ARTS - ZWANGERSCHAPSAFBREKING - GEEN VRIJE TOESTEMMING
Rechtspraak 18/02/2013

​FEITEN

Naar aanleiding van een onderzoek in mensenhandel, meldt een mogelijk slachtoffer van mensenhandel dat zij door arts X tegen haar wil een zwangerschapsafbreking heeft ondergaan. De vrouw is vanuit Nigeria naar België gekomen en hier in de prostitutie verzeild geraakt om haar overtocht terug te verdienen.

Toen bleek dat de Nigeriaanse vrouw zwanger was en dus geen geld kon opbrengen als prostituee, werd zij door haar pooier onder druk gezet en bedreigd om een abortus te ondergaan. Ofschoon er in het artsenkabinet van dokter X nog hevige discussies werden gevoerd tussen de prostituee en de pooier over de zwangerschapsafbreking is de arts toch tot een abortus overgegaan, nadat hij zelf een tekst had opgeschreven dat de zwangere vrouw akkoord ging met een abortus en die tekst door haar liet ondertekenen. Volgens de correctionele rechtbank van Antwerpen werd de Nigeriaanse vrouw evenwel onder morele druk gezet om een zwangerschapsafbreking te ondergaan.  

Tijdens dezelfde periode had een Bulgaarse vrouw aangifte gedaan van het feit dat zij voor 400€ een abortus had ondergaan bij een arts wiens naam zij zich niet meer kon herinneren. Zij kon de verbalisanten wel het huis aanwijzen waar de ingreep had plaatsgevonden en dat bleek het huis van dokter X te zijn. Alhoewel de arts ontkent deze patiënte te kennen en documenten over haar te hebben, wordt hij ten aanzien van deze vrouw veroordeeld om een zwangerschapsafbreking te hebben uitgevoerd buiten de wettelijke voorwaarden; blijkbaar alvast schending van de overwegingstermijn, het vereiste van de schriftelijke toestemming en de plaats van uitvoering.

Voor beide misdrijven wordt de arts veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 18 maanden gekoppeld aan de betreffende modaliteit van de tenuitvoerlegging van de straf. Ook de pooier wordt veroordeeld.

HOGER BEROEP

De arts stelt hoger beroep in tegen het vonnis, daarin gevolgd door het Openbaar Ministerie. De pooier berust. Het hof van beroep van Antwerpen spreekt de arts vrij van het beweerde misdrijf ten aanzien van de Bulgaarse vrouw. Zonder hierop uitvoerig in te gaan, stelt het hof vast dat er omtrent de schuld twijfel is gerezen zodat de arts moet worden vrijgesproken. Het hof bevestigt wel de veroordeling ten aanzien van de Nigeriaanse vrouw, in dit geval heeft de arts zich geenszins vergewist van de gemoedstoestand en van de instemming van het slachtoffer. Integendeel, de arts heeft juist morele druk uitgeoefend op het slachtoffer om de ingreep te ondergaan. Het hof van beroep veroordeelt de arts tot drie jaar gevangenisstraf waarvan twee jaar effectief en één jaar met uitstel en een geldboete.

CASSATIEBEROEP

Tot slot van deze procedure stelt arts X een cassatieberoep in. De arts voert aan dat hij bezwaarlijk kan worden veroordeeld wegens abortus op een niet-toestemmende vrouw, wanneer die vrouw een formulier heeft ondertekend waarin zij toestemt tot deze ingreep.

Het Hof van Cassatie stelt dat de feitenrechter onaantastbaar oordeelt of een slachtoffer al dan niet een geldige toestemming heeft gegeven. Het Hof van Cassatie stelt vast, dat het hof van beroep terecht heeft kunnen beslissen dat er geen sprake kon zijn van een vrije toestemming, gelet op de afhankelijke en kwetsbare positie waarin de vrouw zich bevond en de morele druk die op haar werd uitgeoefend.

De cassatievoorziening wordt verworpen.

DE VRIJE TOESTEMMING VAN DE ZWANGERE VROUW EN MORELE DWANG

In deze zaak betrof het een zwangerschapsafbreking na 12 weken zwangerschap. Uit het voorgaande blijkt dat de meeste voorwaarden voor een geoorloofde zwangerschapsafbreking niet vervuld waren. 

De vrouw bevond zich niet in een noodsituatie, dit is een bepaalde gemoedsgesteldheid of psychologische toestand die zich uit in de weigering de zwangerschap uit te dragen.

Evenmin, werd de zwangerschapsafbreking uitgevoerd onder medisch verantwoorde omstandigheden in een instelling voor gezondheidszorg, waaraan een voorlichtingsdienst is verbonden. Integendeel, de abortus werd verricht in onhygiënische omstandigheden, zonder enige voorlichting. 

De wachttermijn van zes dagen na de eerste raadpleging werd ook niet nageleefd. De zwangerschapsafbreking werd meteen uitgevoerd tijdens de eerste raadpleging. Tot slot waren ook de bijkomende geoorloofdheidsvoorwaarden voor een zwangerschapsafbreking na 12 weken niet vervuld. Er was geen sprake van een ernstig gevaar voor de gezondheid van de zwangere vrouw, noch van een uiterst zware en ongeneeslijke kwaal bij het kind. Een advies van een arts-consulent werd evenmin gevraagd. 

Het is natuurlijker nog erger wanneer een arts de belangrijkste voorwaarde voor een zwangerschapsafbreking en voor een medische ingreep in het algemeen miskent: de vrije toestemming van de patiënt. Dit is erger, omdat het recht op zelfbepaling en fysieke integriteit van elke persoon hier flagrant werd geschonden. Tot slot mag het duidelijk zijn dat de arts hier ook in de fout is gegaan door de vereiste of volgehouden wil van de zwangere vrouw en zwangerschapsafbreking te ondergaan, niet te hebben nageleefd.

BIJZONDER WEINIG RECHTSPRAAK OVER WET ZWANGERSCHAPSAFBREKING

Er bestaat bijzonder weinig rechtspraak over de Wet Zwangerschapsafbreking. Deze zaak valt dan ook op, niet alleen omdat ze over abortus gaat, maar ook omdat de zwangere vrouw niet heeft toegestemd in zwangerschapsafbreking, een hypothese die op de keper beschouwd maar zeer zelden voorkomt en waaraan maar uitzonderlijk aandacht wordt besteed in de rechtsleer en rechtspraak.

Bron:

  • T. VANSWEEVELT, "Zwangerschapsafbreking onder morele dwang", Tijdschrift voor Gezondheidsrecht/Revue de droit de la santé 12/13, 136-142.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be