2018-01 Instemming met de jeugdhulp door opvoedingsverantwoordelijken

Aurore is 1 jaar. Haar mama Cindy (23 jaar) was tijdens en na de zwangerschap verwikkeld in een vechtscheiding waarbij zij even opgevangen werd in een vluchthuis. Cindy verloor het gebruik van haar onderste ledematen door complicaties bij de bevalling. Zij vroeg hulp en baby Aurore kon terecht in een CKG. Tijdens de revalidatie leerde Cindy Stanny kennen en zij wonen nu 2 maanden samen. Stanny (53 jaar) vindt dat het tijd is dat Aurore naar huis komt, Cindy twijfelt. De familierechtbank bevestigde recent dat de ex-echtgenoot van Cindy niet de vader is van Aurore. Het CKG wil het nodige doen voor de verlenging van de indicatiestelling residentieel verblijf of pleegzorg bij de toegangspoort. Wie moet er instemmen met de verlenging van de uithuisplaatsing van Aurore?


Davy is 11 jaar. Samen met zijn 3 broertjes en zijn papa Joeri wordt hij begeleid door een contextbegeleider van het CKG en ze zijn daar ook al eens gaan 'logeren'. Zijn zusje verblijft in een MFC, zij heeft autisme.  Zijn mama verblijft in een psychiatrisch pleeggezin in Kasterlee. Papa leerde een jaar geleden Miranda kennen, zij is bij hen komen wonen en is nu hun 'nieuwe mama'. De 2 kindjes van Miranda zijn nog heel klein. Miranda is het absoluut niet eens met de 'bemoeienissen' van het CKG in hun gezin. Davy vindt dit jammer, hij kon met heel wat vragen terecht bij begeleider Sonja. Sonja wordt de deur gewezen door Miranda. En Joeri staat erbij en kijkt ernaar… Eindigt de begeleiding nu?


Sjoera is 16 jaar. Zij woont bij Adinda sinds ze een half jaar oud was, met begeleiding van een dienst voor pleegzorg. Er is geen bekende vader, en mama is altijd al zeer moeilijk bereikbaar geweest voor de begeleiding. De 2 jongere zusjes van Sjoera (4 en 2 jaar) werden door de jeugdrechter geplaatst in een ander pleeggezin. De vrijwillige plaatsing van Sjoera moet verlengd worden bij de toegangspoort, maar mama is onvindbaar. Zij zou naar het buitenland gevlucht zijn voor haar echtgenoot. De toegangspoort vraagt dat het nodige wordt gedaan om een voogd aan te stellen. De familierechtbank is niet overtuigd dat mama in de onmogelijkheid is om het ouderlijk gezag uit te oefenen, dus de voogdij valt niet open. Volstaat de toestemming van Sjoera en pleegmama zelf dan niet? Mama heeft Sjoera immers oorspronkelijk zelf bij haar buurvrouw Adinda gelaten en is daar nooit op teruggekomen.


Instemming van opvoedingsverantwoordelijken

Over de vereiste van instemming met de jeugdhulp in het algemeen, door kinderen en ouders/wettelijke vertegenwoordigers lees je meer in het artikel 2018-01 Instemming met de jeugdhulp door minderjarigen. en 2018-01 Instemming met de jeugdhulp door wettelijk vertegenwoordigers.

Maar ook de instemming van opvoedingsverantwoordelijken komt aan bod in de regelgeving van integrale jeugdhulp.

In het Decreet Integrale Jeugdhulp (DIJH, art 6) wordt gesteld dat de jeugdhulpverlening alleen kan uitgevoerd worden met de instemming van de ouders van de minderjarige en, in voorkomend geval, van zijn opvoedingsverantwoordelijken. Op de instemming door de minderjarige gaan we in dit artikel niet in. Lees hierover: 2018-01 Instemming met de jeugdhulp door minderjarigen.

Wie zijn opvoedingsverantwoordelijken? Het DIJH omschrijft hen als: 'andere natuurlijke personen dan de ouders die de minderjarige op duurzame wijze in feite onder hun bewaring hebben of bij wie de minderjarige geplaatst is door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid'.

Concreet kan het gaan om stiefouders (plusouders), al dan niet gehuwd met een ouder, een volwassen broer of zus die opvoedingstaken opneemt, grootouders of andere familieleden die in feite voor het kind zorgen, buren aan wie een kind voor langere tijd werd toevertrouwd, … . Het gaat dan niet over een korte opvang bij wijze van logeerverblijf. De opvoedingsverantwoordelijke wordt slechts als dusdanig gezien als het gaat om een 'duurzaam' opgenomen verantwoordelijkheid en verblijf bij die persoon.

Ook pleegzorgers zijn opvoedingsverantwoordelijken. Zij hebben volgens het DIJH een dubbele hoedanigheid: zowel (vrijwillige) jeugdhulpaanbieder als opvoedingsverantwoordelijke. Voor pleegzorgers geldt de voorwaarde van 'op duurzame wijze onder hun bewaring hebben' niet: zodra het kind bij hen geplaatst is, zijn zij opvoedingsverantwoordelijken.

(Professionele) begeleiders in de jeugdhulp die werken in een voorziening, zijn geen opvoedingsverantwoordelijken: zij werken in dienstverband in opdracht van een rechtspersoon (een vzw meestal), en het kind wordt aan die rechtspersoon / voorziening toevertrouwd, niet aan de individuele begeleider (natuurlijke persoon).


Als er naast de ouders ook opvoedingsverantwoordelijken betrokken zijn op een kind, moeten beiden instemmen met de jeugdhulp.

Wanneer een minderjarige geen ouders/wettelijk vertegenwoordiger heeft die instemming kunnen geven met de jeugdhulp, is het mogelijk dat (tijdelijk) de instemming van een opvoedingsverantwoordelijke volstaat om toch jeugdhulpverlening te kunnen bieden aan de minderjarige.  Vervolgens moeten dan wel stappen gezet worden om te zorgen dat er (terug) een wettelijke vertegenwoordiging voor de minderjarige wordt geïnstalleerd. (Het is in die situatie dat Sjoera zich bevindt.). Meer hierover kan je lezen in het Richtinggevend kader voor het omgaan met instemming van minderjarigen en ouders in de integrale jeugdhulp


Betrokkenen

Het DIJH stelt dat, uitgezonderd de gerechtelijke jeugdhulpverlening, de jeugdhulpverlening enkel kan worden verleend met instemming van de personen tot wie ze zich richt. De jeugdhulp berust op een vrijwillige medewerking van de betrokken personen.

Dus ook al is men geen opvoedingsverantwoordelijke, kan men toch betrokken zijn in de jeugdhulp en tracht de begeleiding de medewerking te bekomen van bvb inwonende gezinsleden die ook begeleid worden, of de partner van een vader waar het kind niet verblijft maar slechts af en toe op bezoek komt...


Wettelijk vertegenwoordigers

Het is mogelijk dat een pleegzorger wordt aangesteld als voogd over het eigen pleegkind. In dergelijke situatie is hij/zij de wettelijke vertegenwoordiger van het kind en is enkel de instemming van de pleegzorger/voogd vereist om de pleegzorg te continueren. Over welke soorten wettelijke vertegenwoordigers mogelijk zijn, lees je meer in het artikel : Gewone voogdij wanneer

Wanneer de voogdij (nog) niet is opengevallen, omdat de situatie van de ouder(s) niet als 'onmogelijk om het ouderlijk gezag uit te oefenen' wordt ingeschat, terwijl zij toch stilzitten en niet reageren op pogingen tot contact of gesprek, ontstaat een feitelijke lacune in de uitoefening van beslissingsrecht en vertegenwoordiging, ten nadele van de minderjarige. Er is dan niemand die het kind geldig vertegenwoordigt. In dergelijke situaties kan het parket van de Procureur des Konings de familierechtbank vatten om een beslissing te nemen in plaats van de ouders (art 387bis BW). Het vonnis komt dan in de plaats van de ouderlijke machtiging. Lees hierover het artikel: 2017-06 Ouder(s) spoorloos

Pleegzorgers die sinds meer dan een jaar een pleegkind opvangen, kunnen sedert de wet inzake het statuut van de pleegzorger in werking trad, ook zelf naar de familierechtbank (of jeugdrechtbank) stappen en vragen dat de rechter het grootste deel van de ouderlijke bevoegdheden gedwongen delegeert aan hen. In het eerste jaar van een perspectiefpleegzorg hebben zij ook al een initiatiefrecht bij de rechtbank, maar kunnen dan enkel vragen dat de rechter een concrete beslissing neemt in het belang van het kind. Lees artikel 2017-05 Statuut Pleegzorger en de brochure : Statuut voor pleegzorgers.

Wanneer de rechter alle aspecten van ouderlijk gezag die betrekking hebben op opvoeding, gezondheid, opleiding, ontspanning, levensbeschouwing... delegeert/homologeert ten name van de pleegzorger, dan is de bevoegdheid om in te stemmen met de jeugdhulp daarin inbegrepen. Als de rechtbank de delegatie uitspreekt of homologeert, volstaat de instemming van de pleegouder – tot de ouder deze delegatie zou aanvechten voor de rechtbank.

 

Geen instemming pleegzorger

Wanneer een pleegzorger niet langer instemt met een voortzetting van de pleegsituatie (omwille van verminderde draagkracht, of te zwaar wegende problematiek bij het kind, of ….), kan de plaatsing niet verlengd worden. De dienst voor pleegzorg dient dan in te staan voor een verantwoorde afsluiting van de pleegzorgsituatie. Als zich een crisis voordoet waardoor verder verblijf van het kind zelfs in een overgangsfase onmogelijk is geworden, zal de dienst voor pleegzorg het nodige doen om een oplossing te zoeken.

Het is niet mogelijk om dwang uit te oefenen ten opzichte van een pleegzorger. De definitie van pleegzorg gaat uit van zorg waarbij een pleegzorger vrijwillig, onder begeleiding van een dienst voor pleegzorg en tegen een kostenvergoeding, een of meerdere pleegkinderen en/of pleeggasten opvangt. De pleegzorger zal anderzijds een minderjarig kind niet zomaar op straat kunnen zetten en moet de dienst inschakelen.

In het kader van Integrale Jeugdhulp kan verwezen worden naar de discussie over opname- en begeleidingsplicht van voorzieningen, waar een collectieve verantwoordelijkheid voor een moeilijk begeleidbare jongere over jeugdhulpnetwerken dient gespreid te worden. Van een individuele vrijwilliger kan niet een dergelijk professioneel zwaar engagement worden verwacht. Mogelijk kan er nog wel een beperkter engagement van de pleegzorger bekomen worden, zodat deze niet volledig uit het leven van de minderjarige verdwijnt.

 

Casussen

Cindy erkent in het gesprek met de begeleiding dat zij alleen de zorg voor Aurore niet aankan. Stanny wordt door het CKG niet bevraagd, daar hij nog maar sedert 2 maanden bij Cindy inwoont en nog geen duurzame zorg voor Aurore heeft opgenomen. Hij is dus geen opvoedingsverantwoordelijke. De plaatsing in het CKG wordt verlengd door de Toegangspoort. Een maand later komt Stanny Aurore ophalen in het CKG. Hij heeft een kopie van haar geboorteakte bij, waaruit blijkt dat hij Aurore erkend heeft als zijn kind. Als wettelijke vader verzet hij zich tegen de continuering van de jeugdhulp. Aurore keert niet meer terug naar het CKG.


Miranda is opvoedingsverantwoordelijke voor Davy en zijn broertjes. Niet voor zijn zusje, want zij wordt in de weekends opgevangen door de grootouders. Het CKG ziet zich geconfronteerd met een gebrek aan instemming door Miranda voor verdere thuisbegeleiding. Daar zij de situatie van het gezin (met inbegrip van de baby's van Miranda) als verontrustend inschatten,  wordt na meerdere pogingen tot gesprek hierover met Miranda  beslist de gemandateerde voorziening in te schakelen. (Lees het artikel '2014-03 Ernstig verontrust in een kind : wat doe je met je beroepsgeheim?


Adinda is als pleegzorger opvoedingsverantwoordelijke. Zij kon dus reeds tijdelijk haar instemming geven met de verderzetting van de pleegzorg, maar de toegangspoort vraagt dat er toch wel werk wordt gemaakt van een geldige wettelijke vertegenwoordiging voor Sjoera. Er is in deze casus geen sprake van het openvallen van de voogdij. Adinda vraagt aan de familierechtbank, met steun van de dienst voor pleegzorg, een gedwongen delegatie van alle ouderlijke bevoegdheden die kunnen gedelegeerd worden aan een pleegzorger. De oproeping van mama kan niet in België aan haar betekend worden, zodat de kennisgeving van de procedure bij de familierechtbank geldig aan het parket wordt betekend. De  familierechtbank kent de vordering van Adinda vervolgens bij verstek lastens mama aan Adinda toe, na Sjoera ook gehoord te hebben. Tot Sjoera meerderjarig is kan Adinda haar voortaan rechtsgeldig vertegenwoordigen en namens haar beslissen. Voor de verderzetting van de pleegzorg is haar toestemming als wettelijk vertegenwoordiger van Sjoera voldoende.

 

Auteur: Min Berghmans, vzw SAM, steunpunt Mens en Samenleving, team Jeugdrecht.be

 

Bronnen:

  • Art 6 Decreet IJH: Met uitzondering van de gerechtelijke jeugdhulpverlening kan de jeugdhulpverlening alleen worden verleend met instemming van de personen tot wie ze zich richt. De jeugdhulp berust op een vrijwillige medewerking van de betrokken personen. Ze worden maximaal betrokken bij de jeugdhulpverlening. De jeugdhulpverlening kan alleen uitgevoerd worden met :
    1° de instemming van de ouders van de minderjarige en, in voorkomend geval, van zijn opvoedingsverantwoordelijken;
    2° de instemming van de min-twaalfjarige, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit, als blijkt dat de min-twaalfjarige tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, of de instemming van de minderjarige die twaalf jaar of ouder is, of nadat de minderjarige werd gehoord als die jonger is dan twaalf jaar.In het belang van de minderjarige kan er van de noodzakelijke instemming, vermeld in het vijfde lid, worden afgeweken, wanneer die instemming omwille van omstandigheden niet onmiddellijk kan worden verleend en in afwachting dat ze wordt verleend, of wanneer die instemming omwille van omstandigheden niet uitdrukkelijk kan worden verleend. In die gevallen is afwijking mogelijk op voorwaarde dat :1° de afwijking genotuleerd wordt; 2° de afwijking gemotiveerd wordt;3° er in de motivatie wordt verwezen naar het belang van de minderjarige waarbij duidelijk wordt omschreven over welk belang van de minderjarige het gaat;4° er in de motivatie wordt aangetoond dat het mogelijke werd gedaan om de werkelijke instemming te verkrijgen.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be