2015-03 Bij mama of papa wonen: mag het kind kiezen?
Update van : 2009-03 Bij mama of papa wonen: mag het kind  kiezen?

Elsje is 14. Haar mama en papa gaan scheiden. De papa van Elsje vertelde haar dat zij zelf maar moet kiezen waar ze vanaf nu zal wonen. De rechter kan dit niet beslissen nu ze al 14 jaar is.

Jozefien is 16 jaar. Sinds de scheiding van haar ouders woont ze beurtelings een week bij vader en bij moeder. Het botert echter niet tussen Jozefien en de nieuwe partner van mama, en ze zou graag meer bij papa verblijven. Moeder is hier niet mee akkoord, en dreigt naar de jeugdrechter te stappen. Kan Jozefien niet zelf beslissen waar ze woont? Ze is toch al 16 jaar?

Ouderlijk gezag tot 18 jaar

Kinderen staan tot 18 jaar onder het oud​​erlijk gezag van hun ouders (art. 373 e.v. B.W.). Het ouderlijk gezag​ houdt onder meer het recht van bewaring van de ouders over hun minderjarige kinderen in. Het ouderlijk gezag blijft steeds gelden, ongeacht de ouders feitelijk samenwonen, gehuwd zijn, in een echtscheidingsprocedure zitten, feitelijk gescheiden zijn of uit de echt gescheiden.

Ook wanneer ouders uit elkaar gaan, blijven zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen. In principe zijn het dus de ouders die samen beslissen waar de kinderen zullen verblijven. Veel ouders houden in de praktijk rekening met de mening van hun kinderen als ze dergelijke ingrijpende beslissingen moeten nemen.

Wanneer ouders nie​t tot een akkoord komen, zelfs niet met hulp van een bemiddelaar, kan alleen een rechter beslissen over de verblijfsregeling van de kinderen. Sinds 2006 heeft de wetgever een voorkeur voor de tweeverblijfsregeling​ ingevoerd. Wanneer één van de ouders het vraagt, is de rechter verplicht om een tweeverblijfsregeling bij voorrang te onderzoeken. Alleen wanneer zo’n beurtregeling tussen ouders geen goede oplossing biedt voor het kind, kan de rechter een ongelijk verdeelde huisvesting opleggen (meestal een hoofdverblijf bij de ene ouder en om de 2 weken 1 weekend bij de andere ouder).

Welke rechtbank is bevoegd ?

Op 1 september 2014 trad de familie- en jeugdrechtbank in werking. Sindsdien worden alle burgerlijke familiale geschillen behandelt door de familierechter. De familierechtbank bestaat uit een familiekamer en een kamer voor minnelijke schikking. Zowel de griffier als de familierechter wijzen de partijen er op dat ze steeds kunnen beroep doen op de mogelijkheden tot minnelijke schikking. Hetzij door bemiddeling via een erkend bemiddelaar (via de CAW bvb), hetzij via een procedure voor de kamer van minnelijke schikking binnen de familierechtbank.
Het is de woonplaats van het kind die bepaalt welke familierechtbank bevoegd is.
Ook de geschillen die hoogdringend zijn worden behandeld door de familierechtbank. Geschillen inzake ouderlijk gezag en m.b.t. huisvesting en het recht op persoonlijk contact m.b.t. minderjarige kinderen worden automatisch hoogdringend behandeld (veronderstelde hoogdringendheid art. 1253ter/4,§2 Ger.W.)

Hebben kinderen inspraak bij gerechtelijke procedures waarin zij ook betrokken zijn?

De rechter beslist in het belang van het kind, en zal in de meeste gevallen ook naar de kinderen luisteren om hun mening te weten. Het principe van het hoorrecht van kinderen werd ingeschreven in het gerechtelijk wetboek (Artikel 931 Ger.W.). Sinds 1 september 2014 werd dit grondig gewijzigd en werden de artikelen 1004/1 en 1004/2 in het Gerechtelijk Wetboek ingevoerd.
Het nieuwe artikel 1004/1 stelt dat elke minderjarige ouder dan 12 jaar automatisch wordt geïnformeerd over de mogelijkheid om te worden gehoord door de rechter of te weigeren gehoord te worden indien hij dat niet wenst. Aan de minderjarige wordt een brief toegestuurd (model bepaald bij K.B.) met informatie over het hoorrecht en een antwoordformulier waarop de minderjarige antwoordt of hij wenst gehoord te worden of niet. Nadien krijgt de minderjarige een uitnodiging met datum en plaats.

Ook kinderen onder de 12 jaar kunnen gehoord worden op eigen verzoek, op verzoek van de partijen, op vraag van het openbaar ministerie of ambtshalve door de rechter. De rechter kan mits een gemotiveerde beslissing weigeren de min 12 jarige te horen behalve wanneer het verzoek van de minderjarige zelf of het openbaar ministerie kwam.
Het verslag van het onderhoud wordt bij het dossier gevoegd (dus de advocaten van de ouders kunnen dit lezen) en de rechter moet de minderjarige hierover informeren. Wat en hoeveel er in het verslag komt wordt verder niet bepaald en kan dus verschillen van rechter tot rechter.

Casusoplossing

Elsje kan niet zelf kieze​n waar ze gaat wonen. Nu de ouders van Elsje uit de echt zullen scheiden, is het de familierechter die een uitspraak zal doen over waar Elsje zal wonen. De rechter zal Elsje een brief sturen met informatie over het hoorrecht. Elsje kan via een antwoordformulier aan de rechter laten weten of ze wenst gehoord te worden of niet. Indien ze haar mening aan de rechter wenst te vertellen zal ze hiertoe worden uitgenodigd.

Ook Jozefien kan niet zelf beslissen waar ze gaat wonen. Het is de familierechter die zal beslissen. De rechter is wel verplicht naar de mening van Jozefien te luisteren.

Conclusie

Minderjarigen tot 18​​ jaar mogen nooit kiezen bij wie ze gaan wonen en ze mogen ook niet beslissen óf en hoeveel contact ze hebben met een ouder. Het zijn de ouders of de rechter die hierover beslissen. Ofwel hebben ze inspraak bij hun ouders zelf of ze worden gehoord bij de rechter. Maar al bij al hebben minderjarigen een zwakke positie als hun ouders uit elkaar gaan: ze kunnen geen procedure inspannen om een bepaalde beslissing te bekomen en ze kunnen niet in beroep gaan tegen een beslissing waarmee ze het niet eens zijn.


Auteur: Karin Maes, coördinator Kinderrechtswinkel

Bronnen

  • Wet van 18 juli 2006 tot het bevoorrechten van een gelijkmatige verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind, B.S. 4.9.2006
  • Wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank, B.S. 27.09.2013
  • BROUWERS, S., “Wijziging van de verblijfsregeling: criteria en (civielrechtelijke) sancties”, in in C.B.R. (ed.), Verblijfsregeling, Antwerpen, Intersentia, 2008, p. 145-182.
  • DESMET, N., “Hoofdstuk 2: De positie van minderjarige kinderen als hun ouders uit elkaar gaan”, in ”KINDERRECHTSWINKELS (ed.), De juridische positie van de minderjarige, Kortrijk/Heule, UGA, 2007, p. 73-30
  • KINDERRECHTSWINKEL, ‘tZitemzo...als ouders uit elkaar gaan, 2015.
  • KINDERRECHTSWINKEL, ‘tZitemzo… Kids. Als ouders uit elkaar gaan, 2015.
  • KINDERRECHTSWINKEL, ‘tZitemzo...als je gehoord wordt door de rechter, 2015.
  • KINDERRECHTSWINKEL, ‘tZitemzo Jeugdrecht… als ouders uit elkaar gaan, 2015.
  • SENAEVE, P., Compendium van het Personen- en Familierecht, Leuven, Acco, 2007, xxp.
  • VASSEUR, R., “De verblijfsregeling van kinderen van gescheiden ouders: een verruimd wettelijk kader”, TJK 2007/1, 11-20.
  • www.kinderrechtswinkel.b​e

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van Steunpunt Jeugdhulp en Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be