Afstamming: vermelding in rijksregister en afstamming van meemoeder
Rechtspraak 29/01/2015

KB van 23 november 2014 tot wijziging van het KB van 16 juli 1992 tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister

Wet van 18 december 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Internationaal Privaatrecht, het Consulair Wetboek

1.AFSTAMMING IN EERSTE GRAAD IN RIJKSREGISTER

Vanaf 1 januari 2015 bevat het Rijksregister informatie over “de afstamming in eerste graad”. Door de informatie te centraliseren zullen de overheidsdiensten en instellingen veel sneller en eenvoudiger opzoekingen kunnen doen. Het Rijksregister vermeldt vanaf sinds 1 januari 2015 de ascendenten in de eerste graad en de afstammelingen in dalende lijn in de eerste graad ongeacht of de afstamming tot stand komt door de geboorteakte, een gerechtelijke beslissing, een erkenning of een adoptie. De vermelding gebeurt voor alle personen die zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters, de vreemdelingenregisters, de registers in de diplomatieke zendingen en consulaire posten in het buitenland of in het wachtregister. De registratie van de afstammingsgegevens in het Rijksregister, de bevolkingsregisters en vreemdelingenregister startte sinds 1 januari 2015, steden en gemeenten krijgen een jaar de tijd, tot 1 januari 2016 om ontbrekende gegevens aan te vullen.

Bron:

  • KB van 23 november 2014 tot wijziging van het KB van 16 juli 1992 tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister en het KB van 8 juni 2006 tot bepaling van de informatietypes, verbonden informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1993 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, met het oog op de opname van informatiegegevens betreffende de afstamming, BS 10 december 2014, 100493.

2.REPARATIEWET  AFSTAMMING VAN DE MEEMOEDER

Deze wet brengt de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder in overeenstemming met de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het BW met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde. Enkele technische aanpassingen werden aangebracht en de overgangsregeling van de wet van 8 mei 2014 werd aangevuld.

Tenslotte werd een oplossing geboden voor de Belgen die hun woonplaats in het buitenland hebben en geen verklaring overeenkomstig artikel 12 van de wet van 8 mei 2014 konden afleggen.

Deze reparatie wet trad in werking op 1 januari 2015 samen met de afstamming van de meemoeder (met uitzondering van het door de reparatiewet herschreven overgangsrecht met betrekking tot de verklaringen van naamkeuze voor kinderen geboren of geadopteerd vóór 1 juni 2014 – artikel 12 van de Wet van 8 mei 2014 – dat retroactief geldt vanaf 1 juni 2014).

De reparatiewet omvat o.a.:

  • De meemoeder toe te laten het vaderschap te betwisten in bepaalde gevallen zoals dat omgekeerd ook reeds mogelijk was;
  • Het internationaal privaatrecht te verduidelijken wat het toepasselijk recht en de bevoegde rechter betreft bij de vestiging van een afstammingsband langs moederszijde (voor het vestigen van een afstammingsband geldt voortaan steeds het recht van de staat waarvan de persoon in kwestie de nationaliteit heeft);
  • Ouders van Belgische kinderen die hun woonplaats in het buitenland hebben kunnen voortaan terecht op de ambassades/consulaten voor het afleggen van een verklaring van naamkeuze ingevolge het overgangsrecht;
  • Moeder en meemoeder zullen op dezelfde wijze als moeder en vader gebruik kunnen maken van het nieuwe naamrecht met alle keuzemogelijkheden die dat inhoudt, bij gebreke van een keuze of bij onenigheid krijgt het kind de naam van de meemoeder;
  • De verklaring van naamkeuze ingevolge het overgangsrecht (artikel 12 van de Wet van 8 mei 2014) kan enkel afgelegd worden onder voorbehoud dat ouders/adoptanten geen gemeenschappelijke meerderjarige kinderen hebben op de dag van het afleggen van de verklaring. Daarnaast wordt de termijn van 3 maanden om een verklaring van naamkeuze ingevolge het overgangsrecht af te leggen na een nieuwe geboorte of adoptie uitgebreid tot één jaar. Bovendien krijgt iedereen één jaar de tijd om een verklaring van naamkeuze ingevolge het overgangsrecht af te leggen bij het vaststellen van een tweede afstammingsband van vóór 1 juni 2014 geboren gemeenschappelijke minderjarige kinderen.

Bronnen:

  • Wet van 18 december 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Internationaal Privaatrecht, het Consulair Wetboek, de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind, BS 23 december 2014, 104985.
  • Parl. St. Kamer 2014-2015, 0538/001.
  • Omzendbrief van 22 december 2014 inzake de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 18 december 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van internationaal privaatrecht, het Consulair Wetboek, de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde, BS 29 december 2014, 106488.
  • Zie ook het artikel 2015-01 Meemoeder en meevader: afstamming en recht op contact.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be