BEZIT VAN STAAT STEEDS MEER ONDER VUUR
Rechtspraak 05/04/2013

GwH arrest nr. 29/2013, 7 maart 2013

​Het Grondwettelijk Hof bevestigt de visie dat het stellen van de socio-affectieve werkelijkheid boven de biologische realiteit in afstammingszaken, strijdig kan zijn met het recht op eerbieding van het privé- en gezinsleven van de biologische ouder.

HET ARREST VAN HET GRONDWETTELIJK HOF 7 MAART 2013

Een vaderlijke erkenning kan niet worden betwist als het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de erkenner. Die belangrijke rechtsregel, waarin de socio-affectieve werkelijkheid de bovenhand neemt op de biologische realiteit, is door het Grondwettelijk Hof in een arrest van 7 maart 2013 strijdig bevonden met het recht op eerbiediging van het privé-en gezinsleven van de beweerde biologische vader, die de betwistingsvordering inleidde om zelf juridisch vader te worden.

De gevolgen voor de rechtspraktijk zijn groot.

DE FEITEN

Een moeder liet haar kind prenataal erkennen door haar vriend met wie ze al jaren feitelijk samenwoonde. De erkenning werd een dag voor de eerste verjaardag van het kind betwist door een man die beweerde gedurende elf maanden een seksuele relatie met de moeder te hebben gehad, die pas kort voor de geboorte was afgesprongen.

De rechtbank van eerste aanleg te Gent oordeelde dat het vaderschap van de erkenner bevestigd werd door het bezit van staat. Strikt wettelijk leidt dat bezit van staat tot de absolute niet-ontvankelijkheid van de vordering tot betwisting van het vaderschap. De vraag rees of dit geen onevenredig gevolg teweegbrengt ten opzichte van het privé- en gezinsleven van de eiser (beweerde biologische vader), zoals gewaarborgd door art. 22 van de Grondwet en art. 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De rechtbank stelde een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. In de prejudiciële vraag verwees de rechter naar het arrest van 3 februari 2011 waarin het Grondwettelijk Hof oordeelde dat het privé-leven van de bedrogen echtgenoot werd geschonden door de regel die bezit van staat de rol toekent van absolute grond van niet-ontvankelijkheid voor de vordering tot betwisting van het huwelijkse vaderschap (art. 318 §1 BW).

DE ONMOGELIJKHEID OM VADERSCHAP OP BASIS VAN BEZIT VAN STAAT TE BETWISTEN IS INMENGING IN PRIVÉ- EN GEZINSLEVEN

Door bezit van staat als absolute grond van niet-ontvankelijkheid in te stellen, heeft de wetgever de socio-affectieve werkelijkheid evenwel steeds laten prevaleren op de biologische werkelijkheid, met belangrijke restricties tot gevolg.

De man die het vaderschap opeist, kan de erkenning door een andere man ten aanzien van wie het kind bezit van staat heeft nooit succesvol betwisten. Voor de rechter bestaat er geen enkele mogelijkheid om rekening te houden met de belangen van alle betrokken partijen.

Het Grondwettelijk Hof besloot dat art. 330 §1, eerste lid Burgerlijk Wetboek, art. 22 van de Grondwet schendt, in samenhang gelezen met art. 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, in zoverre de vordering tot betwisting van de erkenning van het vaderschap door de man die het vaderschap van het kind opeist, niet ontvankelijk is als het kind bezit van staat heeft ten aanzien van degenen die het heeft erkend.

BEZIT VAN STAAT WORDT TOCH NIET BETEKENISLOOS

In een grondwetsconforme interpretatie verliest het bezit van staat zonder twijfel zijn functie als absolute grond van niet-ontvankelijkheid. De beweerde biologische vader kan het arrest van 7 maart 2013 inroepen ter staving van zijn stelling dat zijn vordering toch ontvankelijk moet worden bevonden, ook al wordt het vaderschap van de erkenner bevestigd door het bezit van staat.

Volgens de auteur G. Verschelden is het echter niet zo dat de vordering steeds ontvankelijk moet worden verklaard. Bezit van staat wordt niet betekenisloos. De rechter moet kunnen beoordelen of er uitzonderlijke omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat er van de principiële grond van niet-ontvankelijkheid wordt afgeweken.

Anders dan het Grondwettelijk hof laat uitschijnen, vereist de rechtspraak van het Hof Mensenrechten niet dat in elke afstammingszaak de belangen van alle partijen in het geding in concreto tegenover elkaar worden afgewogen. Overigens is het meer de vraag of de eiser er in dat geval in zal slagen zijn eigen vaderschap gerechtelijk te laten vaststellen. Zelfs al zou de rechter de vordering ontvankelijk verklaren (ondanks het bezit van staat) dan nog moet voor de gegrondheid van de vordering worden bewezen dat niet de erkenner maar de beweerde biologische vader het kind verwekt heeft.

En precies in deze zaak hebben de moeder en de erkenner de resultaten van een buitengerechtelijk (niet-tegensprekelijk) DNA-onderzoek aangevoerd waaruit zou blijken dat de erkenner het kind wel degelijk heeft verwekt.

Het arrest van 7 maart 2013 ligt nagenoeg volledig in de lijn van het fel gecontesteerde arrest van 3 februari 2011. De rechtsonzekerheid die dat laatste arrest heeft gecreëerd over de rol van het bezit van staat in procedures tot betwisting van het vaderschap van de echtgenoot, is nu getransponeerd naar gedingen tot betwisting van een vaderlijke erkenning.

UITHOLLING VAN HET AFSTAMMINGSRECHT: TIJD OM HET TIJ TE KEREN

Op 7 maart 2013 heeft het Grondwettelijk Hof in twee arresten - voor de negende en tiende maal sinds de recente hervorming van het afstammingsrecht vastgesteld dat een bepaling van geldend afstammingsrecht de Grondwet schendt. Er komt geen einde aan de stroom van nieuwe prejudiciële vragen.

Elke nieuwe prejudiciële vraag leidt tot grote vertraging voor de uitspraak van het eindvonnis of -arrest en bij elk antwoord van het Grondwettelijk Hof wordt de afstammingswetgeving verder uitgehold.

De actuele toestand van verlammende rechtsonzekerheid in de advocatuur, de magistratuur en het notariaat is nefast, zowel voor rechtsbeoefenaars als voor de rechtszoekenden.

Bron:

  • G. VERSCHELDEN, "Bezit van staat steeds meer onder vuur", De Juristenkrant 2013/266, 1,5.
  • GwH arrest nr. 29/2013, 7 maart 2013, www.grondwettelijkhof.be


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be