2018-03 Wie betaalt de ziekenhuisfactuur?

Kevin werd enkele jaren geleden in het ziekenhuis opgenomen met verstikkingsverschijnselen. De artsen deden een noodzakelijke ingreep. De ingreep en revalidatie brachten nogal wat kosten mee. Intussen is Kevin 18 geworden en krijgt hij plots de ziekenhuisfactuur van deze ingreep. Kan dit zomaar?


1.       De minderjarige kan schulden aangaan.

Het is een wijdverspreide misvatting bij niet-juristen dat minderjarigen zelf geen schulden kunnen aangaan of hebben. Soms hangen een aantal schulden wel degelijk 'in de lucht', wachtend op de meerderjarigheid van een jongere, die de mogelijkheid biedt van een bijkomend 'vermogen' dat kan worden aangesproken door een schuldeiser.

De misvatting vindt haar oorsprong in de definitie in het Burgerlijk Wetboek van de minderjarige als 'onbekwaam'. In de praktijk wordt wel aanvaard dat minderjarigen met onderscheidingsvermogen volledig bekwaam zijn om dagelijkse handelingen te stellen en kunnen zij contracten sluiten (aankopen doen, huren…).  Wat een dagelijkse handeling is, wordt door de rechter beoordeeld.  Als de rechter oordeelt dat het om een dagelijkse handeling gaat, is de overeenkomst met de minderjarige in principe geldig.

Als (de ouders van) de minderjarige kunnen aantonen dat de minderjarige benadeeld werd door dit contract, kan dit alsnog nietig worden verklaard. Het kan dan gaan om het geval waarbij een verkoper misbruik maakt van de onervarenheid van de minderjarige en bijvoorbeeld een te hoge prijs vraagt. (intrinsieke benadeling). In het geval van medische rekeningen zou het kunnen gaan om een zeer hoog honorarium van een niet-geconventioneerde arts. Meer waarschijnlijk lijkt in dergelijke situatie een extrinsieke benadeling  (de minderjarige die zichzelf benadeelt), bijvoorbeeld wanneer hij over onvoldoende middelen beschikt om zijn verbintenissen na te komen.  Lees meer hierover in het artikel op jeugdrecht.be: 2009-11 Kan een minderjarige een rechtsgeldig contract sluiten ?

Deze kwestie is vooral van belang wanneer de minderjarige zelf contracteert, zonder medeweten van de ouders of tegen de wil van de ouders in.

Meestal gebeuren medische ingrepen op vraag of minstens met instemming van de ouders. In dat geval kunnen de ouders de minderjarige wettelijk vertegenwoordigen. De ouders handelen dan niet in eigen naam maar in naam en voor rekening van het kind. Als de ouders de rekeningen niet betalen kan de minderjarige ook schulden opbouwen zonder zich hiervan bewust te zijn. (Zie verder onder punt 3)


2.       Toestemming geven voor een medisch ingrijpen impliceert geen akkoord met de financiële gevolgen.

Wanneer een jongere toestemt met een medische handeling betekent dit daarom nog niet dat hij ook akkoord gaat met de financiële gevolgen van deze handeling. De bekwaamheid van de minderjarige om zijn patiëntenrechten zelfstandig uit te oefenen (geïnformeerde toestemming met en recht op behandeling, recht op toegang tot het medisch dossier…) wordt geregeld in de wet op de patiëntenrechten. Volgens deze wet kan de medische beroepsbeoefenaar  zelf de bekwaamheid van de minderjarige inschatten. De medicus houdt hierbij rekening met zowel de leeftijd (meestal vanaf 12 jaar) als de ernst van de ingreep en de daaraan verbonden risico's. Als de minderjarige bekwaam wordt geacht om zijn patiëntenrechten zelfstandig uit te oefenen is de toestemming van de ouders niet nodig voor een medische behandeling.  Ook hierop gingen we reeds eerder dieper in op jeugdrecht.be: 2017-02 (on)bekwaamheid van minderjarige patiënten.  

 

3.       Hypothese 1: De ouders geven hun instemming met de medische behandeling.


3.1. In welke hoedanigheid geven ouders hun stilzwijgende of expliciete instemming?

Treden ze  op als wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige zoon of dochter, of treden ze  op als ouders die verplicht zijn voor hun kinderen te zorgen (onderhoudsplicht art 203 B.W.), en dus uit hun eigen naam.

Waarom is dit onderscheid zo belangrijk?

Als ze handelen vanuit hun onderhoudsplicht zijn zij als enigen aanspreekbaar op deze schuld. De ouder die Plopkoeken koopt voor zijn kinderen, sluit zelf het koopcontract af in eigen naam. De ouder die een GSM-abonnement afsluit voor zijn kinderen, verbindt zich zelf ten opzichte van de operator om de facturen te betalen. Ook ouders die een beroep doen op een derde om voor hun kind te zorgen, handelen vanuit hun plicht tot opvoeding en onderhoud (art 203 B.W.) en doen dit in persoonlijke naam. Ze staan dan ook volledig  in voor de vergoeding van de ziekenhuiskosten.

Als ze daarentegen optreden als wettelijke vertegenwoordigers  handelen ouders  in naam van en voor rekening van het kind (art. 376 B.W.). Hierdoor ontstaat een schuld in hoofde van het kind want het kind heeft de behandeling in zijn voordeel genoten .  Bij meerderjarigheid kan het kind daarvoor dan ook aangesproken worden  als de wettelijke vertegenwoordigers  tekort schieten.


3.2. Wat zegt de rechtspraak hierover?

De rechtspraak is hierover verdeeld.

Enerzijds is er rechtspraak die stelt dat de ouders handelden als wettelijke vertegenwoordigers van het kind.

De Rechtbank van Gent oordeelde op 18 februari 2010 dat 'hoewel niet blijkt uit de stukken dat de ouders persoonlijk gehouden zijn, bevestigt de omstandigheid dat de facturen en de ingebrekestellingen zijn opgesteld op naam van het kind en geadresseerd zijn aan deze laatste op zijn domicilie, dat deze gehandeld hebben qualitate qua (als wettelijke vertegenwoordiger dus). Deze argumentatie lijkt ons betwistbaar. Het ziekenhuis vraagt immers altijd de identiteitskaart van het kind (onder meer voor een registratie in e-health)  en vanaf dan staan alle stukken op naam van het kind, evenals de facturen. Dit bewijst niet dat de ouders zijn opgetreden als wettelijke vertegenwoordigers. Het heeft wel als gevolg dat het kind bij zijn meerderjarigheid deze schuld moet betalen.

Zelfs indien we aannemen dat de ouders optraden als wettelijke vertegenwoordigers, kan het ziekenhuis de ouders dan toch niet aanspreken omwille van hun onderhoudsplicht? De ouders zijn immers verplicht om deze kosten te dragen vanuit deze onderhoudsplicht.  Deze short cut (zijdelingse vordering) wordt echter niet aanvaard omdat de onderhoudsplicht alleen bestaat tussen de ouders en het kind. Het is een persoonlijke vordering van het kind en daarom kan het ziekenhuis zich hier niet op beroepen. De vordering omwille van de onderhoudsplicht kan alleen ingediend worden door het kind zelf. Het meerderjarig geworden kind zal de vergoeding met bijhorende gerechtskosten dus eerst zelf moeten vergoeden. Nadien kan hij deze kosten wel verhalen op zijn ouders maar wanneer de ouders insolvabel zijn, zet dit weinig zoden aan de dijk.

 

Er is ook andere rechtspraak en rechtsleer die stelt dat de ouders handelen vanuit hun wettelijke onderhoudsplicht en dat ze zich hierbij in eigen naam en persoonlijk verbinden. Zo verwerpt de rechtbank van Brussel het vonnis van een vrederechter die er van uitgaat dat de ouders in hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers handelden. "Als ouders hun kinderen meenemen naar een ziekenhuisdienst of hen daarheen laten gaan, handelen ze vanuit een persoonlijke verplichting. Ze engageren zich vanuit hun eigen vermogen en niet vanuit het vermogen van het kind dat er meestal geen heeft, zoals ze dit ook doen wanneer ze voor hun kinderen voeding, kleding en schoolgerief kopen…."

3.3. Hoe bepaalt men of ouders handelden als wettelijke vertegenwoordiger van hun kind dan wel vanuit hun onderhoudsplicht ?

Wanneer ouders hun kind naar het ziekenhuis brengen (of laten gaan) maken ze geen bewuste keuze over de  hoedanigheid van waaruit ze handelen. Er zijn echter goede argumenten om er van uit te gaan dat ze handelen vanuit hun onderhoudsplicht. We stelden hoger reeds dat het simpele feit dat de facturen op naam van het kind staan geen argument is dat de ouders optraden als wettelijke vertegenwoordigers aangezien dit een routinematige procedure is bij consultaties en opnames in een ziekenhuis. We mogen er daarentegen wel van uitgaan dat ouders handelen vanuit hun onderhoudsplicht aangezien deze onderhoudsplicht van openbare orde is. Ze betreft de grondslagen van de familiale ordening van de maatschappij.

Dit uitgangspunt zoals geformuleerd door Karine Joliton in de Journal de Droits des Jeunes, vinden we nergens terug in de overige rechtsleer.  Het lijkt ons dan ook wenselijk dat hier meer duidelijkheid over komt.  Het creëren van een wettelijk vermoeden dat ouders contracteren vanuit hun onderhoudsplicht bij schoolkosten en ziekenhuiskosten is een mogelijkheid. Ziekenhuizen zouden ook hun opnameformulieren en algemene voorwaarden in die zin kunnen aanpassen.


4.       Hypotese 2: De minderjarige vraagt volledig autonoom (of zelfs tegen de wil van de ouders) medische zorgen?

 De minderjarige kan  een contract aangaan met de arts, ook betreffende de financiële gevolgen. Als hij bijvoorbeeld een abortus wil laten uitvoeren, zonder medeweten van de ouders, kan dat. Hij zal dan zelf instaan voor de vergoeding van het ziekenhuis of de arts.  De arts bespreekt deze financiële gevolgen van de ingreep dus best vooraf met de jongere. Ook een voorziening van de jeugdhulp of een andere derde kan dit remgeld betalen.

Kan de jongere zich achteraf dan nog beroepen op benadeling wanneer hij niet in staat blijkt om zijn schuld in te lossen? Zolang hij minderjarig is zal het ziekenhuis zijn ouders moeten dagvaarden als wettelijke vertegenwoordigers, en zullen zij het ook zijn die het verweer over mogelijke benadeling moeten voeren. Als hij intussen meerderjarig is geworden, kan de jongere zelf in rechte optreden.

Kan de arts zich wenden tot de ouders voor betaling? Hier botsen we op het beroepsgeheim van de arts. Als de jongere zijn toestemming niet wil geven om de ouders in te lichten, kan de arts geen gerechtelijke stappen ondernemen zolang de jongere minderjarig is. Ook het ziekenhuis kan dit niet want het beroepsgeheim is absoluut. Als de jongere toestemming geeft, kan de arts zich richten tot de ouders als wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige maar na de meerderjarigheid is dit enkel een persoonlijke schuld van de jongere. De ouders staan volledig buiten dit contract. Nadat de jongere het ziekenhuis heeft vergoed kan hij de betaalde som  terugvorderen van zijn ouders voor zover het een noodzakelijke medische ingreep betrof.


5.       Verjaringstermijn

De verjaringstermijn voor ziekenhuiskosten is 2 jaar. Deze termijn kan gestuit worden en dan begint de termijn van 2 jaar opnieuw te lopen. Een stuiting ontstaat door de betekening van  een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling, of een beslag. Een aangetekend schrijven volstaat niet.

Dit is belangrijk omdat een meerderjarig geworden jongere daardoor niet zo gemakkelijk zal kunnen aangesproken worden voor schulden die jaren geleden zijn ontstaan, tenzij er reeds voordien gerechtelijke procedures zijn gestart.


6.       Enkele voorbeelden

Kevin werd opgenomen in het ziekenhuis tijdens zijn minderjarigheid  wegens verstikkingsverschijnselen.

Kevin heeft weliswaar ingestemd met deze ingreep maar hij  ging hiermee geen financiële verbintenis aan. De  ouders hebben de opnamepapieren ondertekend en gingen dus een contract aan met het ziekenhuis  omwille van hun onderhoudsplicht. Ze zijn gehouden om het ziekenhuis te vergoeden voor de geleverde diensten.

6.1. Situatie 1:  Kevin was 17 jaar bij de ziekenhuisopname.  Hij wordt samen met zijn ouders gedagvaard als hij meerderjarig is.

Hier kan Kevin bepleiten dat hij niet kan aangesproken worden omdat zijn ouders hebben gecontracteerd  in eigen naam als onderhoudsplichtigen en niet als wettelijke vertegenwoordigers. Het betreft hier immers een noodzakelijke ingreep waarvoor de ouders onderhoudsplichtig zijn. Onderhoudsplicht is van openbare orde.

Voor het geval dat de  rechter deze redenering niet volgt, en Kevin toch veroordeelt, kan hij een tegenvordering instellen tegen zijn ouders op basis van de onderhoudsplicht. In dat geval zal de rechter Kevin veroordelen om het ziekenhuis te vergoeden en meteen ook de ouders veroordelen om al deze kosten terug te betalen aan Kevin.  Kevin draagt dan wel het risico als de ouders insolvabel zijn want hij zal sowieso het ziekenhuis moeten vergoeden.

6.2.Situatie 2: Kevin was 17 jaar bij de ziekenhuisopname.  Hij wordt als enige gedagvaard als hij meerderjarig is.

Kevin zal dan de ouders  zo snel mogelijk moeten dagvaarden in tussenkomst zodat hij zich kan beroepen op de onderhoudsplicht van de ouders en eventueel ook meteen een tegenvordering kan instellen tegen de ouders (zie situatie hierboven). Hij loopt immers het risico dat hij zal veroordeeld worden om het ziekenhuis te vergoeden. In dat geval zou hij ook nadien nog verhaal kunnen uitoefenen via de familierechtbank op grond van hun onderhoudsplicht maar dit is risicovol want de ouders kunnen dan argumenteren dat ze de kans niet hebben gehad om zich te verdedigen voor de vrederechter die het vonnis heeft uitgesproken.

6.3.Situatie 3: Zelfde situatie maar nu is Kevin 15 jaar bij ziekenhuisopname en het ziekenhuis heeft een vonnis bekomen tegen de ouders als wettelijke vertegenwoordigers van Kevin. De ouders betalen niet. Van zodra Kevin 18 jaar is volgt een bevel tot betaling gericht aan Kevin.

Kevin moet het bedrag waartoe hij veroordeeld is zo snel mogelijk vergoeden evenals de kosten voor de deurwaarder om ervoor te zorgen dat de intresten niet oplopen.

6.4. Situatie 4: Zelfde situatie. Kevin is 15 jaar op moment  van de ziekenhuisopname en het ziekenhuis stuurt rappèl, aangetekend schrijven en na 2,5 jaar volgt uiteindelijk een dagvaarding van de ouders.

Op dat moment is de vordering verjaard. Noch de ouders, noch Kevin moeten de schade vergoeden.

MAAR als de advocaat van de ouders dit niet tegenwerpt op de zitting, kunnen ze desondanks worden veroordeeld en is Kevin uiteindelijk toch nog de dupe als de ouders niet betalen.

6.5. Situatie 5: Zelfde situatie. Kevin is 16 op moment van de ziekenhuisopname, na 2,5 jaar worden hij en zijn ouders gedagvaard. 

Kevin moet hier bepleiten dat de vordering is verjaard en zal niets meer hoeven te betalen. Zijn ouders evenmin.


7. Besluit

Hoewel sommige rechters in het voordeel van de jongere oordelen, is er absoluut geen zekerheid over de uitkomst. In de rechtsleer vinden we met uitzondering van de Journal des Droits des Jeunes telkens de bevestiging dat meerderjarig geworden jongeren kunnen aangesproken worden voor ziekenhuiskosten die ontstonden tijdens de minderjarigheid.

De onderhoudsplicht van ouders t.a.v. hun kinderen is, in tegenstelling tot de onderhoudsplicht van familieleden tav meerderjarige familieleden, van openbare orde omdat het behoort tot onze fundamentele maatschappelijke ordening dat ouders instaan voor de opleiding, verzorging en onderhoud van hun kinderen.

Het is maatschappelijk niet aanvaardbaar dat jongeren de medische facturen voor noodzakelijke zorgen gepresenteerd krijgen  bij hun meerderjarigheid. Het betreft daarenboven bijna uitsluitend kwetsbare jongeren die sowieso al een moeilijke start hebben.

Als we willen vermijden dat minderjarigen, met een schuldenberg  starten in hun volwassen leven, is het wenselijk dat hier meer duidelijkheid komt. Het moet een evidentie zijn, niet alleen vanuit morele overwegingen maar ook juridisch dat de ouders de financiële gevolgen dragen voor de medische zorgen van hun kinderen. Het creëren van een wettelijk vermoeden dat de ouders contracteren vanuit hun onderhoudsplicht bij schoolkosten en medische kosten behoort hierbij tot de mogelijkheden. Een andere optie is om de algemene voorwaarden bij ziekenhuisopname aan te passen.


Auteur: Lieve Balcaen, stafmedewerker SAM vzw, Steunpunt mens en samenleving


Bronnen

  • Gent, 30 januari 2013,Rev.trim.fam., 2014   ,afl 3,712.; TGR-TWVR,2013,afl 3,172
    Gent, 18 feb 2010, T. Vred., 2011,3-4,204-216: Rechtspraak : ouders handelen als wettelijke vertegenwoordigers van hun kind.
  • Gent 30 jan 2013, TGR-TWV RTDT, 2014,172; Vred Borgworm 19 okt 2006, JLMB, 2006, afl 2 84, Cass, 29 september 2008, nr .C.070101.F, www.cass.be;  Cass.7 januari 2008, T.Fam. 2015/8, 209:De vordering omwille van de onderhoudsplicht kan alleen ingediend worden door het kind zelf.
  • Rb Brussel 26 juni 1992,RGDC,1995,137;JDJ, mei 2003 nr 225 21-25;Brussel,26 juni,2000, A.J.T., 2000-01, 722; JDJ, mei 2003, nr 225, 22: Ouders handelen vanuit hun wettelijke onderhoudsplicht
  • Onderhoudsplicht is van openbare orde: Brouwers en Govaerts, Recht en Praktijk 86, Wolters Kluwer, 2015,  p. 472
  • Karine Joliton, 'les mineurs et les soins de santé', JDJ, nr 225 mei 2003, 19-22
  • Over verjaringstermijnen en de stuiting: Artikel 2277 bis B.W. « De rechtsvordering van verzorgingsverstrekkers met betrekking tot de door hen geleverde geneeskundige verstrekkingen, diensten en goederen, daar inbegrepen de vordering wegens bijkomende kosten, verjaart ten overstaan van de patiënt door verloop van een termijn van 2 jaar te rekenen vanaf het einde van de maand waarin deze zijn verstrekt." en artikel 244 BW ( stuiting)

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van Steunpunt Jeugdhulp en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be