DNA-onderzoek in strafzaken bij jeugdigen
Rechtspraak 23/01/2012
Wet van 7 november 2011 houdende wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA onderzoek in strafzaken, BS 30 november 2011, 70716.

​De nieuwe DNA-wet maakt een duidelijk onderscheid tussen staalafnames bij meerderjarige en minderjarige verdachten. De Procureur des Konings kan voortaan een staalafname bevelen van iedereen die 16 jaar is en tegen wie aanwijzingen van schuld bestaan. De verdachte moet hiervoor zijn schriftelijke toestemming geven. Momenteel kan er een DNA-staal van een verdachte minderjarige alleen onder dwang worden afgenomen tijdens een gerechtelijk onderzoek. Voortaan wordt er echter vanuit gegaan dat 16-plussers voldoende maturiteit hebben om hun toestemming te geven en kan een gedwongen afname vermeden worden. Tijdens het onderzoek moet de minderjarige zich laten bijstaan door een meerderjarige van zijn keuze.

De wijzigingen door deze Wet ingevoerd, omvat de wijziging van artikel 44 Wetboek van Strafvordering, de invoering van een aantal artikelen in het Wetboek van strafvordering en wijzigingen aan de  wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken.

Wet van 7 november 2011 houdende wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA onderzoek in strafzaken, BS 30 november 2011, 70716.


Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be