een schriftelijk verzoek. De wetgever verduidelijkt wat onder “nieuwe elementen” moet worden verstaan.


Auteur: Christine Melkebeek, vicevoorzitter Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bron:

  • Jeugdrechtbank Brugge 7 juni 2012, nr. 88.B.2007/20, onuitg.
  • Artikel 64 van de wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank, BS 30 juli 2013, 68429: “Artikel 387 bis BW, ingevoegd bij de wet van 13 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 2006, wordt vervangen als volgt: “Artikel 387bis. In alle gevallen, en onverminderd de artikelen 584 en 1280 Ger. W., kan de familierechtbank in het belang van het kind, op verzoek van beide ouders of van één van hen, dan wel van de Procureur des Konings, alle beschikkingen m.b.t. het ouderlijk gezag opleggen of wijzigen, volgens het bepaalde in de artikelen 1253ter/5 en 1253ter/6 van het Ger. W.”

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be