2020 02 Tien jaar werken rond kinderrechten: van reflectie naar reflex.

Reeds tien jaar verzamelt en deelt het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi) kennis en expertise over kinderrechten voor verschillende professionele contexten, waaronder jeugdhulp. Waar hiaten in de kennis bestaan, zet Keki in op het (co-)creëren van nieuwe kennis om die leemte aan te pakken.  Om te weten hoe deze kennis kan toegepast worden en wat het betekent om kinderrechten te realiseren in de praktijk, wordt samen geleerd, ontdekt en ondervonden. In deze bijdrage deelt KeKi een maatschappelijk perspectief op kinderrechten vanuit haar unieke positie tussen onderzoek, beleid en praktijk in Vlaanderen.

 

Kinderrechten en de metafoor van de ijsberg

Kinderrechten bevestigen dat kinderen en jongeren volwaardige burgers zijn.  Het zijn mensenrechten die specifiek zijn gecreëerd om kinderen en jongeren te beschermen, om in hun behoeften te voorzien en om ervoor te zorgen dat zij ten volle kunnen deelnemen aan de samenleving en gehoord worden bij zaken die hen aangaan.  


kinderrechten ijsberg.png


De metafoor van een ijsberg illustreert dat kinderrechten meer zijn dan alleen wettelijke normen. Boven het zeeniveau is onze aandacht gericht op het (beperkte) zichtbare deel: wetgeving, regels, methodieken en beleidsteksten zijn tastbaar en concreet. Maar hoe dit vorm krijgt in de praktijk, hangt samen met de manier waarop volwassenen en structuren in de jeugdhulp met kinderen en jongeren omgaan. Dit belangrijke deel onder de zeespiegel, de maatschappelijke betekenis (waarden, gedrag, houdingen, cultuur, overtuigingen), is minstens zo invloedrijk maar blijft vaak verborgen of onbenoemd.


Een zichtbaar juridisch verhaal

Juridisch gezien worden kinderrechten vertaald in verdragen, wetten, regulering en beleid, zowel internationaal als nationaal. De juridische interpretatie richt zich op het feit dat kinderen en jongeren rechtspersonen zijn en dus verschillende rechten kunnen opeisen en afdwingen. De overheid moet dit waarmaken. De bekendste en meest gebruikte invulling van kinderrechten vind je in het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind, of kortweg Kinderrechtenverdrag (VRK, 1989). Rechten van minderjarigen en jongeren in de jeugdhulp in Vlaanderen zijn onder andere geconcretiseerd in het Decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de Integrale Jeugdhulp (DRM).


Onder de waterlijn: een maatschappelijk verhaal

Hoewel de afdwingbare rechten uit het DRM een kader biedt voor de hulpverlening, is er meer nodig dan 'lezen en implementeren'.  Kinderrechten hebben namelijk ook een maatschappelijke betekenis. Daarbij kijken we naar de plaats die kinderen en jongeren krijgen in de context waarin zij zich bevinden. Kinderrechten krijgen betekenis in de manier waarop volwassenen (vb. hulpverleners) en structuren (vb. voorzieningen) met kinderen en jongeren omgaan. Dit manifesteert zich in elke professionele of persoonlijke context door onze houding, onze waarden, ons gedrag, onze cultuur en onze overtuigingen. Twee elementen zijn daarbij doorslaggevend, nl. ons beeld over kinderen en jongeren en machtsverhoudingen in relaties met kinderen en jongeren.

 

Ons beeld over kinderen en jongeren

De manier waarop we naar kinderen en jongeren kijken is gebaseerd op een aantal vooronderstellingen (vb. 'een kind is onschuldig'); soms expliciet maar meestal impliciet aanwezig.  Grofweg kan je een onderscheid maken tussen kindbeelden die op bescherming gebaseerd zijn, en kindbeelden die vertrekken vanuit actorschap of agency van kinderen en jongeren. Door de bril van een actorschap-kindbeeld zien we kinderen en jongeren als sociale actoren die, net als vele volwassenen, een vorm van keuzevrijheid en verantwoordelijkheid bezitten. Een beschermingsperspectief is eerder traditioneel, beschrijft het kind als 'nog niet af', en baseert zich hoofdzakelijk op de kwetsbaarheid en afhankelijkheid van kinderen en jongeren. Een kinderrechtenperspectief vertrekt vanuit een kindbeeld dat enerzijds vertrouwt in wat kinderen kunnen, en hen anderzijds ondersteunt in wat ze (nog) niet kunnen. Kinderrechten nodigen uit om net de balans te zoeken tussen actorschap en bescherming.

 

De metafoor van de ijsberg in de praktijk

Het Decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de Integrale Jeugdhulp stelt dat kinderen en jongeren het recht hebben hun mening te uiten omtrent aangelegenheden en procedures tijdens hun hulpverleningstraject (artikel 16). Het gaat over het participeren aan de totstandkoming van de jeugdhulp. Hoe speelt het onderste van de ijsberg bij het realiseren van dit recht? Onderzoek over participatie wijst uit dat het kindbeeld (beschermend, actorschap, etc.)  dat je hanteert een rechtstreekse invloed heeft op hoe je kinderen en jongeren laat participeren en op hoe je de doelstelling van participatie definieert. Vanuit een beschermend kindbeeld is er de intentie om vaardigheden aan te leren aan het kind, maar is het doel niet noodzakelijk dat het kind iets kan veranderen in zijn of haar leven. Participatie vanuit het perspectief 'het kind als actor', betekent dat je als hulpverlener zorgt dat kinderen ook invloed kunnen hebben op hun eigen hulpverleningstraject.  

 

Machtsverhoudingen en relaties

Machtsrelaties tussen kinderen en hulpverleners spelen altijd, maar ook tussen kinderen en jongeren onderling. Dat hoeft niet negatief of gevaarlijk te zijn. Er zijn positieve manieren om hieraan invulling te geven, zoals kinderen begeleiden in hun ontwikkeling.  Eerder dan elke machtspositie te veroordelen of er op je hoede voor te zijn, is het belangrijk om je er van bewust te zijn dat deze machtsrelaties spelen, en dat het er vooral toe doet hoe je, in je verschillende rollen als ouder, jeugdhulpverlener, organisatie, … met macht omgaat.

 

De metafoor van de ijsberg in de praktijk

Het belang van de minderjarige vormt de belangrijkste overweging bij het verlenen van jeugdhulp, stelt art 5 DRM. Hoe speelt het onderste van de ijsberg bij het realiseren van dit recht? Wat betekent het om het belang van het kind als eerste overweging mee te nemen in elke beslissing? De wil om kinderen te horen is er wel, maar om effectief rekening te houden met hun standpunt, wordt problematisch wanneer belangen van kinderen en ouders in conflict zijn. Wat hierbij het zwaarste doorweegt, zal afhankelijk zijn van specifieke contexten maar ook van overtuigingen over een 'goede' kindertijd, zoals bv. 'het blijven toch je ouders', 'kinderen weghalen bij hun ouders werkt een trauma in de hand', etc.

 

Van reflectie…

Medewerkers in de jeugdhulp komen met verschillende dilemma's omtrent kinderrechten in aanraking: bescherming of zelfstandigheid, ingrijpen of loslaten, ouderlijke verantwoordelijkheid of een opdracht van de hulpverlener, … In die zin beoefenen jeugdhulpprofessionals een complexe praktijk. Aan de hand van reflectievragen of -oefeningen kan je, individueel of in groep, die complexiteit benoemen. Impliciete veronderstellingen over kinderen en jongeren worden expliciet en de eigen basishouding als professional wordt beter ingeschat, begrepen, en waar nodig bijgestuurd. Deze reflectie helpt om grenzen waar je op botst in je functie of instelling, beter te situeren. Een proces van reflectieve dialoog laat ook toe om de positie en het handelen van je collega's te duiden.

 

Wil je zicht krijgen op je kindbeeld en machtsverhoudingen en hoe dit je werk beïnvloedt?

Ga dan al eens aan de slag met volgende vragen:

  • Wat is jouw beeld van een 'goede' kindertijd, een 'goede' jeugd?
  • Hoe sluit dit aan bij dat van een kind of jongere met wie je nu werkt?
  • Kan je andere externe factoren of andere belangrijke levenservaringen identificeren die hebben bijgedragen aan het vormen van je waarden over kinderen, jongeren en familie?
  • Hoe denk je dat deze waarden je handelingen als professional sturen?
  • Verschillen jouw kindbeeld en de waarden die je als belangrijk beschouwt met die van jouw collega's en/of leidinggevenden?
  • In welke situaties beoefen je macht in jouw functie en wat zijn de effecten ervan op kinderen en jongeren?
  • Op welke manier kan je zelf macht loslaten en kinderen en jongeren meer macht geven in een bepaalde situatie?

 

…tot een kinderrechten-reflex!

Wat leert KeKi uit tien jaar inzetten op kinderrechten? De vertaling van kinderrechten in wetten en regelgeving is wel degelijk van belang en kan ook sociale verandering teweegbrengen en dus de positie van kinderen en jongeren erkennen, herbevestigen en versterken. Het onderste van de ijsberg is echter veel groter en zaken die zich onder de zeespiegel bevinden, beïnvloeden en sturen ons denken en handelen voor een groot deel. Als we dit niet duidelijk kunnen benoemen, dan blijven we vaak onbewust waarom kinderrechten niet gerealiseerd worden. Dit vraagt naast kennisdeling ook continue reflectie en uitwisseling van ervaringen, houdingen en meningen tussen collega's en andere professionals, net zoals dialoog met kinderen en jongeren. Kortom, het vraagt een reflex tot het samen uitdiepen van een gezamenlijke handelingswijze om te komen tot een sociale praktijk die kinderen en jongeren ten goede komt.

 

Auteur: Ellen Van Vooren, coördinator ad-interim Kenniscentrum Kinderrechten

Review: Lisa De Roeck, stafmedewerker Kenniscentrum Kinderrechten

 

Bronnen

 

 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be