Actualia regelgeving
Rechtspraak 25/09/2015

​a) Omgezet moederschapsverlof – ziekte en invaliditeitsuitkering voor co-ouder

Voortaan spreekt men van “omgezet moederschapsverlof” in geval van overlijden of hospitalisatie van de moeder. Onder de “gerechtigde” die aanspraak kan maken op dit omgezet moederschapsverlof wordt dan zowel de vader als de co-ouder verstaan.

Met co-ouder wordt verstaan bijvoorbeeld de meemoeder of de samenwonende partner die het kind niet wettelijk heeft erkend.

De gerechtigde die aanspraak wenst te maken op omgezet moederschapsverlof moet een aanvraag indienen bij de verzekeringsinstelling waarbij hij is aangesloten.

Deze regeling treedt retroactief in werking met ingang van 28 juli 2014.

Bron:

  • KB van 11 juni 2015 tot wijziging van het KB van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, Belgisch Staatsblad 26 juni 2015, 37015.

b) Regeling binnenlandse en interlandelijke adoptie

Het binnenlandse adoptietraject verschilt sterk van het interlandelijke adoptietraject, ondanks het feit dat de situatie voor adoptiekind, biologische ouders en adoptieouders feitelijk en juridisch nauwelijks verschilt. Het gelijkheidsbeginsel is dus een eerste en de belangrijkste motivatie voor dit voorstel. Verder zijn er ook nog de praktische problemen die aan het licht kwamen: lange wachtlijsten, hoge kostprijzen, inefficiënt functioneren en het gebrek aan duidelijke en transparante regelgeving.

Dit decreet zorgt ervoor dat het interlandelijke en het binnenlandse adoptietraject gelijk worden getrokken door het binnenlandse Adoptiedecreet te vernieuwen. De ongelijke behandeling van binnenlandse en interlandelijke adoptiekinderen wordt uitgesloten. Daarnaast wordt ook gezorgd voor een efficiëntere werking met betrekking tot de verschillende adoptiediensten en de diensten voor maatschappelijk onderzoek. Dat is mogelijk gezien het beperkte aantal binnenlandse adopties in Vlaanderen. Kennis en expertise zullen in de toekomst optimaal gebundeld worden. De hoorzittingen omtrent de gedwongen adopties uit het verleden hebben ook de aandacht gevestigd op de behoefte aan betere regelgeving als het aankomt op de begeleiding van afstandsouders, een duidelijke en gegarandeerde nazorg en nieuwe regelgeving op het vlak van inzagerecht en gegevensdeling.

Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering nader te bepalen datum en uiterlijk op 1 juli 2016.

Bron:

  • Decreet van 5 juli 2015 houdende regeling van de binnenlandse adoptie van kinderen en houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen, BS 8 augustus 2015, 50692.

c) (herziene) Europese overeenkomst inzake de adoptie van kinderen

Deze Overeenkomst wil een antwoord bieden op de ontwikkelingen in de samenleving en in het recht en daarbij rekening houden met het EVRM en met het beginsel dat het hoger belang van het kind altijd voorrang heeft op iedere andere overweging.

De Overeenkomst verduidelijkt en bepaalt de strekking van het essentiële beginsel dat adoptie het hoger belang van het kind moet dienen. Een aantal krachtlijnen hiervan worden hieronder opgesomd:

  1. De toestemming van het kind is noodzakelijk als het kind voldoende onderscheidingsvermogen heeft;
  2. Het recht van het geadopteerde kind om zijn identiteit te kennen wordt bevestigd, waarbij wordt gezorgd voor een noodzakelijke evenwicht met het recht van de biologische ouders om anoniem te blijven;
  3. De minimumleeftijd van de adoptant moet tussen achttien en dertig jaar liggen;
  4. De bevoegde autoriteit moet er in het bijzonder op toezien dat adoptie het kind een stabiel en harmonieus gezin bezorgt;
  5. De toestemming van de vader van het kind is in alle gevallen vereist, zelfs als het kind buiten het huwelijk geboren is;
  6. De mogelijkheid om een nieuwe adoptie uit te spreken of een adoptie nietig te verklaren, is beperkt;
  7. Een onderzoek naar de geschiktheid van de adoptanten moet plaatsvinden voordat het kind, met het oog op adoptie, wordt toevertrouwd aan de zorg van de kandidaat-adoptant;
  8. De professionals die de adoptie afhandelen moeten een passende opleiding volgen over de sociale en juridische aspecten van de adoptie;

De Overeenkomst breidt de mogelijkheid om te adopteren overigens uit tot heteroseksuele partners die niet met elkaar gehuwd zijn maar een geregistreerd partnerschap met elkaar zijn aangegaan in de Staten die een dergelijke rechtsfiguur erkennen. Er wordt uitdrukkelijk gesteld dat de Staten vrij zijn om de draagwijdte van het verdrag uit te breiden tot adoptie door partners van verschillend en hetzelfde geslacht die samenleven in een duurzame relatie.

Bron:

  • Wet van 25 augustus 2012 houdende instemming met de (Herziene) Europese Overeenkomst inzake de adoptie van kinderen, gedaan te Straatsburg op 27 november 2008, BS 21 augustus 2015, 54393.

d) Decreet betreffende het onderwijs xxv

Het decreet betreffende het onderwijs XXV heeft twee doelstellingen. In de eerste plaats wil het een aantal technische correcties aanbrengen aan bestaande niveau- en themadecreten met het oog op een goede werking van het school- of academiejaar 2015-2016. Verder wil het een aantal vereenvoudigingen in de ruime zin van het woord doorvoeren, zoals vermindering van administratie, verbetering van juridische teksten, ruimere autonomie voor scholen en instellingen. Ten gevolge van het legaliteitsbeginsel moeten de meeste bepalingen rond onderwijs door de decreetgever beslist worden. Daarom wordt er met een verzameldecreet gewerkt. Dit decreet bevat aanvullingen op de bestaande niveaudecreten of op de bestaande themadecreten.

Bron:

  • Decreet van 19 juni 2015 betreffende het onderwijs XXV, BS 21 augustus 2015, 54349.

e) Wetsbepaling van 20 juli 2015 van toepassing op procedures uithandengeving van minderjarigen

Artikel 130 van het Wetboek van Strafvordering, vervangen bij de wet van 21 december 2009, wordt aangevuld met de woorden “,dan wel, na het gerechtelijk onderzoek in het geval als bedoeld in artikel 57 bis, §1, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, naar de bijzondere kamer van de Jeugdrechtbank”.

Bronnen:

  • Wet van 20 juli 2015 tot aanbrenging van verscheidene technische correcties in een aantal wetboeken en wetten, BS 26 augustus 2015, 54779.
  • B. DE SMET, “Verwijzing van een minderjarige naar het vonnisgerecht na gerechtelijk onderzoek”, TJK 2015/4, te verschijnen.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be