Bijstand van een advocaat bij het verdachtenverhoor - kwetsbaarheid van de verdachte vóór de Salduz-wet
Rechtspraak 24/05/2014

Hof van Cassatie 30 april 2013, Tijdschrift voor Strafrecht (T. Strafr.) 2014/2, 117, noot T.D.

​Het recht op bijstand van een advocaat bij het politieverhoor geldt slechts voor verdachten die zich in een bijzondere kwetsbare positie bevinden, bv. ingevolge vrijheidsberoving.

Dit arrest schetst de benadering van het Hof van Cassatie met betrekking tot de bijstand van een advocaat bij het verdachtenverhoor, in het bijzonder wat verhoren betreft die werden afgenomen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet Consulatie- en Bijstandsrecht (Salduz-wet). De aandacht wordt gevestigd op twee punten.

Ten eerste bevestigt het Hof van Cassatie in deze zaak dat, in zijn lezing van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het verdachtenverhoor geen recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor impliceert. Op deze lezing kan kritiek worden uitgeoefend, wat in de doctrine ook meermaals is gebeurd.

Volgens het Hof van Cassatie is een bijstandsrecht slechts aan de orde indien de verdachte zich in een “bijzondere kwetsbare” positie bevindt.

Bijzondere kwetsbare positie zoals minderjarige verdachten

In de rechtspraak van het Hof van Cassatie wordt de bijzondere kwetsbare positie geïllustreerd met een verwijzing naar de vrijheidsberoving. Er zijn echter ook andere situaties denkbaar waarin een verdachte “extra” kwetsbaar is, zoals een zwaar alcoholprobleem en, in het bijzonder, minderjarige verdachten. De specifieke aandacht voor de situatie van minderjarige verdachten vindt men op nationaal niveau terug in de Ministeriële omzendbrief met betrekking tot het verhoor van minderjarigen en op Europees niveau in een aanbeveling en voorstel van richtlijn van 27 november 2013 betreffende procedurele waarborgen voor kwetsbare personen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure.

Ten tweede grijpt het Hof van Cassatie in deze zaak terug naar zijn benadering van de zogenaamde derdenwerking van het bijstandsrecht, op basis waarvan een verdachte zich in de regel slechts kan beroepen op het eigen bijstandsrecht, maar uitzonderlijk ook een schending van het bijstandsrecht van een andere verdachte kan inroepen.

Het Hof van Cassatie vereist voor deze uitoefening van het bijstandsrecht dat laatstgenoemde verdachte zelf ook de miskenning van het bijstandsrecht inroept en de belastende verklaring intrekt.

Bronnen:

  • Hof van Cassatie 30 april 2013, Tijdschrift voor Strafrecht (T. Strafr.) 2014/2, 117, noot T.D.
  • COL 12/2011
  • Aanbev. Comm. Nr. 2013/ C.378/12, 27 november 2013, COM (2013) 822


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be