2018-01 Instemming met de jeugdhulp door minderjarigen

De 11-jarige Laurens spreekt op school de CLB-medewerker aan met de vraag om een gesprek. Tijdens dat gesprek, blijkt dat Laurens gepest wordt op school en hulp zoekt om het hoofd te kunnen bieden aan deze situatie. De CLB-medewerker wil natuurlijk graag helpen maar vraagt zich af of ze dit kan zonder de instemming van Laurens ouders.

Kyano, 17 jaar, kan de vele ruzies thuis niet meer aan. Het liefst wil hij, met begeleiding, op zichzelf gaan wonen maar zijn ouders zijn hiermee niet akkoord. Kyano gaat langs bij het JAC om zijn opties te bespreken.

Els die 15 jaar is, worstelt met haar seksuele geaardheid. Ze klopt aan bij het CGG met de vraag of ze er eventueel terecht kan voor ondersteuning. Ze wil niet dat haar ouders hiervan op de hoogte gebracht worden. Kan dit?

 

INLEIDING

Of het aan de wettelijke vertegenwoordigers van minderjarigen (ouders of voogd), of aan de minderjarigen zelf toekomt om (mee) in te stemmen met de jeugdhulp, of niet, is in grote mate afhankelijk van de (on)bekwaamheid van de minderjarigen.

Zie over de instemming van de wettelijk vertegenwoordigers : 2018-01 Instemming met de jeugdhulp door wettelijk vertegenwoordigers.

MINDERJARIGEN ZIJN VOLGENS HET BURGERLIJK WETBOEK HANDELINGSONBEKWAAM

Het Belgisch Burgerlijk Wetboek (B.W.) voert een beschermingsstatuut in voor minderjarigen: 

Enerzijds stelt het B.W. dat minderjarigen handelingsonbekwaam zijn, waardoor ze in principe geen handelingen kunnen stellen die juridische gevolgen met zich meebrengen.
Anderzijds stelt het Burgerlijk Wetboek ook dat minderjarigen onder het gezag van hun ouders of voogd vallen tot ze meerderjarig worden(die hierdoor alle belangrijke beslissingen kunnen nemen over de minderjarigen), en dat minderjarigen moeten vertegenwoordigd worden in het rechtsverkeer door hun wettelijke vertegenwoordigers (ouders of voogd).


De motivatie achter de principiële handelingsonbekwaamheid van minderjarigen is de veronderstelling dat minderjarigen wilsonbekwaam of incompetent zijn: minderjarigen kunnen onvoldoende inschatten wat in hun belang is, én kunnen onvoldoende de gevolgen van hun daden inschatten waardoor ze, in hun belang, moeten beschermd worden.

 

Sinds enkele decennia, en zeker de laatste 10 à 20 jaar, wordt echter steeds meer getwijfeld aan het standpunt dat minderjarigen incompetente wezens zouden zijn die geen rationele beslissingen kunnen nemen en die daarom moeten beschermd worden door hen de mogelijkheid te ontnemen om juridische handelingen te stellen of beslissingen te nemen. We zien dan ook de voorbije jaren steeds meer uitzonderingen opduiken die het mogelijk maken dat minderjarigen bepaalde juridische beslissingen zelfstandig kunnen nemen. Momenteel bestaan er 2 regelgevingen die een belangrijke uitzondering voorzien op de algemene onbekwaamheid van minderjarigen: het Decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de integrale jeugdhulp (DRM) en de Wet Patiëntenrechten (W.P.).Lees meer over de minderjarige patiënt in : 2017-02 (on)bekwaamheid van minderjarige patiënten.

 

DECREET RECHTSPOSITIE VAN DE MINDERJARIGE IN DE INTEGRALE JEUGDHULP (DRM)


Het DRM somt alle rechten op van minderjarigen die jeugdhulp krijgen binnen de integrale jeugdhulp.

Art. 8 DRM stelt dat minderjarigen het recht hebben om geïnformeerd vrij in te stemmen met de buitengerechtelijke jeugdhulp of om die te weigeren.

 

1. Bekwame minderjarigen

Art. 4 DRM stelt dat minderjarige cliënten o.a. het recht om in te stemmen met de jeugdhulp pas zelfstandig mogen uitoefenen op voorwaarde dat ze tot een redelijke beoordeling van hun belangen in staat zijn, en dus wilsbekwaam zijn. Het DRM hanteert hierbij het vermoeden dat minderjarigen van 12 jaar of ouder, bekwaam zijn.
De jeugdhulpverlener kan een minderjarige van jonger dan 12 jaar toch als wilsbekwaam inschatten wanneer de minderjarige én voldoende kan inschatten wat in zijn belang is, én voldoende kan inschatten wat de gevolgen van zijn beslissingen en zijn daden zijn. Het is dus de betrokken hulpverlener die, in dialoog met de minderjarige en zijn ouders, uiteindelijk oordeelt of een minderjarige al dan niet bekwaam is. Wanneer hij hierbij afwijkt van het vermoeden uit het DRM motiveert hij dit best grondig in het hulpverleningsdossier van de minderjarige.

Wanneer de minderjarige onbekwaam is, zal de instemming van zijn wettelijke vertegenwoordigers (ouders of voogd) nodig zijn om buitengerechtelijke jeugdhulp te kunnen verlenen. ( lees hierover: 2018-01 Instemming met de jeugdhulp door wettelijk vertegenwoordigers.)


2. Geinformeerd instemmen of weigeren

Het is voor bekwame minderjarigen enkel mogelijk met hulpverlening in te stemmen of deze te weigeren indien ze over voldoende, duidelijke informatie beschikken over de inhoud van de concrete jeugdhulpverlening, de mogelijke alternatieven, de gevolgen van het al dan niet instemmen met de aangeboden jeugdhulp,...

Art. 11 DRM bepaalt dan ook dat minderjarigen recht hebben op duidelijke, volledige en begrijpelijke informatie over de jeugdhulp en over alles dat daarmee verband houdt. Art. 12 DRM voorziet verder dat de communicatie met minderjarigen in een voor hen begrijpelijke taal moet verlopen, afgestemd op hun leeftijd en maturiteit. Men moet hierbij bovendien ook rekening houden met de emotionele toestand en de draagkracht van de minderjarigen.

Deze rechten vertalen zich in de praktijk in een actieve informatieplicht voor jeugdhulpverleners. Zij moeten minderjarigen op regelmatige tijdstippen op een duidelijke en aangepaste manier informeren.

 

3. Buitengerechtelijke jeugdhulp

Uiteraard is de instemming van een bekwame minderjarige enkel nodig voor het organiseren van buitengerechtelijke jeugdhulp.

Zonder de instemming van de bekwame minderjarige kan de buitengerechtelijke jeugdhulp niet georganiseerd worden. Indien er sprake is van verontrusting, en ook met tussenkomst van een Gemandateerde Voorziening (OCJ of VK) geen akkoord kan bereikt worden, kan het dossier wel doorgestuurd worden naar de jeugdrechtbank. De jeugdrechter kan dan bepaalde jeugdhulp opleggen. De instemming van de minderjarige met deze gerechtelijke jeugdhulp is niet vereist.

 

DECREET INTEGRALE JEUGDHULP (DECREET IJH)

 

Sinds 2013 stelt artikel 6 van het het decreet integrale jeugdhulp dat om buitengerechtelijke jeugdhulp te bieden de instemming nodig is van iedereen tot wie de jeugdhulp zich richt.


Hierdoor zal de instemming van de bekwame minderjarige vaak niet voldoende zijn om buitengerechtelijke jeugdhulp te kunnen bieden. Wanneer jeugdhulp dermate ingrijpend is dat ze ook een uitwerking kent naar de wettelijke vertegenwoordigers (bv. de ouders) van de bekwame minderjarige, of in voorkomend geval naar zijn opvoedingsverantwoordelijken, zullen ook deze laatsten moeten instemmen voor er buitengerechtelijke jeugdhulp kan geboden worden.

Enkel wanneer de buitengerechtelijke jeugdhulp zich alleen naar de bekwame minderjarige richt, zal zijn instemming dus voldoende zijn om aan de slag te kunnen gaan. Men neemt daarnaast ook aan dat een 17-jarige steeds alleen jeugdhulp kan aanvragen wanneer die pas moet uitgevoerd worden nadat hij meerderjarig werd.

 

Het komt er in de praktijk op neer dat wilsbekwame minderjarigen zelfstandig kunnen instemmen met de buitengerechtelijke jeugdhulp aangeboden door het JAC, door het CLB, en meestal ook door het CGG. De instemming van hun wettelijke vertegenwoordigers (ouders of voogd) is in dat geval niet nodig.
Wilsbekwame minderjarigen moeten, onder toepassing van art. 8 DRM, ook instemmen met alle andere buitengerechtelijke jeugdhulp bv. een langdurige begeleiding, residentiële jeugdhulp, jeugdhulp die geboden wordt na tussenkomst van de intersectorale toegangspoort (ITP),... Maar bij deze laatste vormen van jeugdhulp is ook de instemming van hun wettelijke vertegenwoordigers (ouders of voogd), of in voorkomend geval de opvoedingsverantwoordelijken nodig.

 

Merk op: Jeugdhulpverleners hebben in principe beroepsgeheim t.a.v. ouders van hun bekwame minderjarige cliënten. Wanneer ouders onder toepassing van art. 6 decreet IJH echter mee moeten beslissen over de jeugdhulp die zich ook tot hen richt, zullen ze uiteraard ook bepaalde informatie moeten krijgen om kwaliteitsvolle beslissingen te kunnen nemen.


CASUSOPLOSSING

De CLB-medewerker kan zich niet beroepen op het vermoeden uit het DRM om Laurens als bekwaam in te schatten, aangezien hij nog maar 11 is. Wanneer ze van mening is dat Laurens inderdaad onbekwaam is, heeft ze de instemming van Laurens zijn ouders nodig om met hem aan de slag te kunnen gaan en zal ze hen moeten inlichten over zijn situatie.
Mocht de CLB-medewerker echter van mening zijn dat Laurens ondanks zijn jonge leeftijd, wel voldoende in staat is om in te schatten wat in zijn belang is, én wat de gevolgen van zijn beslissingen en daden zijn, kan ze hem toch als bekwaam inschatten. Ze motiveert dit best in zijn dossier. Laurens kan dan als bekwame minderjarige zelfstandig de hulp inroepen van het CLB. En de CLB-medewerker kan dan ook haar beroepsgeheim bewaren tegenover zijn ouders.

 

Kyano kan, als bekwame minderjarige, zonder medeweten en zonder instemming van zijn ouders zijn situatie en mogelijkheden bespreken met een JAC-medewerker. Om begeleid zelfstandig te gaan wonen, heeft hij echter wel de instemming van zijn ouders nodig (of een uitspraak in deze zin van de jeugdrechter) omdat dergelijke, ingrijpende jeugdhulp ook een impact heeft op hen. Kyano kan, omdat hij reeds 17 is, wel zonder instemming van zijn ouders al jeugdhulp aanvragen om uit te voeren na zijn 18de verjaardag.

 

De medewerkers van het CGG passen art. 4 DRM toe en schatten Els dus als bekwaam in. Men is bovendien van mening dat de buitengerechtelijke jeugdhulp waar Els om vraagt zich alleen tot haar richt. Haar instemming volstaat hier dus om therapie op te starten. De instemming van haar ouders is niet nodig.
Het beroepsgeheim is hier dan ook van toepassing: de jeugdhulpverleners zullen de ouders van Els in principe niet informeren over haar hulpvraag. Enkel indien de hulpverleners zich tijdens het hulpverleningstraject plots ernstig zorgen zouden maken om deEls integriteit van Els, kunnen ze zich op de noodtoestand beroepen om uitzonderlijk toch haar ouders in te lichten.

 

Auteur : Nele Desmet, tZitemzo vzw


Bronnen 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be