Aansprakelijkheid van onthaalmoeders: 2 uitspraken van het Hof van Beroep Gent
Rechtspraak 13/08/2012

Hof van Beroep Gent 29 mei 2012, rolnummer C/988/12, Juridat.
Hof van Beroep Gent 29 mei 2012, rolnummer C/986/12, Juridat.

​Arrest Hof van Beroep Gent 29 mei 2012

Deze casus handelt over een onthaalmoeder die ervan werd beschuldigd een baby door elkaar te hebben geschud. Het kindje kreeg een hersenbloeding en is voor de rest van haar leven gehandicapt.

Het Hof van Beroep te Gent sprak de onthaalmoeder vrij, net als in eerste aanleg, omwille van het feit dat er geen sluitend bewijs is, dat de hersenbloeding werd veroorzaakt door het schudden van de baby door de onthaalmoeder.

Feiten

Op 12 december 2006 verklaarde onthaalmoeder Eva dat ze baby A in bedje had gelegd rond 13.00 uur. Ze merkte niet speciaals op, wel was de baby vlug moe en weende een beetje, daarna viel de baby in slaap. Rond 15.30 uur werd baby A al wenend wakker. De moeder van Eva ging haar gaan halen. Daarna werd de baby in de eetstoel geplaatst. Ze zag er een beetje suf uit en kreeg fruitpap, maar dit verliep vrij moeizaam en resulteerde in een enorme huilbui. De baby werd in een wieg gelegd. Een tijdje nadien keerde Eva terug om te zien of de baby in slaap was gevallen.

Baby A zag er heel "raar" uit, ze zag heel wit en haar ogen waren half open. Er was geen braaksel, Eva sprak tegen de baby maar ze kreeg geen reactie. Eva raakte in paniek en belde de hulpdiensten.

Proces

De burgerlijke partijen en de eerste rechter stellen vast dat het onderzoek zich verkeerdelijk toespitste op de actie van de betrokkenen na het medisch vaststaand incident. De handelingen die door de onthaalmoeder in dit verband ter goeder trouw werden gesteld zijn te kaderen binnen de pogingen een antwoord te bieden op de levenloze toestand waarin baby A zich op dat ogenblik bevond.

De onthaalmoeder gaf toe dat ze de baby geschud had. Maar dit was om te zien of de baby zou reageren. Ze verklaarde dat ze wist dat je bij wiegendood het kindje door elkaar moet schudden om het mogelijks wakker te krijgen. Ze is verpleegster van opleiding.

De wetsdokter stelde dat de verklaringen van de onthaalmoeder omtrent het schudden geen aanwijzingen geven dat op dat moment de letsels zijn ontstaan en stelt dat de manier waarop ze hulp bood eveneens adequaat lijkt. Deze handelingen, maken derhalve geen enkele fout uit in hoofde van de onthaalmoeder.

De burgelijke partijen gaan ervan uit dat er zich een ernstig incident moet hebben voorgedaan rond het ogenblik waarop het kind op het verzorgingskussen lag en hysterisch aan het huilen was, zo erg dat de onthaalmoeder haar man die op het ogenblik aan de telefoon was niet kon verstaan. De onthaalmoeder is de enige die in aanmerking komt voor het plegen van de feiten. Het Hof herinnert aan het in strafzaken fundamenteel beginsel, namelijk dat een beklaagde niet kan gestraft worden wanneer zijn schuld m.b.t ten laste gelegde feit niet met zekerheid vaststaat.

De tweede wetsdokter kleefde geen datum op het incident dat geleid heeft tot bloedingen in hoofd en ogen. Uit zijn schrijven blijkt dat er, volgens hem, niet kan gesproken worden over een oude bloeding. Er is geen zekerheid over het tijdstip van een eventuele "shaken-baby"-incident(en). De artsen waren het er niet over eens of de asfyxie of het incident dat leidde tot de bloedingen aan de oorzaak van de neurologische letsels lag.

ARREST HOF VAN BEROEP GENT 29 MEI 2012

In deze tweede casus diende het Hof van Beroep te Gent opnieuw te oordelen of een onthaalmoeder aansprakelijk was voor het toebrengen van slagen en verwondingen, ditmaal aan twee kinderen van 5 en 6 maanden oud. In eerste aanleg werd de vrouw vrijgesproken op basis van twijfel. In beroep werd ze veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 4 maanden cel en een geldboete met uitstel en tevens tot vergoeding wegens materiële schade.

De feiten

Baby Y:

Op 23 januari 2008 werd de toen 6 maanden Y door haar moeder met de wagen tot bij de onthaalmoeder gebracht waarna de moeder vertrok naar haar werk, het kind was in zijn normale doen. Toen de vader, het kind 's avonds ging halen, lag het op het speeldeken, in plaats van in de relax. Het kindje had geweend en was daarna nogal stil, wat de onthaalmoeder toeschreef aan het krijgen van "tandjes". De vader verklaarde dat het kind huilde, wanneer hij haar in de maxi-cosy op de fiets zette. Dit verontrustte hem niet, omdat Y niet graag in de maxi-cosy zit. De volgende nacht was het kind zeer onrustig. Telkens ze werd opgenomen, huilde ze hevig. De volgende ochtend bracht de vader het kind opnieuw met de fiets naar de onthaalmoeder, nadat beide ouders geoordeeld hadden dat het kind wel een ziekte zou hebben die nog diende door te breken. Aan de onthaalmoeder werd gevraagd hen te contacteren indien er zich problemen zouden voordoen.

De onthaalmoeder zag die ochtend bij het verluieren van de baby dat er een zwelling was aan het rechterbeentje, dat niet meer bewoog. Ze verwittigde de moeder.

De moeder kwam op de middag langs en deed als arts, in opleiding, een klinisch onderzoekje waarna ze haar baby meenam voor verder onderzoek in het UZ te Gent.

In het UZ werd bij de baby een verplaatste dwarse boven(dij)beenfractuur vastgesteld.

De door de onderzoeksrechter aangestelde wetsgeneesheer stelde onder meer vast dat een zekere mechanische kracht nodig is om het dijbeen te breken, hetzij onrechtstreeks door hefboomwerking of val, hetzij door een rechtstreekse impact ter hoogte van het dijbeen zelf. De wetsgeneesheer verwees naar courante pediatrische literatuur waarbij een femurfractuur bij een kind jonger dan 1 jaar als verdacht voor een niet-accidentele fractuur wordt beschouwd.

Baby Z:

De onthaalmoeder zorgde sinds 5 mei 2008 eveneens voor de toen 5 maanden oude baby Z, die meestal gedurende halve dagen bij haar kwam. Op woensdag 14 mei 2008 werd de baby door zijn moeder afgehaald. Hij lag stil op een speeltapijt en staarde naar boven. Eenmaal thuis begon hij te braken en te kreunen van de pijn, hij zou al een tweetal weken niet in zijn normale doen zijn geweest. Diezelfde dat liet de moeder baby Z onderzoeken. Ze werd doorverwezen en uiteindelijk werd de baby geopereerd in het UZ Gent. De letsels zouden voortgekomen zijn uit hevig schudden.

Auteur: Christine Melkebeek, Kinderrechtencoalitie Vlaanderen

Bronnen:

  • Hof van Beroep Gent 29 mei 2012, rolnummer C/988/12, Juridat.
  • Hof van Beroep Gent 29 mei 2012, rolnummer C/986/12, Juridat.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be