2018 06 Kinderrechten op lokaal niveau

Geraardsbergen ontving in 2016 het label 'kindvriendelijke stad'. Naast de klassieke thema's als participatie en kinderen in de openbare ruimte, kozen zij er ook voor om kinderrechten 'as such' een belangrijke plaats te geven in hun actieplan. Diensten werden bijgespijkerd in hun kennis over kinderrechten en bordjes maken duidelijk aan welk kinderrecht zij werken. De klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat wordt bekendgemaakt bij kinderen en jongeren en er wordt nagedacht over kinderrechteneducatie op school.

 

Deze initiatieven zijn de verwezenlijkingen van een geëngageerd team dat zich tot doel heeft gesteld om het Kinderrechtenverdrag tot op lokaal niveau te laten leven.

Het voeren van een lokaal kinderrechtenbeleid blijft voor veel lokale besturen echter een zoektocht tussen abstracte termen, gebrek aan informatie en weinig houvast.

 

Een kader

Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind werd op 20 november 1989 unaniem goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Dit verdrag is, in tegenstelling tot de in 1959 opgestelde Verklaring van de rechten van het kind, een juridisch bindend akkoord.

Het Kinderrechtenverdrag omschrijft in 54 artikels álle rechten die gelden voor kinderen tot 18 jaar. De rechten van volwassenen worden wel als geheel omschreven in de (niet-bindende) Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, maar zijn verdeeld over verschillende verdragen. Het kinderrechtenverdrag is dus veel sterker, enerzijds omdat het een bundeling is van álle kinderrechten, anderzijds omdat alle landen ter wereld (behalve de VS) het verdrag hebben ondertekend.

 

België ondertekende het Kinderrechtenverdrag in 1990 en kreeg het binnen de 6 maanden goedgekeurd door het Vlaams Parlement, de Duitse Gemeenschapsraad, de Franse Gemeenschapsraad en de Belgische Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers. In januari 1992 was het Kinderrechtenverdrag in België van kracht bij wet.

Voor ons land is dit supersonisch snel te noemen.

 

Schept het Belgische onderschrijven van het Kinderrechtenverdrag verplichtingen voor lokale besturen?

Door het kinderrechtenverdrag te ratificeren, engageert de Belgische overheid zich om alle nodige wettelijke, bestuurlijke en andere maatregelen te nemen om het uit te voeren. Het Kinderrechtenverdrag is hiermee (al dan niet expliciet) opgenomen in de nationale wetgeving.

Sinds de ratificatie van het verdrag kunnen we heel wat regeringsbeslissingen expliciet linken aan het kinderrechtenverdrag. Zo is er de oprichting van de Nationale Commissie voor de rechten van het Kind, het Vlaamse Kinderrechtencommissariaat en de aanstelling van een Kinderrechtencommissaris bij het Vlaams Parlement als kinderombudsman. Er werd een Kindeffectrapportage verplicht bij het Vlaams regeringsbeleid in 1997 en in 2008 werd dit in het kader van de integratie van het Vlaamse kinderrechtenbeleid en het Vlaamse jeugdbeleid uitgebreid tot een kind- en jongereneffectrapportage.

Via dat Vlaams jeugdbeleid komen we al iets dichter in de buurt van de lokale besturen, maar hier vallen 2 belangrijke kanttekeningen te maken:


  • De verregaande autonomie van de lokale besturen

Waar Vlaanderen vroeger een duidelijk kader bood aan steden en gemeenten voor het voeren van hun lokaal jeugdbeleid, werden in 2015 de Vlaamse middelen en voorwaarden voor een lokaal jeugdbeleid afgeschaft en geïntegreerd in het Gemeentefonds en de lokale strategische meerjarenplan. 

De enige verplichting die Vlaanderen nog oplegt aan lokale besturen inzake jeugdbeleid, is het oprichten en consulteren van een Jeugdraad. Verder rest er Vlaanderen niet veel meer dan steden en gemeenten te 'belonen bij goed gedrag', in de vorm van de prijs voor de Jeugdgemeente en de uitreiking van het Label kindvriendelijke steden en gemeenten. Dit zorgt er voor dat zowel het lokale als het Vlaamse beleidsniveau hun rol en verantwoordelijkheid op een nieuwe manier moeten vormgeven. 

  • Kinderrechten beperken zich niet tot één beleidsdomein

Hoewel het zowel op Vlaams als op lokaal niveau niet altijd even simpel is om deze redenering hard te maken, zijn en blijven kinderrechten een verantwoordelijkheid van iedereen.

Op Vlaams niveau duidde de eerste coördinerend minister kinderrechten al in 1997 aanspreekpunten kinderrechten aan in het toenmalige ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. In 2002 werd dit een netwerk van aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid, en vandaag zijn die te vinden in twaalf Vlaamse departementen en een aantal agentschappen die strategisch zijn voor het jeugd- en kinderrechtenbeleid.

Bovenop het feit dat de uitvoering van het Jeugd- en Kinderrechtenbeleid op die manier verspreid zit over alle beleidsdomeinen, zijn er in heel het land uiteraard ontelbare 'kinderrechtenwetten' van kracht. Zo is er het decreet betreffende participatie op school van 2004, het decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp van 2006, het artikel 22bis uit de Belgische Grondwet over de bescherming van de morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit van kinderen, de Salduz wet over de verplichte bijstand door een advocaat bij het verhoor van minderjarige verdachten…

Al deze wetten vormen een rechtstreekse bescherming van de rechten van het kind, en moeten tot op lokaal niveau worden nageleefd.


De impact van het lokaal niveau op de bescherming van kinderrechten.


Wie na het lezen van deze inleiding nog steeds moedeloos is over de impact van het lokaal niveau op de bescherming van kinderrechten, zal vanaf dit tweede deel hopelijk worden gerust gesteld.

 

Naast de wettelijke verplichtingen biedt de invulling van een lokaal kinderrechtenbeleid een grote autonomie, met de eventuele verwarring van dien. Gelukkig biedt de geest van het Kinderrechtenverdrag heel wat houvast om mee aan de slag te gaan.

 

  • Kinderrechten als onlosmakelijk geheel: geen één recht zonder het ander

Het unieke karakter van het Kinderrechtenverdrag als verzameling van alle mogelijke rechten van kinderen onder de 18, kan een inspiratie zijn voor een lokaal kinderrechtenbeleid. Een gecoördineerd kinderrechtenbeleid gebeurt vanuit een helicopterview en vereist een totaalaanpak. Diensten die recht per recht aanpakken door te vertrekken vanuit hun eigen aanbod, zullen nooit een evenwichtige realisatie bereiken van alle kinderrechten.

  • Non-discriminatie als principe

Het kinderrechtenverdrag is er voor alle kinderen en in het bijzonder de meest kwetsbare. Een kinderrechtenstad is er voor elk kind zonder onderscheid in ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, vermogen, handicap of andere omstandigheden. Ook het actief aanpakken van discriminatie en uitsluiting is belangrijk, bijvoorbeeld door voeren van een anti-pestbeleid op scholen, het invoeren van praktijktesten op de woningmarkt of het streven naar een positief klimaat naar minderheidsgroepen en verschillende culturen in de openbare ruimte.

  • Participatie als pijler

Het Kinderrechtenverdrag is het eerste internationale verdrag waarin minderjarigen worden beschouwd als volwaardige dragers van rechten, die wel nog moeten beschermd worden, maar evenzeer gehoord.

Om kinderen het recht te geven op vrije meningsuiting, moeten ze die mening kunnen vormen, uiten en beluisterd worden. Hier kan het lokaal niveau bij uitstek een cruciale rol spelen. Participatie van kinderen begint waar ze zich bevinden: op school, in de openbare ruimte en binnen het vrijetijdsaanbod. Naast het aanpassen van formele inspraakprocedures op kindermaat, is het belangrijk dat kinderen op alle plekken waar ze komen worden behandeld als volwaardige burgers met een mening.

  • Het belang van het kind op de eerste plaats

Artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag bepaalt dat in alle maatregelen die kinderen betreffen, het belang van het kind een eerste overweging moet zijn. Dit stelt ons meteen voor 2 uitdagingen, namelijk welke maatregelen betreffen al dan niet het kind, en hoe bepaal je hun belang?

Het zou ons te ver leiden om hier de volledige toelichting van het Kinderrechtencomité uit de doeken te doen, maar belangrijk is in elk geval dat het nagaan van het belang van het kind zich niet mag beperken tot regelgeving die zich expliciet op kinderen richt. Het beleid mbt gezinsondersteuning, kinderopvang, vrijetijdsaanbod… zijn evidente domeinen. Daarnaast zijn er echter ook nog zaken als milieuwetgeving, ruimtelijke ordening, huisvestingsbeleid.. die een enorme impact op het leven van kinderen hebben. Het belang van het kind nagaan in deze of gene beslissing is geen sinecure, maar begint alvast met de reflex om verschillende afwegingen naast elkaar te plaatsen én het kind het recht geven om gehoord te worden.

  • Ga volop voor kinderrechteneducatie

Het belang van kinderrechteneducatie kan nauwelijks overschat worden. Rechten worden geschonden waar mensen hun rechten niet kennen. Door kinderen te leren over hun rechten, kunnen ze beter opkomen voor zichzelf maar staan ze ook stil bij de rechten van anderen. Kinderrechteneducatie is een belangrijke stap in het streven naar burgerschap, empathie en emancipatie van kinderen. Kinderrechteneducatie is echter niet alleen belangrijk voor kinderen.

Ondanks het feit dat heel wat deelaspecten zoals participatie, onderwijskansen, bescherming… behoren tot de kernmissie van veel diensten, zijn de kinderrechten zelf amper bekend bij professionelen die in contact komen met kinderen.

Het aanbieden van kinderrechteneducatie aan beroepsgroepen als jeugdwerkers, leerkrachten, politieagenten, hulpverleners… is van enorm belang in het realiseren van de kinderrechten.

 

Twee belangrijke bedenkingen om af te sluiten.

 

Laat je niet afschrikken door de rechtenbenadering. Een denken in rechten verlaat de klassieke benadering van diensten als 'winkel'. Een rechtenbenadering vereist een actieve aanpak, waarbij diensten en overheid garanderen dat élk kind onder hun bevoegdheid op gelijke basis zijn of haar recht op onderwijs, ontwikkeling, rust en geluk kan realiseren. Hiervoor moet worden samengewerkt met collega's, politici en diensten, maar ook met de rechthebbende kinderen zelf..

Veel mensen worden afgeschrikt door de activistische klank van een rechtendiscours, maar als elke betrokkene een actieve rol speelt in de solidaire realisatie van alle kinderrechten, heeft de overheid eigenlijk minder te doen dan in de rol van passieve aanbieder van diensten. De lokale overheid kan in deze redenering ook de hogere beleidsniveaus aanspreken op hún verantwoordelijkheden, die het lokale niveau moeten faciliteren.

 

En dan het allerlaatste: Vergeet het middenveld niet. Het Kinderrechtenverdrag doet een expliciet beroep op de actieve rol van alle betrokken rond kinderen en de kinderen zelf. Lokale verenigingen en vrijwilligers spelen een belangrijke rol in het leven van kinderen en gezinnen, en hebben een snel zicht op tendenzen van op de eerste rij. Waar slaagt het beleid er niet in om mensen te bereiken? Waar is burgersolidariteit een antwoord op noden en vragen? Welke oplossingen brengen kinderen en jongeren zelf aan?

Betrek het lokaal verenigingsleven bij de opmaak en uitvoering van je kinderrechtenbeleid en durf ze een rol geven als kritische actor.

 

Auteur : Carolien Patyn, Kinderrechtencoalitie Vlaanderen


Bronnen

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be