2016-04 Vechtscheiding en dienstverlening door Kind en Gezin

Bruno en Mieke gaan na een huwelijk van vijf jaar uit elkaar. Samen hebben ze een zoontje van 18 maanden, Lukas. Soms lopen de emoties hoog op en dreigt kleine Lukas inzet van de ruzies te worden. Zo weigert mama bijvoorbeeld om papa te betrekken bij de opvolging door Kind en Gezin en vraagt expliciet aan de verpleegkundige, met wie ze intussen een goede band heeft opgebouwd, om geen info te delen met haar ex-partner. Wat nu?

Op het moment dat Sarah en Farid uit elkaar gaan is hun oudste dochtertje, Aïsha, net twee jaar geworden. Sarah wil niets meer met Farid te maken hebben en verhuist naar een andere regio. Daar vraagt ze of de consultaties van Kind en Gezin voortaan in haar nieuw dorp kunnen doorgaan. Papa is niet akkoord en wil dat de consultaties blijven doorgaan in zijn regio. Wat nu?

 

Relaties lopen weleens stuk, dat is de realiteit. Als daarbij ook (hele) jonge kinderen betrokken zijn, is dat een belangrijke aandachtsfactor. Niet in het minst voor de ex-partners, maar ook voor de dienst- en hulpverleners die met het gezin in aanraking komen tijdens en na de scheiding. Welke rechten en belangen spelen mee en kunnen handvatten bieden bij de dienstverlening?

Juridisch kader

Als een koppel dat samen kind(eren) heeft uit elkaar gaat, komt er weliswaar een einde aan de partnerrelatie, maar de ouderrelatie blijft bestaan. Dat principe is ook juridisch stevig verankerd in de wet: ouders oefenen in principe steeds gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, ook als ze niet (meer) getrouwd zijn of niet samenleven (artikel 374 burgerlijk wetboek). Beide ouders zijn m.a.w. samen verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van het kind. Als ouders er niet in slagen samen beslissingen te nemen, kunnen ze de stap naar de familierechtbank zetten, waarbij de rechter o.a. vanuit het belang van het kind zal moeten beslissen over de voorliggende vraag (bv. verblijfsregeling, persoonlijk contact, belangrijke opvoedkundige beslissingen, …). 

De wetgeving omtrent het ouderlijk gezag vormt ook de basis waaraan ouders rechten en plichten ontlenen t.a.v. van hun kind. Een heel belangrijk recht is het recht op informatie. Zelfs als het ouderlijk gezag exclusief is toegewezen aan één ouder, behoudt de andere ouder nog steeds het recht op informatie over zijn kind (artikel 374 burgerlijk wetboek). Alleen een rechter kan daarover anders beslissen.

Het recht op informatie houdt geen actieve informatieplicht in voor dienst- en hulpverleners naar beide ouders toe. Als een mama zich alleen aandient op een consultatiebureau, wordt de informatie logischerwijze op dat moment alleen aan de mama gegeven, en mag de verpleegkundige ervan uitgaan dat ouders die informatie spontaan met elkaar zullen delen, ook in (echt)scheidingssituaties. Anderzijds, op een expliciete vraag tot het niet doorgeven van informatie aan de vader van het kind, mag de verpleegkundige niet ingaan, voor zover de vader die informatie wel degelijk wil krijgen en daar ook expliciet om vraagt.

Op het ogenblik dat mama Sarah zich aandient op het consultatiebureau van haar nieuwe verblijfplaats, zal uit het dossier van haar kindje blijken dat de opvolging voordien in een andere regio gebeurde. Op dat moment geldt het principe dat de verpleegkundige er te goeder trouw mag van uitgaan dat de mama handelt in overeenstemming met haar ex-partner (artikel 373 burgerlijk wetboek) en zou zij m.a.w. de dienstverlening in het nieuwe consultatiebureau kunnen verderzetten.

Van zodra de verpleegkundige echter weet heeft van het conflict tussen beide ouders en de weigering van papa, is dat niet langer het geval en moet er naar een andere oplossing gezocht worden.

Casusoplossing

Het juridisch kader reikt handvatten aan om de dienstverlening aan ouders die uit elkaar zijn, verder vorm te geven. Onderstaande voorbeelden zijn mogelijke antwoorden op de gestelde casussen.

De verpleegkundige kan in haar dienstverlening t.a.v. mama Mieke het belang van een goede communicatie tussen beide ouders onderstrepen en duiden in relatie tot de ontwikkeling van haar zoontje Lukas. Ze is echter niet verplicht om de papa op eigen initiatief actief te informeren, maar als papa Bruno expliciet de vraag zou stellen naar het bekomen van informatie over Lukas, dan kan de verpleegkundige dat niet weigeren. Er kunnen natuurlijk ook andere oplossingen gezocht worden met de ouders zodat beiden voldoende geïnformeerd zijn over Lucas.

In de casus van Sarah en Farid stelt zich naast een juridische uitdaging ook een organisatorische uitdaging. Kind en Gezin streeft vanuit het belang van het kind naar een recht op opvolging in hoofde van elk jong kind. Vanuit dat streven, zouden de twee betrokken regioteams de handen in elkaar kunnen slaan om aan beide ouders een evenwichtig dienstverleningstraject aan te bieden, waarbij het belang van Aïsha steeds voorop staat. Uiteraard moet de medisch-preventieve opvolging van Aïsha, waaronder vaccineren, maar één keer gebeuren en moeten ouders het minstens daarover eens raken, maar dat geldt niet voor het overige psychosociale en opvoedingsondersteunend aanbod van Kind en Gezin. Dit zal een creatieve aanpak vragen, waarbij de verpleegkundigen er steeds alert voor moeten zijn om niet mee in het conflict gezogen te worden, maar daarentegen vanuit hun preventieve opdracht te werken aan een perspectiefverbreding bij mama Sarah en papa Farid, zodat zij hun focus van samen ouder zijn voor Aïsha herwinnen.

Conclusie

Baby’s en jonge kinderen zijn o.w.v. hun leeftijd extra kwetsbaar. Kunnen opgroeien en ontwikkelen in een veilig en warm nest is daarbij cruciaal. Als dat niet door beide ouders samen en onder één dak lukt, hoeft dat geen probleem te vormen, zo lang er voldoende aandacht is voor de noden en behoeften van het kind. Kind en Gezin wil beide ouders in hun rol erkennen en ondersteunen, en bouwt haar dienstverlening vanuit het belang van het kind uit. Dat vraagt in de praktijk soms om een creatieve aanpak die veel inzet, moed en gedrevenheid vergt. Maar kleine Lukas en schattige Aïsha zijn dat waard, niet?

 

Auteur: Lieve Krobea, juriste en beleidsmedewerker bij Kind en Gezin, afdeling preventieve gezinsondersteuning

 

Bronnen

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be