2017-02 Ongepland zwanger
Update van 2014-02 Ongepland zwanger: beslissingrecht en beroepsgeheim

Virginie, 17 jaar, is ongepland zwanger. Ze ging bij de vertrouwensleerkracht op school ten rade om te bekijken wat ze nu kan doen. Tot haar verbazing besprak de vertrouwensleerkracht haar probleem met de directie, die op haar beurt contact opnam met haar ouders. Was haar gesprek met de vertrouwensleerkracht dan niet 'vertrouwelijk'?

Lies, 15 jaar, werd zwanger ten gevolge van een verkrachting. Ze wil deze ongewenste zwangerschap afbreken en stapt naar haar huisarts om haar mogelijkheden te bespreken. Ze wil niet dat haar ouders te weten komen dat ze verkracht werd en nu zwanger is, en vraagt de huisarts om hen niet in te lichten. Maar kan Lies wel alleen beslissen over een eventuele abortus? En mag de dokter haar ouders in het ongewisse laten?

 

Beslissingsrecht m.b.t. het afbreken van een ongeplande zwangerschap


Is het minderjarige, zwangere meisje bekwaam of niet?

Het afbreken van een zwangerschap is een medische handeling. De Wet betreffende de rechten van de patiënt van 22 augustus 2002 (kortweg Wet Patiëntenrechten, of W.P.) is hier dus van toepassing.

De Wet Patiëntenrechten somt een aantal rechten van patiënten op die van toepassing zijn wanneer ze gezondheidszorg krijgen, verstrekt door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. De Wet Patiëntenrechten is dus o.a. van toepassing wanneer een patiënt op consultatie gaat bij de huisarts, verpleegkundige, gynaecoloog,...

De Wet Patiëntenrechten spreekt zich ook uit over de rechten van minderjarigen als patiënt:

Artikel 12 W.P. stelt, net zoals het Burgerlijk Wetboek (B.W.), dat minderjarigen principieel onder het gezag van hun ouders vallen én dat ouders als wettelijke vertegenwoordigers daarom de rechten van hun minderjarige kinderen als patiënt uitoefenen. De minderjarige patiënt wordt hierbij wel steeds betrokken rekeninghoudend met haar leeftijd en maturiteit.
Maar wanneer de minderjarige patiënt door de betrokken beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg bekwaam wordt geacht, oefent deze bekwame minderjarige haar patiëntenrechten zoals o.a. het recht om te beslissen over medische ingrepen, zelfstandig uit.

De Wet Patiëntenrechten voorziet geen leeftijd waarop de minderjarige bekwaam wordt geacht. Het is de betrokken beroepsbeoefenaar die in een concrete situatie zal kunnen/moeten inschatten of de minderjarige patiënt wilsbekwaam is of niet. Om als minderjarige als wilsbekwaam te worden aanzien moet de minderjarige én voldoende kunnen inschatten wat in haar belang is, én welke de gevolgen zijn van haar beslissingen.
We stellen vast dat beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg zich bij de inschatting van de bekwaamheid van hun minderjarige patiënt in de praktijk vaak toch laten leiden door een leeftijdscriterium. Meer en meer wordt hierbij de leeftijd van 12 jaar gebruikt als scharniermoment voor het bereiken van bekwaamheid (wellicht in navolging van het 'decreet rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp' (DRM) waar vermoed wordt dat minderjarige cliënten bekwaam zijn vanaf 12 jaar). Jongere kinderen kunnen echter ook als bekwaam worden beschouwd wanneer ze al voldoende kunnen inschatten wat in hun belang is én wat gevolgen van hun beslissingen zijn. Omgekeerd kunnen oudere jongeren soms als onbekwaam worden ingeschat, bv wanneer ze lijden aan een ernstige mentale handicap.

Ook de aard van het onderzoek, de behandeling of ingreep speelt in de praktijk een rol bij de inschatting van de bekwaamheid. Over lichte en risicoarme medische tussenkomsten kunnen bekwame minderjarigen zelfstandig beslissen. We denken hierbij aan onderzoekingen of behandelingen met weinig bijwerkingen (vb. een bloedafname, het voorschrijven van anticonceptie,…) of ingrepen die weinig risico's inhouden voor de gezondheid (bv. het trekken van een tand, een abortus onder lokale verdoving,…). Over zwaardere, risicovolle tussenkomsten zullen minderjarigen meestal niet alleen mogen beslissen en zal de toestemming van de ouders gevraagd worden (eventueel naast de toestemming van de bekwame minderjarige). Het zal hierbij dikwijls gaan over onderzoekingen, behandelingen of ingrepen onder algemene verdoving, of waarbij de patiënt na de tussenkomst nog een aantal uren onder medisch toezicht moet blijven.

Het recht om toe te stemmen met een abortus, of om deze te weigeren.

Naast de Wet Patiëntenrechten zijn er nog enkele wettelijke bepalingen waarmee rekening dient gehouden te worden wanneer het gaat over de mogelijkheid voor minderjarigen om al dan niet toe te stemmen met bepaalde medische tussenkomsten.

Zo voorziet de abortuswet dat wanneer een zwangere vrouw verklaart in een noodsituatie te verkeren, en een arts verzoekt om haar zwangerschap af te breken, dit niet strafbaar is wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan.
De wet zegt dat zwangerschapsafbreking tot 14 weken zwangerschap kan, gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Na de 14de week kan abortus enkel wanneer het uitdragen van de zwangerschap een ernstig gevaar vormt voor het leven van de vrouw, of wanneer het kind zou lijden aan een ongeneeslijke kwaal. Er is daarnaast een verplichte wachttijd van 6 dagen voorzien tussen de eerste consultatie in het centrum of ziekenhuis en de ingreep.

De abortuswet spreekt expliciet over 'de vrouw' die toestemming geeft. Er is geen leeftijdsbeperking voor het geven van de toestemming opgenomen. Het is dus aan de betrokken arts om in te schatten of zijn minderjarige patiënte bekwaam is of niet.

Aangezien een abortus onder lokale verdoving vanuit medisch oogpunt een lichte medische ingreep is, én aangezien meisjes over het algemeen biologisch pas zwanger kunnen worden na 12 jaar, oordelen de meeste artsen dat zwangere meisjes in principe wel degelijk bekwaam zijn om te beslissen of ze een abortus willen laten uitvoeren, of niet. En dat zonder medeweten of instemming van de vader van het ongeboren kind, of van de ouders van het meisje.

Wanneer de ingreep echter onder volledige narcose zou uitgevoerd worden in een ziekenhuis, is de situatie enigszins anders omdat het dan gaat over een zwaardere ingreep met een hoger risico. Ziekenhuizen/artsen zijn in dat geval zoals gezegd vaker geneigd om hiervoor de instemming van de ouders te vragen.
Toch mag de arts niet zomaar de ouders van de minderjarige inlichten (zie hieronder). Wanneer de bekwame minderjarige er op staat dat haar ouders niet ingelicht worden, én er geen sprake is van een medische noodsituatie, kan de arts haar eventueel doorverwijzen naar een abortuscentrum. Dit kan bv. ook wanneer de arts de abortus niet zelf wil uitvoeren want artsen, verpleegkundigen of beroepsbeoefenaars van een paramedisch beroep kunnen niet gedwongen worden om mee te werken aan een zwangerschapsafbreking.

 

Privacy, dicretieplicht en beroepsgeheim t.a.v. minderjarigen

Als uitgangspunt geldt dat alle minderjarigen, ongeacht hun leeftijd of bekwaamheid, recht hebben op privacy en op een vertrouwelijke behandeling van hun persoonlijke gegevens. Ouders nemen hier wel een speciale positie in t.a.v. hun minderjarigen kinderen. Ouders hebben vanuit hun ouderlijk gezag immers in principe het recht om fundamentele opvoedingsbeslissingen te nemen over hun minderjarige kinderen en hebben hierbij nood aan, én recht op informatie over hun kinderen om goede beslissingen te kunnen nemen.

De discretieplicht (of het ambtsgeheim)

De discretieplicht wordt in de rechtsleer omschreven als "de verplichting om bij het uitoefenen van een functie of ambt geen gegevens vrij te geven aan anderen dan diegenen die gerechtigd zijn er kennis van te nemen". De discretieplicht vereist dat men 'discreet' omgaat met vertrouwelijke gegevens, in tegenstelling tot het beroepsgeheim dat een 'geheimhoudingsplicht' inhoudt. Hierdoor kunnen dragers van een discretieplicht in het kader van de goede werking van de dienst of onderneming wel vertrouwelijke informatie uitwisselen met collega's en leidinggevenden. Maar deze informatie mag dus niet gedeeld worden met andere derden (die er niet toe gerechtigd zijn).

Een belangrijk voorbeeld van personen met een discretieplicht of ambtsgeheim zijn personeelsleden binnen het onderwijs. Ook vertrouwensleerkrachten (groene leerkrachten, zorgleerkrachten,…) zijn, hoewel ze door leerlingen vaak wel aanzien worden als vertrouwensfiguren, niet gebonden door het beroepsgeheim waardoor ze de informatie waarover zij beschikken wel kunnen delen met hun collega's en directie.

Voor onderwijs bestaat bovendien momenteel nog geen regelgeving die uitzonderingen voorziet op de toepassing van het ouderlijk gezag van ouders. Dit betekent dat ouders sowieso recht hebben op onderwijsgerelateerde informatie m.b.t. hun minderjarige kinderen. Voor wat betreft andere informatie neemt de huidige rechtspraktijk, in het licht van de evolutie op vlak van de erkenning van de privacy van bekwame minderjarigen, aan dat scholen niet noodzakelijk niet-onderwijsgerelateerde informatie moeten delen met ouders van bekwame minderjarigen wanneer dit niet in het belang van de bekwame leerling is. De school is dus niet verplicht om ouders in te lichten over de zwangerschap van hun bekwame dochter indien dit niet in het belang van het meisje is. Onder toepassing van het ouderlijk gezag kan dit echter wel.

Het beroepsgeheim 

Het beroepsgeheim wordt gewoonlijk omschreven als "de geheimhoudingsplicht die van toepassing is op allen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd". Het ten onrechte doorbreken van het beroepsgeheim maakt een misdrijf uit en kan dan ook strafrechtelijk vervolgd worden.

Beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg en hulpverleners hebben beroepsgeheim t.a.v. hun patiënten of cliënten. Ook wanneer deze minderjarig zijn. In principe want er bestaan verschillende wettelijke, of algemeen aanvaarde uitzonderingen, zoals de getuigenis in rechte, de noodtoestand, art. 458bis Sw., het gedeeld beroepsgeheim,… die het mogelijk maken om onder bepaalde omstandigheden het beroepsgeheim te doorbreken.

Vraag is of ouders van minderjarigen een speciale positie innemen t.a.v. het beroepsgeheim.

Er wordt aangenomen dat het beroepsgeheim ook geldt t.a.v. ouders van minderjarigen.    

  In geval van onbekwame minderjarigen, kan bepaalde vertrouwelijke informatie echter wel gedeeld worden met ouders. Nl. deze informatie waarover ouders noodzakelijk moeten beschikken om kwaliteitsvolle beslissingen te kunnen nemen over de gezondheidszorg of hulpverlening. Niet zomaar alle informatie moet/mag dus met ouders gedeeld worden.

  Anders is het voor bekwame minderjarigen:

De Wet Patiëntenrechten stelt dat bekwame, minderjarige patiënten zelfstandig kunnen beslissen over hun gezondheidszorg. Hierdoor hebben ouders van bekwame minderjarigen juridisch gezien geen nood aan informatie om beslissingen te kunnen nemen voor en over hun kinderen, en geldt het beroepsgeheim tegenover ouders van bekwame, minderjarige patiënten op dezelfde manier als voor meerderjarigen. Met dezelfde uitzonderingen.

Wat betreft de integrale jeugdhulp kan dezelfde redenering gevolgd worden. Ook het Decreet Rechtspositie van de Minderjarigen in de integrale jeugdhulp voorziet immers dat minderjarigen bekwaam kunnen zijn om zelfstandig beslissingen te nemen m.b.t. hun jeugdhulp. Dit wordt vermoed vanaf 12 jaar.

Wanneer een minderjarige buiten de integrale jeugdhulp hulp krijgt, bestaat er momenteel nog geen regelgeving waardoor de minderjarige als bekwaam kan worden beschouwd. Ouders zullen in dat geval beslissingen moeten nemen over de hulp aan hun minderjarige kind en hiervoor ook informatie moeten krijgen. Wanneer een minderjarige bv. mee wil op een kamp dat georganiseerd wordt voor LGBT jongeren- is noch de Wet Patiëntenrechten, noch het Decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de integrale jeugdhulp van toepassing. Ouders zullen daarom, ook voor mature minderjarigen, moeten beslissen of ze mee mogen op kampen hebben ook steeds recht op alle noodzakelijke informatie om goede beslissingen te nemen in dat kader.

Een belangrijke uitzondering op het beroepsgeheim die er voor zal zorgen dat ook ouders van bekwame minderjarigen indien nodig ingelicht kunnen worden, is de noodtoestand. De noodtoestand houdt in dat het doorbreken van het beroepsgeheim de enige mogelijkheid is om belangrijkere, door de wet erkende, waarden of belangen te beschermen. Om van een noodtoestand te kunnen spreken, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan: Ten eerste moet er een daadwerkelijk en onmiddellijk gevaar dreigen. Ten tweede moet het belang of de waarde die men wil beschermen minstens van gelijke waarde zijn als het belang of de waarde dat men hecht aan het beroepsgeheim. Er wordt bv. algemeen aanvaard dat de bescherming van de fysieke of seksuele integriteit van een persoon boven de toepassing van het beroepsgeheim staat. Ten slotte, moet het doorbreken van het beroepsgeheim de enige mogelijkheid zijn om het gevaar af te wentelen. Men kan dan zijn beroepsgeheim doorbreken om derden, zoals o.a. ouders, te betrekken bij de situatie om op die manier de noodtoestand te stoppen.


Oplossing casussen

Al naargelang tot wie ze zich richt voor advies, hulp of zorg, zal Virginie haar informatie vertrouwelijk zijn én onder het beroepsgeheim vallen of niet, en bijgevolg wel of niet met haar ouders kunnen gedeeld worden…
Richt ze zich tot de vertrouwensleerkracht op school dan zal deze haar zwangerschap kunnen bespreken met de collega's en met de directie omdat deze leerkracht geen beroepsgeheim heeft, enkel een discretieplicht of ambtsgeheim. Daarnaast kan de school ook beslissen om de ouders van Virginie in te lichten vanwege hun ouderlijk gezag. Hoewel dit volgens de recente rechtspraktijk niet meer noodzakelijk dient te gebeuren.

Gaat Virginie echter ten rade bij haar huisarts, gynaecoloog, of bij een CLB-medewerker, JAC-medewerker,… dan valt deze informatie wel onder het beroepsgeheim van deze beroepsbeoefenaars of hulpverleners. En indien de betrokken beroepsbeoefenaar of hulpverlener van mening is dat Virginie bekwaam is, zal hij zijn beroepsgeheim ook moeten bewaren tegenover de ouders van Virginie, tenzij er sprake zou zijn van een noodtoestand.

Wanneer de 15-jarige, bekwame Lies vertelt aan haar huisarts dat ze verkracht werd, valt dit in principe onder zijn beroepsgeheim. Indien Lies niet meer in gevaar verkeert, kan de arts deze vertrouwelijke informatie niet delen met haar ouders zonder haar toestemming. Indien Lies dit wenst, kan ze, onder bepaalde voorwaarden, zelfstandig beslissen om een abortus te laten uitvoeren. Ze heeft hiervoor de toestemming van haar ouders of van de vader van het ongeboren kind niet nodig. Noch haar ouders, noch de vader van het ongeboren kind mogen bovendien zonder haar toestemming op de hoogte gebracht worden van de zwangerschap/abortus omdat dit ook onder het beroepsgeheim van de behandelende arts valt.

 

Auteur: Nele Desmet, jurist Kinderrechtswinkel vzw

 

Bronnen: 

  • 2006-06 'Beroepsgeheim van een hulpverlener bij minderjarige cliënten.'
  • 2013-02 '(on)bekwaamheid van minderjarige patiënten'
  • KINDERRECHTSWINKEL, 't Zitemzo Jeugdrecht… met de rechten van minderjarige patiënten, (Informatiefiche voor professionelen), 2012.
  • KINDERRECHTSWINKEL, 't Zitemzo Jeugdrecht… met het beroepsgeheim ten aanzien van minderjarigen, (Informatiefiche voor professionelen), 2012.
  • NYS, H. ; "Geneeskunde. Recht en medisch handelen", A.P.R., Kluwer, 2005, 714p.
  • Wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (Abortuswet), B.S. 5 april 1990.
  • Wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt (Wet Patiëntenrechten), B.S. 26 september 2002.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van Steunpunt Jeugdhulp en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

info@jeugdrecht.be

Copyright Jeugdrecht.be