Aansprakelijkheid

​​Elk persoon, minderjarig of meerderjarig, is persoonlijk aansprakelijk voor de schade die veroorzaakt is door hun fout of onvoorzichtigheid.

Zij zijn verplicht om deze schade te vergoeden. Bij minderjarigen moeten de ouders aangesproken worden, als wettelijk vertegenwoordigers, omdat het de ouders zijn die het vermogen van het kind beheren. Bij meerderjarigheid moet de jongere niet meer vertegenwoordigd worden.

Iemand kan enkel een fout begaan, indien hij of zij in staat is om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden. Doorgaans gaat men er vanuit dat een kind van omstreeks twaalf jaar 'de jaren des onderscheids' heeft bereikt en dus aansprakelijk gesteld kan worden. Sommige rechtspraak aanvaardt dit vanaf de lagere schoolleeftijd. Voor onbekwame personen is er een speciaal artikel dat de rechter toelaat 'in billijkheid' te oordelen of een (volledige) schadevergoeding nodig is.

Naast de minderjarige, zijn ook sommige volwassenen verantwoordelijk voor de fouten die een minderjarige onder hun toezicht begaan. Op ouders rust een bijna niet te weerleggen vermoeden dat zij een fout in de opvoeding begingen, en zij zijn dan ook meestal aansprakelijk voor de 'fout' van het kind, zelfs als het nog schuldonbekwaam is. (Ouders worden dus in twee hoedanigheden aangesproken: als vertegenwoordiger van het kind, en als 'in gebreke blijvende' ouder.) Ook leerkrachten en werkgevers kunnen verantwoordelijk gesteld worden, als zij onvoldoende toezicht hielden. Voor opvoeders is er geen specifieke bepaling, enkel als zij een onderwijsopdracht hebben geldt het vermoeden van aansprakelijkheid.

In de praktijk sluiten ouders meestal een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering (de 'familiale verzekering') af. Door middel van de familiale verzekering wordt de aansprakelijkheid van de ouders volledig gedekt. Daarnaast dekt deze verzekering ook de aansprakelijkheid van de minderjarige zelf, tenzij  die de schade opzettelijk veroorzaakte, bvb bij een misdrijf. Sommige verzekeringsmaatschappijen polissen bepalen voor opzet een leeftijdsgrens boven de zestien jaar.


Bronnen

Art. ​​​1382. Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden.

Art. 1384. Men is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke men veroorzaakt door zijn eigen daad maar ook voor die welke veroorzaakt wordt door de daad van personen voor wie men moet instaan, of van zaken die men onder zijn bewaring heeft.
  De vader en de moeder zijn aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen.
  De meesters en zij die anderen aanstellen, voor de schade door hun dienstboden en aangestelden veroorzaakt in de bediening waartoe zij hen gebezigd hebben.
  De onderwijzers en de ambachtslieden, voor de schade door hun leerlingen en leerjongens veroorzaakt gedurende de tijd dat deze onder hun toezicht staan.
  De hierboven geregelde aansprakelijkheid houdt op, indien de ouders, onderwijzers en ambachtslieden bewijzen dat zij de daad welke tot die aansprakelijkheid aanleiding geeft, niet hebben kunnen beletten.

 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van Steunpunt Jeugdhulp en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

info@jeugdrecht.be

Copyright Jeugdrecht.be