2017-08 Inwonen en beslag op roerende goederen.

Sinds enkele weken woont de 19-jarige Jessica bij haar lerares. Het meisje is thuis weggegaan en kan voor langere tijd bij de lerares intrekken.

Victor, het pleegkind van Hilde en Joris, wordt 21 jaar maar staat nog niet op eigen benen. Hij blijft voorlopig bij hen inwonen.

Lopen de lerares en de (ex)pleegouders een risico door deze jongere bij hen te laten wonen? Als de jongere bijvoorbeeld schulden maakt, kan de gerechtsdeurwaarder dan ook op hun spullen beslag leggen?

 

Dit artikels is een update van 2016-06 Inwonen en beslag op roerende goederen.

 

Wat is beslag?

Een gerechtsdeurwaarder treedt op in naam van de Koning, om een definitief vonnis of een andersoortige ‘uitvoerbare titel’ zoals een dwangbevel of notariële akte met dwang uit te voeren. Hij komt ter plaatse en schrijft de goederen op die hij in beslag neemt. Wat je bezit, is een soort onderpand, voor het geval je je verbintenissen niet nakomt.

Beslag is in de eerste plaats een drukkingsmiddel, maar als de schuldenaar na het beslag nog niet over de brug komt, gaan de in beslag genomen spullen zonder pardon onder de hamer. De opbrengst dient om de schuldeiser(s) te betalen.


Verschillende stappen in de procedure

Een beslag komt meestal niet zomaar uit de lucht gevallen. Hier gaan normaliter heel wat handelingen aan vooraf:

  • Pogingen om de schuld in te vorderen via (aangetekende) (elektronische) briefwisseling en/of telefonisch en/of via een huisbezoek
  • Indien de schuldenaar niet vrijwillig betaalt, is een volgende stap voor de schuldeiser om zijn eis voor de rechter te brengen
  • De rechter zal dan ofwel de eis afwijzen ofwel de schuldenaar veroordelen om een bepaalde som te betalen aan de schuldeiser
  • Na een veroordeling tot betalen, zal de schuldenaar een bevel tot betaling ontvangen. Dit is  een laatste waarschuwing voor er effectief beslag kan worden gelegd
  • Tot slot volgt dan het beslag en uiteindelijk eventueel de openbare verkoop van de goederen

Zolang er geen vonnis (uitvoerbare titel) is dat de jongere tot een bepaald bedrag veroordeelt, kan deze de schuld betwisten. Schuldhulpverleners hebben hier ervaring in: nagaan of een contract geldig is afgesloten, de vormen zijn nageleefd, de schuld niet verjaard is, er geen oneerlijke handelspraktijken zijn uitgeoefend...

In elke fase kan de jongere proberen om een afbetalingsregeling overeen te komen.

 

Wanneer de schuldeiser een overheid is (bv. de FOD Financiën of een provinciale of gemeentelijke overheid) of een overheidsdienst (bv. De Lijn of DAVO), kan het allemaal sneller gaan en is beslag mogelijk zonder dat een rechter moet tussenkomen. De procedure ziet er dan als volgt uit:

  • Pogingen om de schuld minnelijk in te vorderen via (aangetekende) (elektronische) briefwisseling en/of telefonisch en/of via een huisbezoek
  • Indien de schuldenaar niet vrijwillig betaalt, is een volgende stap het uitvaardigen van een dwangbevel
  • Na uitvaardiging van dit dwangbevel, zal de schuldenaar een bevel tot betaling ontvangen, een laatste waarschuwing alvorens er effectief beslag kan worden gelegd
  • Tot slot volgt dan het beslag en uiteindelijk eventueel de openbare verkoop van de goederen

Ook nu kan je nog in elke fase proberen om een afbetalingsregeling overeen te komen.


Waarop kan beslag gelegd worden?

Niet alles kan ‘beslagen’ worden. In het wetboek (artikel 1408 Gerechtelijk Wetboek) vind je een lijst van levensnoodzakelijke goederen die niet voor beslag vatbaar zijn, bijvoorbeeld bed en beddengoed, tafel, stoelen, koelkast, wasmachine, strijkijzer, speelgoed, studieboeken…

Bij een uitvoerend beslag van de inboedel maakt de gerechtsdeurwaarder een lijst van alle spullen waarop hij beslag legt. Als je niet akkoord gaat met wat de gerechtsdeurwaarder opschrijft omdat je meent dat de opgeschreven spullen niet voor beslag vatbaar zijn, kan je opmerkingen maken. Ofwel doe je dat meteen bij de gerechtsdeurwaarder zelf. De gerechtsdeurwaarder noteert dan je opmerkingen onderaan het proces-verbaal van het beslag. Anders moet je binnen de 5 dagen je opmerkingen ter zake in een aangetekende brief aan de gerechtsdeurwaarder overmaken. Maak je tijdig je opmerkingen, dan moet binnen de 15 dagen een afschrift van het proces-verbaal van het beslag met de opmerkingen bij de beslagrechter worden neergelegd. Deze zal dan  vervolgens beslissen welke goederen waarover opmerkingen werden geformuleerd wel of niet voor beslag vatbaar zijn.


Wat als er iemand bij je inwoont?

De gerechtsdeurwaarder legt beslag op de goederen die hij aantreft op de woonplaats van de beslagene. Dat is de plaats waar je in het bevolkingsregister bent ingeschreven, je domicilieadres.

Wat is het probleem als verschillende mensen feitelijk samenwonen? Voor roerende goederen geldt het bezit als titel, zegt artikel 2279 van het Burgerlijk Wetboek. Dat wil concreet zeggen dat een gerechtsdeurwaarder ervan uit mag gaan dat alle spullen in het bezit van de schuldenaar, hem of haar ook effectief toebehoren. Bij feitelijke samenwoonst ontstaat er juridisch een vermoeden van vermenging van roerende goederen. Het vermoeden dus dat alle spullen aan elke bewoner 100% behoren. Dat vermoeden speelt in het voordeel van de schuldeiser(s) en dus ook in het voordeel van de gerechtsdeurwaarder die voor de schuldeiser optreedt. (OPMERKING: bij gehuwden en wettelijke samenwoonst, geldt voor goederen waarvan de exclusieve eigendom van een van de samenwonenden niet kan worden aangetoond, dat de goederen elk 50% toebehoren.)

Het vermoeden van vermenging kan je opheffen als je bewijst dat de spullen niet aan de beslagene (jongere) toebehoren, maar dat jij de eigenaar bent.

 

Hoe bewijs je je eigendom?

In de eerste plaats bewijs je je eigendom met een document dat bij de aankoop werd opgesteld: een factuur, een garantiebewijs, een bestelbon met je naam erop. Handig in deze situatie, maar begrijpelijk dat je dat niet van alles kan voorleggen. Soms eisen gerechtsdeurwaarder en beslagrechters niet enkel een factuur op naam maar bijkomend een bewijs vanwege degene die beweert eigenaar te zijn dat hij die goederen ook betaald heeft. Beslagrechters zijn vooral streng als zij vermoeden dat de schuldenaar zichzelf onvermogend heeft willen maken via bepaalde constructies. Veel hangt dus af van de feitelijke situatie: is het aannemelijk dat de goederen op het adres van de juf of het pleeggezin onverdeeld mee eigendom zijn van de jongere, of is het waarschijnlijker dat die goederen door de juf of pleegouder zijn aangekocht.

Bewijs kan ook geleverd worden met een geregistreerde inventaris van alle goederen. Een inventaris is een lijst die je opmaakt met de vermelding van de spullen en wie de eigenaar is. Dit wordt slechts aanvaard als de inventaris is opgesteld voor het begin van de samenwoonst en niet op het moment dat een medebewoner schulden heeft gemaakt want op dat moment is de inventaris niet meer zo betrouwbaar. Voor pleegkinderen gebeurt dit best op het moment dat ze nog minderjarig zijn en nog geen schulden hebben. Het is een momentopname. Je kunt de inventaris laten registeren (bij de ontvanger van registratie en domeinen) of laten opnemen in een notariële akte. Zo geldt de inventaris ook ten aanzien van anderen. Maar ook nu: het zal afhangen van de deurwaarder en uiteindelijk de rechter of hij de in de inventaris opgenomen verklaringen geloofwaardig vindt, dan wel of het gaat om een onvermogendheid creëren (je eigen bezittingen op iemand anders naam zetten) ten nadele van de schuldeisers.

Ook getuigen en vermoedens kunnen iemands eigendom bewijzen. Bijvoorbeeld een foto waaruit blijkt dat iets al lange tijd in jouw bezit is. Het feit dat iemand pas 19 is en geen inkomen heeft, kan bijvoorbeeld het vermoeden scheppen dat de hele inboedel niet aan de jongere zelf kan toebehoren.

 

Revindicatie

Als je duidelijke bewijzen van eigendom kunt voorleggen, zal de gerechtsdeurwaarder daarmee rekening (moeten) houden. Vindt de gerechtsdeurwaarder dat je geen duidelijk bewijs kan voorleggen, dan legt hij toch beslag. Er zijn deurwaarders die hier redelijk in zijn, maar er zijn ook deurwaarders die het gesprek zelfs niet willen aangaan... Wil je dan je spullen terug, dan moet je een 'revindicatieprocedure' voor de beslagrechter voeren. Enkel de rechtmatige eigenaar van de in beslag genomen voorwerpen kan revindiceren (terugvorderen) bij de beslagrechter. Niet de gerechtsdeurwaarder, maar de beslagrechter oordeelt dan ten gronde over de geldigheid van de bewijzen die je hem voorlegt. Het is aan te raden om bij dergelijk onrechtmatig beslag onmiddellijk contact op te nemen met een (pro deo) advocaat, om je slaagkansen te beoordelen en ook om je desgevallend bij te laten staan bij het inleiden van deze (strenge) procedure: zo mag je bv. tijdens de zitting geen bewijsmiddelen aanvoeren die niet in de dagvaarding vermeld zijn.

Best contacteer je een schuldhulpverlener (bij een CAW of een OCMW) om de financiële problemen van de jongere te verhelpen. Zij zijn gewend om te onderhandelen met een gerechtsdeurwaarder. Hierdoor kunnen discussies over de eigendom van de in beslag genomen goederen mogelijk irrelevant worden. Voor een pleegkind dat geen eigen inkomsten heeft, zal het nuttiger zijn om toch te procederen. Als eigenaar moet je dan wel eerst de advocaat provisioneren, deze werkt niet gratis, ... Een volledige terugbetaling van de kosten zal mogelijk niet lukken, tenzij de deurwaarder werkelijk een tergend en roekeloos beslag heeft gelegd, tegen alle redelijkheid in. Dan kan de eigenaar daar een schadevergoeding voor vorderen. In een pleegzorgsituatie met een jongere die geen eigen inkomsten heeft, zal dit mogelijk sneller lukken.

 

Casus

Voordat er beslag kan gelegd worden op de goederen van de lerares en de pleegouders, moet er al heel wat vooraf gebeurd zijn. Een deurwaarder kan niet zonder een uitvoerbaar vonnis goederen aanslagen. Indien er in hoofde van Jessica of Victor schulden zouden bestaan (bvb vonnis betaling ziekenhuisfactuur op naam van het kind, ouders konden niet betalen) en de deurwaarder komt bij de meerderjarig geworden jongere aankloppen met een bevel tot betalen, de schuld is niet meer te betwisten en de betalingstermijn is verstreken. Als in dergelijke situatie de deurwaarder niet wil aannemen dat de goederen niet het eigendom van de jongere zijn, wat kunnen juf en pleegouders doen?

- Als de schulden niet te hoog oplopen, en de jongere heeft eigen inkomsten: een schuldhulpverlener raadplegen (CAW of OCMW).

- Liefst vóór de meerderjarigheid van het pleegkind, een inventaris van je eigen bezittingen laten maken door een notaris of gerechtsdeurwaarder en deze laten registreren.

- (Kopie van) facturen en betalingsbewijzen bijhouden van alle goederen. Voor geschonken goederen: attestering van de schenking- te registreren.

-Vooraf (of als de pleegzorg eindigt) een overeenkomst van bruikleen van de kamer waar de jongere woont opmaken en deze laten registreren.

- De meest zekere oplossing is dat de jongere elders gaat wonen. Maar dan eindigt de pleegzorg natuurlijk, en of dat dan zo ideaal is... De jongere heeft net behoefte aan een dak boven zijn hoofd...

Enkel officieel van adres veranderen lost weinig op want de gerechtsdeurwaarders kunnen ook beslag leggen op de goederen van het werkelijke verblijfsadres van de jongere. Dan wordt er beslag gelegd bij 'derden' waarvan er vermoed wordt dat de beslagene zijn goederen hier bewaart. Voor een beslag bij derden is er een bijkomende toelating nodig van de beslagrechter. 

 

Auteur Mie Jacobs

Update: Lieve Balcaen en Robin Van Trigt (SAM vzw - Steunpunt Mens en Samenleving)

 

Bron

  • E. DIRIX en K. BROECKXX, APR Beslag,  Kluwer, Mechelen, 2010
  • Beslagzakboekje 2011, Kluwer, rechtspraak revindicatie, (p. 182 ev): de rechter mag rekening houden met feitelijke vermoedens bij het beoordelen van eigendomsbewijzen
  • Zie ook 'Wat als mijn inwonende zoon zijn rekeningen niet betaalt?

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van Steunpunt Jeugdhulp en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be