Actuele wetgeving
Rechtspraak 05/12/2016

Beoordeling recht op juridische tweedelijnsbijstand

Artikel 1, § 4, KB van 3 augustus 2016: “De minderjarige geniet van de volledige kosteloosheid op voorlegging van zijn identiteitskaart of van enig ander document waaruit zijn staat blijkt”.

Inwerkingtreding 1 september 2016.

Bronnen:

  • Wet van 14 juli 2016 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek m.b.t. juridische bijstand, BS 14 juli 2016, 44173.
  • KB van 3 augustus 2016 tot wijziging van het KB van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand, BS 10 augustus 2016, 48351.

Gezinsbijslagen

De wetgeving rond de zesde staatshervorming bepaalt dat tot uiterlijk 31 december 2019 de instellingen die belast zijn met het administratief beheer en de uitbetaling van de gezinsbijslag, tegen volledige vergoeding, belast blijven met hun taken. Zolang deze instellingen belast blijven met hun taken, moeten de wijzigingen aan de essentiële elementen van het administratief beheer en van deze uitbetaling of aan de regels die een significante impact hebben op het administratief beheer of de uitbetaling, door de deelentiteiten gezamenlijk worden aangebracht in een samenwerkingsakkoord.

Artikel 3, § 1 van het Samenwerkingsakkoord van 20 oktober 2016: “Voor de periodes vanaf 1 januari 2015 bepaalt de bevoegdheid van een deelentiteit de financiële tenlasteneming van de gezinsbijslag die de federale instellingen, belast met het beheer en de uitbetaling van die bijslag, voor rekening van die entiteit uitbetaalden. Wat echter de financiële tenlasteneming van de vervroegde uitbetaling van het kraamgeld betreft, wanneer het kind op het ogenblik van die uitbetaling nog geen wettelijke woonplaats heeft in een deelentiteit, bepaalt de wettelijke woonplaats van de bijslagtrekkende in een deelentiteit de financiële tenlasteneming door die entiteit”.

Dit samenwerkingsakkoord heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2014 na goedkeuring door de bevoegde wetgevers van de deelentiteiten. Dit samenwerkingsakkoord duurt ten laatste tot 31 december 2019.

Bronnen:

  • Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap betreffende het vaststellen van de aanknopingsfactoren tot vaststelling van het personele toepassingsgebied van de wettelijke en reglementaire bepalingen van de deelentiteiten, de budgettering en verrekening van de voor de deelentiteiten betaalde gezinsbijslagen en de effectieve invoering van gemeenschappelijk wijzigende bepalingen voorgesteld door het Beheerscomité van FAMIFED, BS 20 oktober 2016, 70749.
  • Samenwerkingsakkoord van 10 juli 2016 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige gemeenschap betreffende de aan de kinderbijslagregeling aan te brengen wijzigingen, BS 20 oktober 2016, 70754.

Recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten

Deze wet spitst zich toe op twee krachtlijnen. Vooreerst wordt het recht op vertolking in strafprocedures wettelijk verankerd en versterkt tijdens de terechtzittingen voor alle verdachten, beklaagden, veroordeelden en slachtoffers die de taal van de rechtspleging niet spreken of verstaan. Hetzelfde recht wordt vastgelegd voor alle verdachten, beklaagden, veroordeelden en slachtoffers die lijden aan gehoor- of spraakstoornissen. Die personen hebben overigens het recht aanvullende bijstand te vragen van de persoon die het meest gewoon is met hen om te gaan. Vervolgens bekrachtigt deze wet het recht voor de verdachten, beklaagden, veroordeelden en slachtoffers die de taal van de rechtspleging niet spreken of verstaan om de vertaling te verkrijgen van bepaalde elementen uit het strafdossier waarvan de kennis van essentieel belang is voor de effectieve uitoefening van hun recht van verdediging en bijgevolg van hun recht op een eerlijk proces. De vertolkingen en vertalingen gebeuren in een taal die de betrokkene verstaat, zonder dat dat noodzakelijkerwijs zijn moedertaal is. De kosten zijn ten laste van de staat ongeacht de uitkomst van de procedure. Op dit beginsel bestaat slechts één uitzondering: indien de betrokkene reeds een mondelinge vertaling van voornoemde elementen heeft gekregen, kan hij nog steeds om een schriftelijke vertaling verzoeken, maar dan niet langer op kosten van de staat.

De verwezenlijking van bovenvermelde doelstellingen houdt een wijziging in van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europese aanhoudingsbevel.

Art. 19: “Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken in werking getreden is”. De wet van 28 oktober 2016 treedt uiterlijk in werking op 1 juni 2017.

Bron:

  • Wet van 28 oktober 2016 houdende verdere omzetting van de Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures en van de Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten en ter vervanging van het Kaderbesluit 2001/220/JBZ, BS 24 november 2016, 77970.

Verhoren van personen

Deze wet betreffende bepaalde rechten van personen die worden verhoord beoogde de omzetting van de volgende Europese instrumenten: — de richtlijn 2013/48/EU van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming; — de richtlijn 2010/64/EU van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures; — de richtlijn 2012/29/EU van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten. Hoewel de Belgische wetgeving al in belangrijke mate voldeed aan de Europese vereisten, waren nog een aantal wetswijzigingen nodig, in het bijzonder voor de omzetting van de richtlijn inzake het recht op toegang tot een advocaat (deadline 27 november 2016).

De zogenaamde “Salduz-wet” van 13 augustus 2011 was een eerste belangrijke stap. Volgend op de Europese richtlijn diende het toepassingsgebied van deze wet te worden uitgebreid. De belangrijkste elementen zijn de volgende:

Het recht op toegang tot een advocaat wordt gegarandeerd voor alle verhoren: voor personen, niet van hun vrijheid beroofd, wordt dit uitgebreid naar alle misdrijven waarvoor een vrijheidsbenemende straf kan worden opgelegd (de huidige drempel van een gevangenisstraf van meer dan 1 jaar is niet conform de richtlijn).

Voor personen die van hun vrijheid zijn beroofd wordt de organisatie van de bijstand voor de verhoren die plaatsgrijpen na de aflevering van het bevel tot aanhouding geïnspireerd op deze van het Protocol dat op 8 juni 2015 werd gesloten tussen de Procureur-generaal van het rechtsgebied Antwerpen-Limburg, de eerste voorzitter van het hof van beroep, de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, de procureurs des Konings, de onderzoeksrechters en de Orde van Vlaamse Balies. Tevens wordt een mogelijkheid tot audiovisueel opnemen van het verhoor ingevoegd.

Het artikel 47bis van het Wetboek van strafvordering werd het basisartikel voor alle verhoren met een strafrechtelijke finaliteit. De structuur van het artikel werd volledig herzien.

Artikel 47bis § 3…”Indien het in het derde lid bedoelde verhoor een minderjarige betreft, kan het verhoor pas plaatsvinden na een vertrouwelijk overleg tussen de minderjarige en een advocaat, dit ofwel in een lokaal van de politie ofwel telefonisch. Teneinde de door hem gekozen advocaat of een andere advocaat te contacteren en door deze bijgestaan te worden tijdens het verhoor, wordt contact opgenomen met de permanentiedienst die wordt georganiseerd door de Orde van Vlaamse balies en de “Ordre des barreaux francophones et germanophone”, of bij gebrek hieraan door de stafhouder van de Orde of zijn gemachtigde.

(…)

“Indien het in het derde lid bedoelde verhoor een minderjarige betreft (…), kan het verhoor pas plaatsvinden na een vertrouwelijk overleg tussen de minderjarige en een advocaat, dit ofwel in een lokaal van de politie ofwel telefonisch. Teneinde de door hem gekozen advocaat of een andere advocaat te contacteren en door deze bijgestaan te worden tijdens het verhoor, wordt contact opgenomen met de permanentiedienst die wordt georganiseerd door de Orde van Vlaamse balies, de “Ordre des barreaux francophones et gemanophone”, of bij gebrek hieraan door de stafhouder van de Orde of zijn gemachtigde. Indien de advocaat in akkoord met de minderjarige hierom verzoekt, wordt het verhoor eenmaal uitgestel zodanig dat de minderjarige een advocaat kan raadplegen en door deze bijgestaan kan worden tijdens het verhoor”.

Artikel 13: “Deze wet trad in werking op 27 november 2016”.

Bron:

  • Wet van 21 november 2016 betreffende bepaalde rechten van personen die worden verhoord, BS 24 november 2016, 77974.

Verklaring van rechten

Overwegende dat de wet van 21 november 2016 betreffende bepaalde rechten van personen die worden verhoord, in werking diende te treden op 27 november 2016. Overwegende dat deze wet in artikel 47bis van het Wetboek van Strafvordering in §5, eerste lid, voorziet dat aan bepaalde door de wet bepaalde personen voor het eerste verhoor een verklaring van rechten moet worden overhandigd.

Artikel 6: “Dit besluit trad in werking op 27 november 2016”.

Bron:

  • KB van 23 november 2016 tot uitvoering van artikel 47 bis § 5 van het Wetboek van Strafvordering, BS 25 november 2016, 78336.

 
 
 
 
 
 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be