2017-08 Mogen niet begeleide minderjarige vreemdelingen reizen

Jawad is een NBMV van 17 jaar. Op zijn 14e vluchtte hij vanuit Afghanistan richting Europa. Hij kwam uiteindelijk in België terecht. Qua documenten had hij enkel zijn Taskara (Afghaans identiteitsdocument). Hij vroeg asiel aan en kreeg één jaar geleden het statuut subsidiaire bescherming omwille van een reëel risico op willekeurig geweld.. Hij kreeg een A-kaart. Jawad krijgt inmiddels een (equivalent) leefloon van het OCMW en wordt begeleid door een dienst CBAW (Contextbegeleiding in functie van Autonoom Wonen). Zijn neef, die ook gevlucht is uit Afghanistan, is in Frankrijk terecht gekomen en heeft Jawad uitgenodigd in Lyon. Jawad wil graag ingaan op de uitnodiging en de eerstvolgende schoolvakantie voor één week naar daar gaan.

Mogen (ex)NBMV reizen? Met welke documenten? Hoelang? Waarheen? Wie moet op de hoogte gebracht worden? Wat als ze geen paspoort kunnen bekomen via hun eigen ambassade?

1. Documenten


Ja, NBMV mogen reizen mits ze beschikken over de nodige documenten:

  •     Geldige elektronische vreemdelingenkaart (verblijfskaart)
  •     Jongeren in asielprocedure kunnen niet reizen, tenzij schoolreizen/pleegzorg.
  •     Geldig paspoort
  •     Indien van toepassing: visum
  •     Reistoelating van de voogd (op aanraden van Buitenlandse  Zaken)

De algemene regel is dat je een paspoort aanvraagt bij de ambassade van het herkomstland van de jongere. Een visum vraag je aan bij de ambassade van het land waar de jongere naartoe wil reizen. De adressen van de buitenlandse ambassades in België staan op de website van de FOD Buitenlandse Zaken.

Jongeren die erkend zijn als vluchteling kunnen géén paspoort bekomen via de eigen overheid (ambassade van het herkomstland). Onder meer zij kunnen een reisdocument krijgen via de paspoortdienst van de gemeenten (zie verder).

Opgelet: De subsidiaire beschermingsstatus kan verleend worden op basis van drie gronden: a: doodstraf of executie, b: foltering of onmenselijke of vernederende behandeling/bestraffing, c: een ernstige bedreiging als gevolg van willekeurig geweld in het geval van een gewapend conflict. In de meeste gevallen krijgen jongeren subsidiaire bescherming op basis van willekeurig geweld. Als de bescherming niet verleend werd op basis van deze laatste reden, is het aangewezen om bij het CGVS na te gaan of contact met de ambassade van het land van herkomst het statuut van bescherming niet in het gedrang brengt.

Jawad beschikt over een geldige elektronische vreemdelingenkaart (A-kaart). Om naar Frankrijk te reizen zal hij ook een paspoort moeten aanvragen. In dit geval is de algemene regel van toepassing en zal Jawad een paspoort moeten aanvragen bij de Afghaanse ambassade in Brussel.


2. Hoelang? Waarheen?

De jongere kan gedurende drie maanden per semester zonder visum reizen naar een ander Schengenland (m.u.v. Zwitserland voor erkend vluchtelingen of erkend staatlozen). Voor een reis buiten de Schengenzone is meestal wel een visum vereist. Als de jongere meer dan drie maanden naar het buitenland gaat dan heeft hij het recht om terug te keren tot één jaar na zijn vertrek.

Jawad gaat voor één week naar Frankrijk. Frankrijk ligt binnen de Schengenzone. Een visumaanvraag zal niet nodig zijn.

!Terugkeer naar het land van herkomst! houdt zowel voor jongeren die erkend zijn als vluchteling als voor jongeren die subsidiaire bescherming kregen het risico! in dat ze hun statuut verliezen. Het feit dat de jongere terugkeert leidt niet automatisch tot verlies van het statuut, maar het kan wel een aanwijzing zijn voor het CGVS om de situatie te herevalueren.


3. Wie op de hoogte brengen?

Als de jongere meer dan drie maanden het land wil verlaten moet hij de gemeente van zijn verblijfplaats inlichten over zijn reisplannen. De jongere krijgt dan een bijlage 18 (attest van vertrek). Na terugkeer moet hij zich binnen de 15 dagen opnieuw aanmelden bij de gemeente.

Als de jongere financiële steun krijgt van het OCMW is hij verplicht het OCMW in te lichten als hij een reis naar het buitenland plant van één week of meer. Tijdens zijn verblijf in het buitenland blijft hij zijn OCMW steun behouden tenzij het een verblijf is van langer dan vier weken of als het totaal van de reizen tijdens het kalenderjaar de vier weken overschrijdt. In deze gevallen wordt het (equivalent) leefloon geschorst. Het OCMW kan hier anders over beslissen indien er uitzonderlijke omstandigheden zijn.

Er zijn mogelijk hulpverleners betrokken op de jongere, die bij afwezigheid verontrust zouden kunnen zijn. Het is dan ook aangeraden hen te informeren over een eventuele afwezigheid zodat ze niet uitgaan van een mogelijk onrustwekkende verdwijning.

Jawad wil één week naar Lyon dus zal zijn OCMW-assistent op de hoogte moeten brengen van zijn reis. Als hij het totaal van vier weken nog niet heeft overschreden zal hij zijn equivalent leefloon behouden. Jawad wordt ook begeleid in het kader van autonoom wonen. Ook hier is het uiteraard aan te raden om de begeleider/dienst op de hoogte te brengen van een eventuele afwezigheid.

Buitenlandse Zaken stelt dat er geen  Belgische of internationaal afgestemde formulieren of procedures bestaan die de regels m.b.t. ouderlijke toestemming voor reizen van minderjarigen vastleggen. Toch raden ze aan om schriftelijke toestemming te geven wanneer een minderjarige alleen reist of in het gezelschap van andere personen dan de ouders/ voogd. Zo’n reistoelating voor minderjarigen of ‘ouderlijke machtiging’ is een document waarop de ouders of de voogd toelating geven aan het minderjarig kind om naar het buitenland te reizen. Dit document kan je aanvragen bij de dienst burgerzaken van de gemeente.(zie hierover: 2015-05 Als minderjarige zonder je ouders op reis vertrekken)

Jawad is een NBMV dus heeft een voogd. Hij licht zijn voogd in van zijn reisplannen en op aanraden van Buitenlandse Zaken gaat de voogd naar de gemeente voor het opmaken van een reistoelating.

In de luchtvaartsector worden jongeren vanaf 16 meestal als volwassen passagiers beschouwd en worden geen bijkomende documenten zoals een reistoelating gevraagd. MAAR, om onaangename verrassingen te voorkomen kan je best op voorhand even informeren bij de luchtvaartmaatschappij en bij de ambassade van het land van bestemming over eventuele extra documenten die nodig zijn als een minderjarige alleen reist of in ander gezelschap dan de beide ouders/voogd. Maar, los van de al dan niet wettelijke verplichtingen, blijft het aangewezen om de voogd hoe dan ook op de hoogte te brengen van een mogelijk reis.


4. Waar, onder welke voorwaarden en hoe kan de jongere een reisdocument aanvragen als het niet kan via de eigen ambassade?


Algemeen

Jongeren die geen paspoort kunnen krijgen via de ambassade van het herkomstland kunnen sinds 1 januari 2018 een reisdocument aanvragen bij de paspoortdiensten van de gemeente (de gemeente waar de jongere is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister). Tot voor kort gebeurde dit door de provincies.

De paspoortdienst van de gemeente is bevoegd voor de aanvraag en de afgifte van het reisdocument. Het document is twee jaar geldig, voor alle landen en verliest zijn geldigheid als de jongere zijn verblijfsrecht in België heeft verloren of als zijn nationaal statuut verandert.

België geeft volgende reisdocumenten af: een reisdocument voor erkende vluchtelingen (blauwe kaft), een reisdocument voor erkende staatlozen (grijze kaft) en een reisdocument voor vreemdelingen (rode kaft).

Onder welke voorwaarden?

Jongeren kunnen een reisdocument bij de paspoortdienst krijgen op voorwaarde dat:

  • Hun identiteit vaststaat: geen vermelding DECL bij de naam op de verblijfskaart.

Zekerheid over de identiteit is een absolute voorwaarde voor de afgifte van een reisdocument. In geval van onzekerheid over de identiteit zal op de verblijfskaart van de jongere DECL (declare) staan. Wanneer deze term op de verblijfskaart staat betekent dit dat er nooit enig (officieel) identiteitsdocument is voorgelegd.  De naamsvermelding is dan gebaseerd op de verklaring van de jongere en niet op een identiteitsbewijs. De verwijdering van DECL is een zaak tussen de jongere, de gemeente en de Dienst Vreemdelingenzaken. Een verwijdering is mogelijk als je bijvoorbeeld nieuwe documenten kan voorleggen die je identiteit kunnen bewijzen.

  •  Ze een verblijfsrecht hebben van onbepaalde duur of subsidiaire bescherming hebben.

Om een reisdocument te bekomen moet de jongere een verblijf van onbepaalde duur in België hebben. Omwille van internationale verplichtingen moet België immers kunnen garanderen dat de jongere tijdens de volledige geldigheidsduur van het reisdocument het recht heeft om terug te keren. Subsidiaire bescherming is de enige situatie waarin een verblijfsrecht van beperkte duur voor een aanvraag voor een reisdocument voor niet-Belgen aanvaard wordt.

  • Er zekerheid is over hun nationaliteit.

De nationaliteit van de jongere moet duidelijk vaststaan. Als de nationaliteit onbekend is, is het onmogelijk na te gaan welk land de jongere een paspoort zou weigeren af te geven.

  • Ze geen paspoort kunnen krijgen bij de eigen overheid.

Als de jongere is erkend als staatloze of erkend vluchteling  is het al officieel bevestigd dat hij geen nationaal paspoort kan bekomen. Naast deze twee statuten zijn er ook andere categorieën waarbij Buitenlandse Zaken aanvaard dat ze geen paspoort kunnen krijgen via hun eigen overheid en daarom in aanmerking komen voor een Belgisch reisdocument.
Het gaat hier onder meer over personen met subsidiaire bescherming die over een attest van het CGVS beschikken waaruit blijkt dat ze onmogelijk een paspoort via de eigen overheid kunnen krijgen én over  niet-begeleide minderjarigen. In beide gevallen komen ze pas in aanmerking als ook aan de andere 4 voorwaarden voldaan is.

  • Er geen vrijheidsbeperkende maatregelen zijn.

Van zodra iemand 16 is, zal de paspoortdienst ook het lokale parket raadplegen om na te gaan of er geen vrijheidsbeperkende maatregelen van toepassing zijn.


Hoe?

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee groepen:

  • Is de jongere erkend vluchteling of staatloos dan kan de aanvraag rechtstreeks bij het gemeentebestuur (waar de jongere is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister) gedaan worden. De jongere neemt zijn verblijfskaart mee en een normconforme foto. De gemeente registreert de aanvraag en zal het reisdocument afleveren.

  • Behoort de jongere tot een andere categorie vreemdelingen, bijv. subsidiair beschermden, dan zal eerst een akkoord van FOD Buitenlandse Zaken nodig zijn vooraleer de aanvraag kan ingediend worden bij de gemeente waar hij/zij is ingeschreven. Er zal dan aan de hand van een vragenlijst (site van diplomatie België) nagegaan worden of de jongere voldoet aan de voorwaarden om een reisdocument voor vreemdelingen aan te vragen. Als uit de vragenlijst blijkt dat de jongere voldoet aan de voorwaarden, moet er een mail gestuurd worden naar passeport@diplobel.fed.be (met het onderwerp: "Aanvraag van een reisdocument voor een vreemdeling”) of een brief (FOD Buitenlandse Zaken, Directie Reis- en identiteitsdocumenten, dienst C2.2 Individuele dossiers & nationale regelgeving, Karmelietenstraat 15, 1000 Brussel) met vermelding van de volgende gegevens:
  • Naam en voornamen
  • Geboorteplaats
  • Nationaliteit
  • Kopie van de verblijfstitel
  • Eventueel een kopie van andere documenten betreffende de situatie van de jongere

De aanvraag voor een minderjarig kind wordt ingediend door de ouder(s) of voogd. Zodra de toestemming van de FOD Buitenlandse Zaken (per mail) werd ontvangen (de onderzoekstermijn bedraagt circa 6 weken), heb je twee weken de tijd om de aanvraag persoonlijk bij het gemeentebestuur in te dienen.

Auteur: Charlotte Smolders, Verantwoordelijke Manorea Helpdesk- Minor Ndako


Bronnen

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van Steunpunt Jeugdhulp en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be