2019-02 Gewone voogdij: wanneer?
Update van 2009-01 en 2016-08

​​Alayah, 16 jaar, is een niet begeleide minderjarige vreemdeling. Zij kreeg onlangs een definitief bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, van onbeperkte duur. De Dienst Voogdij schreef haar dat zij dus niet meer zal worden bijgestaan door een voogd voor niet begeleide minderjarigen. Wie is dan haar wettelijke vertegenwoordiger?

Kurdan, 8 jaar, verblijft sinds 6 jaar in een pleeggezin. Zijn vader is onbekend. Vorige maand overleed zijn moeder. Mag het pleeggezin nu alles beslissen?

Martje is 10 jaar, haar broer Frederik is 18 jaar. Tante Gerda werd voogd na de dood van hun ouders, nu 2 jaar geleden. Frederik woont samen met zijn vriendin Anke, 20 jaar. Frederik vraagt aan het JAC of hij voogd kan worden over zijn zusje. Hij zegt dat tante Gerda niet goed voor Martje zorgt.


Wat is voogdij?

Voogdij is een burgerrechtelijke regeling die het ouderlijk gezag vervangt. Het is de vrederechter die een voogd aanstelt. De regeling is van toepassing op minderjarige kinderen en jongeren. Voor meerderjarigen spreken we over onbekwaamverklaring en bewindvoering, niet over voogdij. De voogdijregeling is niet iets waar je vrijwillig voor kiest. Ouders kunnen niet vragen om ontheven te worden van het ouderlijk gezag en in hun plaats een voogd aan te stellen. Minderjarigen kunnen ook niet vragen om hun ouders te vervangen door een voogd. Vrijwillige overdracht van het ouderlijk gezag kan in het kader van 'pleegvoogdij'. Dat is een contract tussen ouders en een pleegvoogd, waarbij de pleegvoogd een aantal taken van de ouders overneemt. Een rechter moet dat contract homologeren. Dit komt zeer zelden voor.

Sinds de wet statuut pleegzorger kan een ouder wel vrijwillig een aantal belangrijke beslissingsbevoegdheden over het kind overdragen aan een pleegzorger, bij langdurige plaatsing. Die delegatie moet wel worden bekrachtigd (gehomologeerd) door de rechtbank om geldig te zijn tov derden zoals artsen, scholen, douane...


Wanneer wordt er een voogd aangesteld?

1. Beide ouders zijn overleden.

Als de afstamming enkel vaststaat ten aanzien van één ouder, dan oefent die ouder het ouderlijk gezag alleen uit. Dat geldt ook als de ouders gescheiden leven en de ouder die het kind opvoedt, overlijdt. Dan komt het ouderlijk gezag automatisch bij de andere ouder. Stel dat een moeder plots overlijdt, dan komt het ouderlijk gezag toe aan de vader van de kinderen. Dat gebeurt bij wijze van spreken 'automatisch', dus zonder dat er een beslissing over genomen moet worden. Er komt geen rechter bij te pas.

De vader van de kinderen oefent het ouderlijk gezag dan verder alleen uit en heeft beslissingsrecht over het verblijf en de opvoeding van de kinderen. Als zij elkaar niet kenden, bv. na een vechtscheiding was er geen contact meer, en de vader en de kinderen geraken in conflict, kan dat tot een 'problematische leefsituatie' of zelfs tot verontrusting leiden. Via de brede instap (CLB, JAC, …) of de probleemgebonden hulp (CGG, pleegzorg, …) kan dan, eventueel met tussenkomst van een gemandateerde voorziening en in laatste instantie de Jeugdrechtbank met vader en kinderen een gepaste oplossing gezocht worden.

De voogdij valt pas open als die ouder sterft (en het kind werd niet door de stiefouder of een derde geadopteerd).


2. Beide ouders zijn wettelijk onbekend.

Het kind is een vondeling of de moeder is anoniem b​​evallen.


3. Beide ouders zijn in de voortdurende onmogelijkheid het ouderlijk gezag uit te oefenen.

Dat kan als gevolg van bepaalde juridische situaties, bijvoorbeeld als de ouder zelf onbekwaam verklaard wordt of na een verklaring of vermoeden van afwezigheid. Iemand kan pas afwezig verklaard worden als er fundamentele twijfel is over het al dan niet in leven zijn van de persoon in kwestie. Ook de familierechter kan via een specifieke procedure, de voortdurende feitelijke onmogelijkheid om ouderlijk gezag uit te oefenen, vaststellen. Voorbeelden van een feitelijke onmogelijkheid om het ouderlijk gezag uit te oefenen zijn: een gevangenisstraf, een langdurige verdwijning, een lange internering… De onmogelijkheid moet voortdurend zijn, een gewone tijdelijke verhindering van de ouder(s) volstaat niet. Ook de loutere minderjarigheid van een ouder volstaat niet. Een minderjarige ouder oefent het ouderlijk gezag over zijn kind zelf uit.

 

4. Er is geen andere wettelijke vertegenwoordiger​.

Voor niet begeleide minderjarige vreemdelingen stelt de Dienst Voogdij van de FOD Justitie een specifieke v​​oogd ​aan.

Bij ontzetting uit het ouderlijk gezag in het kader van de jeugdbescherming stelt de jeugdrechtbank een provoogd aan.

Bij een voltooide adoptie hebben de adoptie-ouders het ouderlijk gezag. Zolang de adoptieprocedure loopt, is er mogelijk wel een voogd.


Voogdij gebeurt onder toezicht van de vrederechter.

Zolang er geen voogd is, neemt de vrederechter de noodzakelijke, dringende maatregelen. De vrederechter benoemt de voogd en de toeziende voogd. Bij voorkeur is de voogd iemand van de naaste familieleden. De vrederechter houdt rekening met de concrete omstandigheden en het belang van de minderjarige. Als de voogd een bloed- of aanverwant langs moederskant is, wordt de toeziende voogd bij voorkeur uit de familie van vader gekozen en vice-versa.

De vrederechter moet de minderjarige die ouder dan 12 jaar is, horen. De zgn 'familieraad' komt enkel tussen bij de benoeming van de voogd. Daarnaast kunnen familieleden altijd vragen om de basisbeschikking te herzien, en de vrederechter zelf kan hen raadplegen als hij dat nuttig acht.

Kunnen ouders zelf kiezen wie mogelijk voogd zou worden?

Ouders kunnen samen in een verklaring voor de notaris of in een verklaring voor de vrederechter zelf een voogd aanwijzen. Zij vragen dan dat de persoon die zij noemen, voor de kinderen zal zorgen als hen iets overkomt. De ouder die het laatst of de ouder die alleen het ouderlijk gezag uitoefent, kan ook bij testament een voogd aanwijzen.

Ook als beide ouders nog leven, kan één van de ouders toch alleen een voogd aanwijzen. Maar de geldigheid van die verklaring wordt maar beoordeeld als de voogdij openvalt - dus als beide ouders overleden zijn. In principe is de vrederechter gebonden door die aanwijzing, tenzij de rechter motiveert dat er ernstige redenen zijn om in het belang van het kind af te wijken van de door de ouders gemaakte keuze. De persoon in kwestie kan ook weigeren om voogd te worden.

De toeziende voogd kan niet worden aangeduid door de ouders.
Personen die zelf niet vrij kunnen beschikken over hun goederen (onbekwamen) en personen die een jeugdbeschermingsmaatregel voor ouders kregen opgelegd mogen geen (toeziend) voogd worden.
'Kennelijk wangedrag', onbekwaamheid en 'kwade trouw in het beheer' zijn redenen tot uitsluiting of ontzetting van de voogdij. Ook wie een procedure voert tegen de pupil, kan zijn voogd niet zijn.

Als met betrekking tot één bepaalde kwestie er een tegenstrijdigheid van belangen is tussen voogd en toeziend voogd en pupil, benoemt de vrederechter op vraag van ieder belanghebbende of ambtshalve een voogd ad hoc en een toeziend voogd ad hoc. Als er alleen belangenstrijd is met de voogd, treedt de toeziende voogd op.

 

Taken van de voogd

De voogd staat in voor de opvoeding en de zorg voor de minderjarige, in de lijn van wat de ouders van het kind belangrijk vonden. Hij beheert de goederen van het kind en vertegenwoordigt het kind. In 2001 werd de familieraad afgeschaft. Nu heeft de voogd méér bevoegdheden dan voordien. Zo zal bijvoorbeeld de voogd met de adoptie van een kind onder voogdij moeten instemmen.

De toeziende voogd houdt toezicht op de voogd, in de eerste plaats op de manier waarop de voogd zich van zijn onderhouds- en opvoedingstaak kwijt.

De voogd neemt heel wat ouderlijke verplichtingen t.a.v. het kind van de ouders over, maar toch zijn er belangrijke verschillen:

  • de voogd heeft geen onderhoudsplicht t.a.v. het kind. De voogd betaalt de opvoeding en het onderhoud van het kind in de eerste plaats met de inkomsten van het kind zelf (vb opbrengst van het verhuren van de ouderlijke woning) en met sociale uitkeringen (kinderbijslag als wees). Als dat niet volstaat moeten de grootouders, als wettelijk onderhoudsplichtigen, worden aangesproken;

  • de voogd is niet zoals de ouders burgerrechtelijk aansprakelijk voor de schade die het minderjarig kind veroorzaakt;

  • de voogd is gebonden aan een strikte verslaggeving over zijn manier van opvoeden. Jaarlijks moet hij hierover bij de vrederechter en bij de toeziende voogd verslag uitbrengen.

Een voogd voor een minderjarige wordt niet voor zijn taak vergoed. Uitzonderlijk kan de vrederechter een onkostenvergoeding of bezoldiging toekennen. Niemand kan verplicht worden om voogd te worden. Als er niemand gevonden wordt om voogd te worden, zal het OCMW de voogdijtaak op zich nemen (Zie artikel 2011-02 OCMW-voogdij). 

Totdat de voogd zijn taak opneemt, kan de vrederechter dringende maatregelen nemen, zoals bijvoorbeeld de toestemming geven voor een medische ingreep bij het kind.

De voogd treedt op als vertegenwoordiger van het minderjarig kind voor het stellen van rechtshandelingen en het goederenbeheer. De wet heeft een gedetailleerde regeling voor het beheer van het vermogen van het kind door de voogd. Het gaat bijvoorbeeld over de verplichting tot boedelbeschrijving bij het begin van de voogdij, over de lijst met rechtshandelingen waarvoor de voogd voorafgaandelijk machtiging van de vrederechter moet krijgen, over de manier waarop de voogd belangrijke rechtshandelingen (bijvoorbeeld de verkoop van een onroerend goed van een minderjarige) namens het kind moet verrichten, wat er moet gebeuren bij het einde van de voogdij…
Normaal wordt slechts één voogd aangesteld. Uitzonderlijk kan de voogdij in het belang van de minderjarige worden gesplitst, door benoeming van een voogd over de persoon en een over het vermogen.
De vrederechter duidt in zijn basisbeschikking de financiële instelling aan waar de rekeningen op naam van de minderjarige zullen worden geopend.


Inspraak van de minderjarige zelf

Algemeen moet de vrederechter de minderjarige vanaf 12 jaar horen in procedures die zijn persoon aanbelangen en vanaf 15 jaar in procedures die betrekking hebben op zijn goederen. De minderjarige vanaf 15 jaar krijgt van de voogd ook een exemplaar van de jaarlijkse voogdijrekening.

Belangrijk is ook dat de wet een uitdrukkelijke regeling heeft voor als de minderjarige serieus in conflict komt met de voogd. Via de procureur kan de minderjarige zich dan tot de vrederechter wenden: vanaf 12 jaar als het conflict om zijn persoon draait, vanaf 15 jaar als de ruzie de goederen betreft.


Controle op het beheer van de voogd

De toeziende voogd kijkt toe op de manier waarop de voogd zijn functie uitoefent. Een aantal handelingen zijn verboden en voor andere moet er een machtiging van de vrederechter zijn. De vrederechter kan zijn basisbeschikking steeds aanpassen, de voogdij splitsen of de voogd ontzetten.

De voogd moet jaarlijks een verslag bezorgen aan de vrederechter over de wijze waarop hij het beheer over de goederen van de minderjarige heeft uitgevoerd, met kopie voor de toeziende voogd en het kind vanaf 15 jaar Daarnaast moet hij ook een verslag maken over de opvoeding van de pupil. Dit verslag komt toe aan de vrederechter en aan de toeziende voogd.


Einde van de voogdij

De voogdij eindigt bij de meerderjarigheid, de ontvoogding of het overlijden van de pupil. Ook wanneer er een afstammingsband met een ouder tot stand komt of de onmogelijkheid tot gezagsuitoefening door de ouder niet meer bestaat, wordt de voogdij vervangen door het ouderlijk gezag.

De voogd moet dan verantwoording afleggen van zijn beheer in de vorm van een definitieve voogdijrekening, te overhandigen aan de nieuwe voogd of aan de ouders en aan de pupil zelf als hij ouder is dan 15 jaar. De vrederechter en de toeziend voogd zijn bij die overhandiging aanwezig en er wordt een proces-verbaal van opgemaakt. Als de rekening niet wordt goedgekeurd legt de voogd verantwoording af voor de rechtbank. De pupil kan een procedure instellen tegen zijn voogd en toeziende voogd tot 5 jaar na zijn meerderjarigheid als deze op een of andere manier zijn tekortgeschoten.

 

Casusoplossing

De voogd NBMV van Alayah moet het nodige doen om een 'gewone' voogd te laten aanstellen bij het einde van zijn opdracht. De Dienst Voogdij zal ook de Vrederechter van de verblijfplaats van Alayah verwittigen.
De vrederechter neemt dan de nodige initiatieven om een voogd te benoemen. Dringende beslissingen kan de vrederechter intussen zelf nemen.

Ook de vrederechter van de woonplaats van Kurdan wordt op de hoogte gebracht van het overlijden van diens moeder, door de burgerlijke stand van de gemeente waar moeder is overleden of door het parket. Het pleeggezin krijgt niet 'vanzelf' beslissingsrecht. Als een van de pleegouders voogd wil worden, kan dat. Dit stelt niet noodzakelijk een einde aan de pleegplaatsing binnen Bijzondere Jeugdzorg, net omdat een voogd niet onderhoudsplichtig is ten opzichte van zijn pupil. Het is wel mogelijk dat in het belang van Kurdan een opsplitsing van de voogdij over de persoon en over de goederen gebeurt, waarbij de pleegouder enkel de voogdij over de persoon waarneemt. (Lees ook het artikel over het statuut van pleegzorgers)

Frederik kan Martjes situatie aankaarten bij de Vrederechter en de ontzetting uit de voogdij van tante Gerda vragen. Hij kan, als meerderjarige, zelf aangeduid worden als nieuwe voogd, als dat in het belang van Martje is.

 

Auteurs: Min Berghmans en Lieve Balcaen, juristen SAM, steunpunt Mens en Samenleving Jeugdrecht.be

Bronnen:

  • Swennen, F., Personenrecht in kort bestek, intersentia, Antwerpen, 2008, p. 125-140. 
  • art. 389 ev BW
  • Wuyts, T., Ouderlijk gezag, Intersentia, Antwerpen, 2013, p. 259 – 334.
 
 
 
 
 
 

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be