2017- 08 Inkomsten van een jongere uit arbeid
Update van 2008-08 De inkomsten van een jongere uit arbeid

Jeroen is zestien jaar en werkt in augustus een maand aan zee. Hij zal 1600 euro verdienen.

Kan Jeroen dit geld zelf van zijn werkgever ontvangen, en zelf kiezen waar hij dit geld aan zal besteden?

Kunnen zijn ouders dit geld zelf gebruiken, bijvoorbeeld omdat ze vinden dat Jeroen hen een bijdrage voor kost en inwoon dient te betalen, nu hij zelf een centje verdient?

Kan het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of de Toegangspoort Integrale Jeugdhulp beslissen wat er met dit loon moet gebeuren?


De minderjarige kan zijn loon zelf ontvangen


Een jongere kan principieel zijn loon zelf ontvangen, zo bepaalt artikel 44 van de arbeidsovereenkomstenwet ( AOW). Dit betekent dat de werkgever van de jongere zijn loon aan de jongere zelf zal betalen.

 

Ouders kunnen hiertegen echter wel verzet aantekenen bij de werkgever. Indien zij verzet aantekenen is de werkgever verplicht om het loon aan de verzetdoende persoon te overhandigen, hetzij aan de ouders van de jongere (zijn wettelijke vertegenwoordigers) of zijn voogd (indien de ouders gestorven zijn). Meer hierover: 2005-12 De vertegenwoordiging van een minderjarige: ouders en voogd(en). Enkel de rechtbank kan de minderjarige machtigen om het loon zelf te ontvangen en er over te beschikken. De rechtbank kan in dergelijke procedure ook beslissen een "voogd ad hoc" aan te stellen, die gelast wordt om over het loon van de jongere te beschikken in functie van de noden van de minderjarige. (art 45 AOW).

 

In de praktijk hoeven ouders echter geen verzet aan te tekenen omdat ze  sowieso volmacht hebben op de rekening van hun minderjarige kinderen en de meeste banken maken er geen probleem van dat ouders geld afhalen. Op die manier kan de bestedingsvrijheid van de jongere toch nog op de helling komen.

 

Voor jongeren die onder toezicht staan van het ondersteuningscentrum, of geplaatst werden met tussenkomst van de toegangspoort of door een beslissing van de jeugdrechter bepaalt respectievelijk het ondersteuningscentrum, de toegangspoort of de jeugdrechter  de bestemming die aan het loon zal worden gegeven.  Met betrekking tot de beslissing van het ondersteuningscentrum of de toegangspoort hebben de betrokkenen het recht zich bij verzoekschrift tot de jeugdrechtbank te wenden.(art 66 Decreet Bijzondere Jeugdbijstand - DBJB)

 

Voor de andere jongeren kan enkel de familierechtbank, op vordering van een familielid, of op vordering van het Openbaar Ministerie, de minderjarige machtigen om het loon zelf te ontvangen en erover te beschikken.


Kan een minderjarige zelf over deze gelden beschikken?


Ouders oefenen het “ouderlijk gezag” uit over hun minderjarige kinderen. Dit betekent dat ouders het recht hebben om hun kinderen bij zich te hebben, bij hen te laten opgroeien, dat zij belangrijke beslissingen in het leven van een kind kunnen nemen, zoals de schoolkeuze van het kind bepalen, etc. (voor meer informatie over het ouderlijk gezag lees je het artikel 2008-01 Ouderlijk gezag en verblijfsregeling, twee verschillende juridische begrippen).

 

Dit ouderlijk gezag houdt ook in dat de ouders de goederen van hun kinderen beheren, en dat zij het vruchtgenot op deze goederen hebben.

In principe zijn het dus de ouders die beslissen wat er met de gelden van de minderjarige gebeurt, nu zij deze gelden beheren. Als Jeroen de gelden van zijn werkgever ontvangt, en ze op een rekening plaatst,  zijn het de ouders van Jeroen die zeggenschap hebben over deze gelden.

 

In de praktijk gaat het er vaak anders aan toe. Vele banken staan toe dat jongeren vanaf 12 jaar, met toestemming van hun ouders, een zichtrekening openen. Ouders geven dan ook de toestemming aan hun kinderen om over de gelden op hun zichtrekening te beschikken, hiervan geld af te halen, betalingen te doen met de bankkaart etc. Het is dan ook niet ondenkbaar dat Jeroen, indien zijn ouders geen verzet hebben aangetekend bij zijn werkgever, dit geld op zijn rekening plaatst, en met dit geld aankopen doet.

 

Elke jongere kan op gelijk welke leeftijd zelf een spaarrekening openen. Vanaf de leeftijd van 16 jaar kan de jongere ook zonder toestemming van zijn ouders geld van deze rekening halen. Dit bedrag is gelimiteerd. Jeroen kan dus, indien het geld op zijn spaarrekening werd gestort, maandelijks geld afhalen binnen deze limiet.

 

Ook nu kunnen de ouders zich verzetten tegen deze maandelijkse afhalingen. Verzet gebeurt door de betekening van een exploot of een aangetekende brief aan de bankdirecteur, en de dagvaarding van directeur en minderjarige in geldigverklaring van het verzet binnen de 8 dagen bij de familierechter. De jongere zal door de familierechter worden gehoord.

 

Indien er voor de betrokken jongere een jeugdbeschermingsmaatregel werd uitgesproken , moeten de ouders zich wenden tot de jeugdrechtbank. In artikel 7 van  de wet op het statuut van de pleegzorger werd immers bepaald dat de jeugdrechtbank uitspraak kan doen over alle maatregelen inzake het ouderlijk gezag bedoeld in boek I, titel IX van het Burgerlijk Wetboek, voor zover deze samenhangen met de bevolen jeugdbeschermingsmaatregelen.

 

Als het loon van de jongere op beslissing van het ondersteuningscentrum, de toegangspoort of de jeugdrechter op een geblokkeerd spaarboekje werd gestort, is het dezelfde instantie die beslist of de gelden kunnen worden vrijgegeven, zolang de jongere minderjarig is. (art 67 DBJB)


Doel van het recht van de ouders: in stand houden en doen opbrengen van het vermogen van de minderjarige


Het recht van de ouders om de goederen van hun kinderen te beheren heeft als doel het in stand houden en het doen opbrengen van het vermogen van de minderjarige. Ouders kunnen dus niet zomaar de gelden van hun kinderen voor zichzelf gebruiken. Eens de kinderen meerderjarig zijn moeten de ouders verantwoording afleggen over dit beheer, en zijn zij aansprakelijk. Dit betekent dat, indien blijkt dat ouders goederen van hun kind hebben weggemaakt of weggeschonken, of sommen van de rekening van hun kind hebben vervreemd, zonder dat zij hiervoor een equivalent voordeel voor het kind hebben in ruil gegeven, zij door de rechter kunnen worden verplicht om deze sommen of de waarde van deze goederen terug te betalen aan het meerderjarig kind.


En wat met het vruchtgenot?


Naast het beheer van de goederen van de minderjarige hebben ouders ook het vruchtgenot op de goederen van de minderjarigen. Wanneer een kind bijvoorbeeld een woning erft van een verre tante, en deze woning wordt door de ouders van het kind verhuurd, zijn deze huurinkomsten vruchten van het goed van de minderjarige. Deze huurinkomsten kunnen de ouders vrij besteden. Wanneer een minderjarige een som geld erft, en dit geld wordt op een rekening van de jongere geplaatst, dan kunnen de ouders vrij beschikken over de interesten die deze som geld jaarlijks genereert. Over de vruchten van deze goederen moeten de ouders geen verantwoording afleggen aan hun meerjarig geworden kinderen.

 

Met de instelling van dit ouderlijk vruchtgenot had de wetgever een dubbele functie voor ogen. Enerzijds laat het aan de ouders toe om een (gedeelte van) de kosten van onderhoud, opvoeding en opleiding terug te winnen op de inkomsten van de goederen van de kinderen, anderzijds vermijdt deze instelling pijnlijke en ingewikkelde afrekeningen tussen ouders en kinderen, eens de kinderen meerderjarig werden. Ouders zijn immers slechts rekenschap verschuldigd voor het beheer van het kapitaal van de goederen van hun kinderen, over de vruchten kunnen zij vrij beschikken.

 

Theoretisch gezien kunnen de ouders dus aan de Jeugdrechter ook vragen dat de interesten die het geblokkeerde spaarboekje opbrengt, aan hen wordt uitgekeerd.


Geen vruchtgenot over de goederen die het kind verwerft door arbeid


Op het algemeen principe van het ouderlijk vruchtgenot bestaan evenwel twee uitzonderingen:

Op de goederen die het kind verwerft door afzonderlijke arbeid als werknemer of als zelfstandige hebben de ouders geen vruchtgenot. Het loon of de opbrengst van de arbeid van het kind blijft wel onderworpen aan het beheer van de ouders. De ouders moeten dit loon kapitaliseren, en kunnen het in geen geval gebruiken.

Ook op de goederen van minderjarigen die hun geschonken worden onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de ouders daarvan het genot niet zullen hebben, hebben de ouders geen vruchtgenot.

 

In het verleden werd, zonder wettelijke basis, een uitzondering op het ouderlijke vruchtgenot aanvaard voor gelden door of namens het kind geplaatst bij spaarkassen en bij banken, op grond van de ratio zelf van deze instelling: indien de intresten zouden toekomen aan de ouders, zou dit de spaarzin van de jongere eerder afremmen dan bevorderen. Nu art. 379, 2e lid van het burgerlijk wetboek  (sinds de wet van 13 februari 2003) uitdrukkelijk verwijst naar het recht van de ouders op wettelijk vruchtgenot op aan de minderjarige toekomende geldsommen die op bevel van de rechter op een rekening van de minderjarige worden geplaatst is dit niet langer het geval.

 

De rechtspraak heeft hier duidelijkheid gebracht. Het ouderlijk vruchtgenot slaat ook op de intresten op de kapitalen door of namens de minderjarige geplaatst bij spaarkassen en bij banken, tenzij het kapitaal onder één van de twee hierboven vermelde uitzonderingen valt (zie Gent 8 januari 2004, NjW 2004, 740).


Casusoplossing


De werkgever van Jeroen moet het loon van Jeroen aan hem zelf uitbetalen. Jeroen kan hier in principe niet vrij over beschikken, nu dit geld wordt beheerd door zijn ouders. In de praktijk zal dit echter vaak genuanceerd moeten worden, indien Jeroen bijvoorbeeld toestemming heeft van zijn ouders om over de gelden op zijn zichtrekening vrij te beschikken. Als het geld op zijn spaarrekening wordt geplaatst, kan hij maandelijks vrij beschikken over een gelimiteerd bedrag.


De ouders van Jeroen kunnen verzet aantekenen tegen de betaling van het loon aan Jeroen zelf. De ouders ontvangen dan het geld, en moeten dit op een rekening plaatsen op naam van Jeroen. Ze kunnen dit geld niet gebruiken. Ook de interesten die deze som geld in de toekomst zal genereren, kunnen de ouders niet gebruiken. Ze kunnen Jeroen dus niet verplichten met dit geld “kost en inwoon” aan hen te betalen. Indien zij dit geld toch gebruiken kan Jeroen deze gelden, eens hij meerderjarig is, van zijn ouders terugvorderen.


Jeroen kan een brief schrijven aan het openbaar ministerie met de vraag of zij een vordering willen instellen bij de familierechtbank, om hem te machtigen zijn loon zelf te ontvangen, en er ook zelf over te beschikken.  Hoewel Jeroen in principe procesonbekwaam is, kan hij toch contact opnemen met een jeugdadvocaat, en kijken wat zijn mogelijkheden zijn om eventueel zelf een vordering in te stellen bij de familierechtbank. Een aantal rechtbanken en hoven van beroep staan immers toe dat jongeren die over voldoende onderscheidingsvermogen beschikken zelf een dergelijke persoonlijke vordering instellen.


Als OCJ, ITP of jeugdrechtbank betrokken zijn, zal Jeroen zich tot hen moeten wenden. Bij niet akkoord met de beslissing van OCJ of ITP kan hij zich alsnog tot de jeugdrechtbank wenden.


In elk geval kan worden besloten dat de ouders deze gelden van hun kinderen niet kunnen gebruiken voor de gewone kosten van onderhoud van hun kinderen. Over de interesten van deze gelden kunnen zij wel vrij beschikken, tenzij het gaat over gelden die de jongere zelf heeft verdiend, of de gelden die aan de jongere werden geschonken onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het vruchtgenot de ouders niet toekomt. Dan kunnen de ouders het kapitaal en de interesten enkel beheren, zij kunnen er niet over beschikken.


Dus: ouders beheren geld en goed van hun kinderen, en moeten daar later rekenschap over afleggen. Ze mogen het niet gebruiken voor het onderhoud en de opvoeding, dat moeten de ouders van hun eigen geld betalen.


De opbrengsten of interesten, daarvan hebben de ouders het ‘genot’: dat geld mag wel gebruikt worden voor de kosten van de kinderen. Tenzij het gaat over interesten van geld waar de jongere zelf voor gewerkt heeft: dat is volledig voor hem of haar.


Als de jongere begeleid wordt door de Bijzondere Jeugdzorg, kan dus de ITP of het OCJ een beslissing nemen over de bestemming van het loon. Als de jeugdrechtbank zelf een jeugdhulp- of jeugdbeschermingsmaatregel uitsprak en de gevraagde beslissing hangt daarmee samen, zal zij hierover uitspraak doen. Tegen de beslissing van het OCJ of de ITP kan de minderjarige of de ouder in beroep door verzoekschrift in te dienen bij de jeugdrechtbank.

 

Auteur : Sofie Van Rumst, Juriste Steunpunt Jeugdhulp

Auteur update : Lieve Balcaen, SAM vzw ( Steunpunt Mens en Samenleving)

 

Bronnen

  • P.SENAEVE, Compendium van het personen- en familierecht, Acco Leuven, 2008, nrs 942 -956 en 1263.
  • Gent 8 januari 2004, NjW 2004, 740, noot Gerd Verschelden.
  • Wet betreffende de handelingsbekwaamheid van de minderjarige voor sommige spaarverrichtingen dd. 30 april 1958, B.S. 10 mei 1958
  • De juridische positie van minderjarigen in de praktijk, UGA, Kortrijk Heule, 2007, p.100 – 101.
  • Art 45 Arbeidsovereenkomstenwet
  • Artikel 66 Decreet Bijzondere Jeugdbijstand : De Vlaamse Regering vaardigt algemeen geldende regels uit betreffende de bijdrage van de minderjarigen en van de onderhoudsplichtige personen in de onderhouds-, opvoedings- en behandelingskosten van de minderjarigen, evenals betreffende de bestemming van het loon dat wordt toegekend aan de minderjarigen die werden geplaatst overeenkomstig de bepalingen van de jeugdbijstandsregeling.
    Het ondersteuningscentrum, de toegangspoort of de jeugdrechter bepaalt overeenkomstig deze regels de bijdrage van de minderjarige en van de onderhoudsplichtige personen, evenals de bestemming die aan het loon zal worden gegeven. Met betrekking tot de beslissing van het ondersteuningscentrum of de toegangspoort hebben de betrokkenen het recht zich bij verzoekschrift tot de jeugdrechtbank te wenden.
  • Wet op het statuut van de pleegzorger van  19 maart 2017 (B.S. 5 april 2017, in werking getreden op1 september 2017)

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van Steunpunt Jeugdhulp en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be