Actuele wetgeving 2017 deel 4
Rechtspraak 12/09/2017

KB van 28 april 2017 tot vaststelling van het model van “informatieformulier” bedoeld in artikel 1004/2 van het Gerechtelijk Wetboek, BS, 22 mei 2017, 58613.

Wet van 18 december 2015 tot wijziging van het KB van 20 december 2006 tot invoering van de toekenningsvoorwaarden van een adoptieuitkering ten gunste van zelfstandigen met het oog op wijziging van de aanvraagprocedure van een adoptieuitkering, BS, 4 juli 2017, 70066.

Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017, 75168.

​Oproepingsbrief op maat van minderjarigen

Kinderen die in een rechtszaak gehoord moeten worden, krijgen een oproepingsbrief om hen te informeren. Omdat die oproepingsbrief niet aangepast was aan deze doelgroep komt minister van Justitie Geens met een brief op maat van minderjarigen.

In de brief, die opgesteld werd in samenwerking met de Kinderrechtencommissaris en de werkgroep familierechtbank, spreekt de bevoegde griffie de minderjarigen aan op een eenvoudige en verstaanbare manier. Er wordt uitgelegd wat er van hem of haar verwacht wordt en wat de bedoeling is van het gesprek, steeds rekening houdend met het verhaal en de mening van de minderjarige.

Verder staat verduidelijkt dat het gesprek niet verplicht is en de minderjarige het verslag van het gesprek mag nalezen en eventueel bepaalde zaken mag schrappen. 
Dit besluit trad op 1 juni 2017 in werking.

Bronnen:

  • KB van 28 april 2017 tot vaststelling van het model van “informatieformulier” bedoeld in artikel 1004/2 van het Gerechtelijk Wetboek, BS, 22 mei 2017, 58613.

Adoptie-uitkering ten gunste van zelfstandigen

Vroeger konden kandidaat-adoptieouders die een zelfstandige activiteit uitoefenden slechts binnen een beperkte termijn een adoptie-uitkering aanvragen.

Voor werknemers was dit niet het geval. Daarom deze wet om het verschil in behandeling tussen zelfstandigen en werknemers af te schaffen.

De zelfstandige die voortaan aanspraak wenst te maken op adoptie-uitkeringen, hoeft voortaan dus maar enkel:

  • Een aanvraag in te dienen bij het ziekenfonds per gewone post of door het neerleggen van een aanvraag ter plaatse, tegen ontvangstbewijs, vergezeld:

° van een kopij van het bij de rechtbank ingediende verzoekschrift of, bij gebrek hieraan, een kopij van de adoptieakte tenzij de instelling reeds beschikt over dit bewijs

° als het een buitenlandse adoptie betreft, van een kopie van het bewijs van registratie van een van een buitenlandse beslissing houdende een adoptie, afgeleverd door de Dienst Internationale Adopties van de FOD Justitie.

° aan te geven hoeveel weken hij wenst op te nemen.

Deze wet trad op 14 juli 2017 in werking.

Bron:

  • Wet van 18 december 2015 tot wijziging van het KB van 20 december 2006 tot invoering van de toekenningsvoorwaarden van een adoptieuitkering ten gunste van zelfstandigen met het oog op wijziging van de aanvraagprocedure van een adoptieuitkering, BS, 4 juli 2017, 70066.

Potpourri wet V

Deze wet harmoniseert o.a. de procedures voor binnenlandse en interlandelijke adoptie op het stuk van de evaluatie van de geschiktheid van de kandidaat-adoptanten beoordeeld aan de hand van een maatschappelijk onderzoek. Vervolgens kan een kind worden toegewezen aan het adoptiegezin en kan de eigenlijke adoptieprocedure worden opgestart.

Deze wet biedt tevens een verbetering van de grensoverschrijdende procedures bij kinderontvoeringen naar het buitenland. De grensoverschrijdende procedures inzake ouderlijk gezag worden aangepast om een snelle afhandeling van die zaken door de gerechten te bevorderen en de uitvoering, in het buitenland, van de door de Belgische gerechten gewezen beslissingen te faciliteren. De rechter wordt ook verplicht om rekening te houden met de motieven die aangevoerd zijn door het gerecht van de staat van toevlucht om de terugkeer van het kind te weigeren. De rechter moet dan duidelijk motiveren waarom het kind wel terug naar België moet komen. Dit verhoogt het vertrouwen tussen de twee landen en zo kan een kind sneller terug naar België worden teruggebracht. De Belgische rechter neemt een definitieve beslissing die al dan niet de terugkeer van het kind inhoudt waarbij er wordt aangegeven waar het kind zijn verblijfplaats zal hebben en het niet blootgesteld wordt aan lichamelijke of geestelijke risico’s. De rechtbank moet voortaan motiveren waarom het kind “niet-gehoord” wordt in het kader van de procedure tot terugkeer.

Wat de verandering van de voornaam betreft kan de minister van Justitie de bevoegdheid van verandering van voornaam voortaan delegeren om de procedure sneller te laten verlopen.

Tevens werd de mogelijkheid ingevoerd dat de familie-en jeugdkamers zitting houden buiten de zetel van het hof van beroep.
De artikelen 11,13, 33 en 39 traden in werking op 3 augustus 2017.

Bron:

  • Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017, 75168.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be