2014-04 Het verhoor van minderjarige slachtoffers of getuigen

Lisa (13 jaar) leeft reeds jaren in erbarmelijke omstandigheden thuis. Haar ouders zijn meer weg dan ze thuis zijn. (Gezond) Eten op regelmatige tijdstippen, een proper huis, dagelijkse hygiëne, … zijn eerder zaken die ze van horen vertellen kent. De situatie begint uit de hand te lopen. De buren verwittigen de politie. Er wordt beslist om Lisa tijdelijk uit huis te plaatsen. Lisa wil wel een verklaring afleggen, maar wil niet op het komende proces getuigen.

Jan is 8 jaar wanneer hij door zijn buurman wordt aangerand. Zijn vriendje Ben (9 jaar) was erbij. De onderzoeksrechter wil zowel het verhoor van Jan als dat van Ben op video opnemen. De ouders willen dit niet.

Eef (16 jaar) is getuige van een overval op een nachtwinkel bij valavond, waarbij één dode (de uitbater) en enkele zwaargewonden vallen. Kan haar getuigenis op video worden opgenomen?


Het verhoor

Wanneer men als slachtoffer klacht gaat neerleggen, of als getuige aangifte gaat doen van een misdrijf bij de politie, gaat dit gepaard met een verhoor. Dit verhoor kan op het moment van de klacht of aangifte plaatsvinden, ofwel achteraf. Ook in de loop van het strafrechtelijk onderzoek kan onder meer beslist worden om mogelijke getuigen te horen. (Voor meer uitleg over het verhoor, zie ook C. Melkebeek, “Het verhoor van een minderjarige”, e-zine mei TJK.)

Het Wetboek van Strafvordering (Sv.) voorziet in enkele minimale regels m.b.t. het verhoren van personen (ongeacht of ze slachtoffer, getuige of verdachte zijn ). O.a.

  • Elk verhoor moet starten met een korte mededeling van de feiten. De politie moet er over waken dat deze mededeling ook duidelijk is voor minderjarigen die verhoord worden;

  • De politieman of -vrouw moet de ondervraagde persoon er bij de start van het verhoor ook op wijzen dat zijn verklaringen als bewijs kunnen worden gebruikt in een gerechtelijke procedure en dat hij niet verplicht kan worden zichzelf te beschuldigen (men spreekt hier van het zwijgrecht-light);

  • Het proces-verbaal van het verhoor moet nauwkeurig het tijdstip waarop het verhoor werd aangevat en beëindigd vermelden, en ook de bijzondere omstandigheden en alles wat op de verklaring of de omstandigheden waarin zij is afgelegd, een bijzonder licht kan werpen;

  • De ondervraagde persoon mag vragen dat het gesprek wordt genoteerd in zijn letterlijke bewoording;

  • Aan het einde van het verhoor laat men de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor lezen en kan hij zijn verklaringen verbeteren of er nog iets aan toevoegen;

  • Indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wil uitdrukken, wordt ofwel een beroep gedaan op een beëdigd tolk, ofwel worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zelf zijn verklaring te noteren;

  • Na afloop van het verhoor, ontvangt de ondervraagde een kosteloze kopie van het proces-verbaal van verhoor (onmiddellijk of binnen de maand via de post). Ook minderjarigen vanaf 12 jaar kunnen zelf de kopie van hun verhoor ontvangen. (Ingeval van kinderen jonger dan 12, wordt de kopie overhandigd aan hun ouders (of voogd).) Wanneer de verhoorders echter vrezen dat het gevaar bestaat dat de kopie de minderjarige ontnomen wordt of dat hij het persoonlijk karakter ervan niet kan bewaren, ontvangt de minderjarige geen kopie van het verhoor. Een weigering tot mededeling van het kopie kan onder meer gerechtvaardigd zijn wanneer de kopie kan worden misbruikt omdat er een geschil rond de uitoefening van het ouderlijk gezag of de uitoefening van het recht op persoonlijk contact bestaat, de minderjarige in een conflictsituatie met zijn milieu kan komen, er aanwijzingen bestaan dat de dader van het misdrijf één van de ouders is, enz.   Een weigering van overhandiging van kopie moet gemotiveerd zijn. De gemotiveerde beslissing wordt opgenomen in het dossier. In geval van weigering kan de minderjarige, bijgestaan door zijn advocaat of een justitieassistent van slachtofferonthaal, het proces-verbaal van verhoor inkijken. Een kopie van het verhoor kan ook aan de advocaat van de minderjarige worden overgemaakt.


Het verhoor van minderjarige slachtoffers of getuigen

Bovenstaande minimale regels zijn van toepassing op elk politieverhoor van personen, ongeacht hun hoedanigheid. Hoofdstuk 7bis van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) regelt, in de artikels 91bis tot 101, specifiek het verhoor van minderjarigen die het slachtoffer of getuige zijn van bepaalde misdrijven. Er wordt, onder bepaalde omstandigheden, voorzien in een recht op de bijstand van een vertrouwenspersoon, én in een recht op een audiovisueel verhoor.

Merk op: Er wordt nergens wettelijk voorzien dat ouders op de hoogte gebracht moeten worden wanneer hun minderjarige kinderen verhoord (zullen) worden door de politie (tenzij ze in dit kader ook aangehouden werden). Dit mag natuurlijk wel en is bovendien in het kader van hun ouderlijke verantwoordelijkheden ook wenselijk.

A. De bijstand van een vertrouwenspersoon

Art. 91bis Sv. voorziet in een recht op bijstand door een meerderjarige vertrouwenspersoon tijdens het verhoor voor minderjarige slachtoffers of minderjarige getuigen wanneer het gaat om zeer ernstige misdrijven zoals gijzeling; aanranding van de eerbaarheid en verkrachting; misdrijven m.b.t. ontucht, bederf van de jeugd, prostitutie en openbare zedenschennis; opzettelijk toebrengen van lichamelijke letsels; genitale verminking van meisjes en vrouwen; familieverlating en onthouden van het nodige voedsel en verzorging aan minderjarigen of kwetsbare personen waardoor hun gezondheid in het gedrang komt; schuldig hulpverzuim; ontvoering van minderjarigen; en mensenhandel en mensensmokkel.
Indien de minderjarige slachtoffer werd, of getuige was, van een ander misdrijf, kan hem de bijstand van een vertrouwenspersoon worden toegekend als gunst, maar hij heeft hier volgens de wet geen recht op.

De procureur des Konings of de onderzoeksrechter kan zich bij gemotiveerde beslissing verzetten tegen een bepaalde vertrouwenspersoon als hij meent dat deelname van deze persoon afbreuk doet aan het belang van de minderjarige of het belang van het onderzoek. Een ouder bijvoorbeeld die als mogelijke verdachte in een dossier rond seksueel misbruik van de minderjarige in aanmerking komt, wordt als vertrouwenspersoon geweigerd. Men wil vermijden dat de minderjarige geïntimideerd wordt of een mogelijke verdachte op de hoogte komt van het strafonderzoek. Ook wanneer bijvoorbeeld de vrees bestaat dat de minderjarige zijn verhaal gaat afzwakken omdat zijn ouder zeer emotioneel reageert op de gebeurtenis, kan de aanwezigheid van die ouder als vertrouwenspersoon worden geweigerd.
De minderjarige kan in dat geval een andere persoon voorstellen als vertrouwenspersoon.

De vertrouwenspersoon moet zich tijdens het verhoor afzijdig houden. Hij houdt zich op de achtergrond buiten het gezichtsveld van de minderjarige, maar in het gezichtsveld van de camera. Zijn taak bestaat uit het gerust stellen van de minderjarige en deze laatste aan te moedigen om aan het verhoor mee te werken. De vertrouwenspersoon mag geen vragen stellen noch verklaringen aanvullen.


B. Het audiovisueel verhoor

Het verhoor van een minderjarig slachtoffer of getuige kan op video worden opgenomen. Dit is het zogenaamde audiovisueel verhoor, of kortweg videoverhoor, en wordt geregeld in de artikelen 91bis, 92 tot en met 101 van het Wetboek van Strafvordering.

Via opname van verhoor op video wil men ervoor te zorgen dat het kind niet steeds opnieuw zijn verhaal moeten doen aan de politie, aan de parketmagistraat, aan de rechter, …
Ook worden zijn bewoordingen exact weergegeven, zodat men vanaf het eerste verhoor over betrouwbare gegevens beschikt om de feiten vast te stellen en om hulp- en beschermingsmaatregelen tegenover de minderjarige te overwegen enerzijds. Anderzijds vormt videoverhoor een controle op de suggestibiliteit van de vragen van de verhoorders.
Bovendien wil men vermijden dat minderjarige slachtoffers of getuigen op de terechtzitting te emotioneel belast worden. Door het verhoor op video vast te leggen kan een secundaire victimisatie vermeden worden.
Minderjarigen die tijdens een audiovisueel verhoor verklaringen hebben afgelegd, mogen in principe niet meer als getuige ter terechtzitting worden opgeroepen. Men gaat ervan uit dat de opgenomen verklaring dezelfde waarde heeft als een mondelinge getuigenis in de rechtszaal, en dat de afwezigheid van de minderjarige voor de verdediging geen nadeel oplevert.

In de praktijk kan ook het verhoor van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd, op video worden opgenomen. Dit wordt vaak ingegeven om reden dat de minderjarige niet steeds opnieuw moet worden verhoord of om suggestieve vraagstelling vanwege de verhoorder te vermijden. Op video kan namelijk de suggestibiliteit van de vragen worden gecontroleerd. (Voor meer informatie hierover zie L. Balcaen, ‘Het politieverhoor van minderjarige verdachten’, e-zine mei TJK 2014-04.)

Situaties waarin tot een audiovisueel verhoor beslist kan worden

Het verhoor van minderjarigen die het slachtoffer of getuige zijn van misdrijven m.b.t. de aanranding van de eerbaarheid en verkrachting; ontucht, het bederf van de jeugd of prostitutie; en de genitale verminking van meisjes of vrouwen gebeurt moet steeds gebeuren door middel van een audiovisuele opname, behalve wanneer de procureur des Konings of de onderzoeksrechter anders oordeelt (en motiveert) in het belang van de minderjarige of van de zaak (of wanneer de +12 jarige hiervoor geen toestemming zou geven).

De procureur des Konings of de onderzoeksrechter kan daarnaast ook de audiovisuele opname bevelen van het verhoor van minderjarigen die slachtoffer of getuige zijn van de andere misdrijven opgenomen in artikel 91bis Sv., zoals gijzeling; opzettelijk toebrengen van lichamelijke letsels; familieverlating en onthouden van het nodige voedsel en verzorging aan minderjarigen of kwetsbare personen waardoor hun gezondheid in het gedrang komt; schuldig hulpverzuim; ontvoering van minderjarigen; mensenhandel en mensensmokkel; en doodslag.

Gaat het om andere misdrijven, dan kan een audiovisueel verhoor enkel worden bevolen als daartoe ernstige en uitzonderlijke omstandigheden bestaan. Het is aan de magistraat die het verhoor beveelt, om te beoordelen of hiervan sprake is. Hierbij houdt hij onder meer rekening met een mogelijk vermijden van een bijkomend trauma ten gevolge van veelvuldig verhoren, met het eventuele risico op verlies aan herinneringen, met de al dan niet wenselijkheid van een confrontatie tussen de minderjarige en de vermoedelijke dader, en met het belang om de woorden van de minderjarige zo getrouw en respectvol mogelijk weer te geven.

Bij de beslissing tot audiovisuele opname van het verhoor wordt rekening gehouden met de persoonlijkheid van de minderjarige, zijn ontwikkelingsgraad, zijn psychologisch evenwicht, zijn leeftijd, de omstandigheden waarin de eventuele onthullingen zijn gebeurd…
Voor het audiovisueel verhoor is geen minimumleeftijd vooropgesteld. Bepalend zijn de communicatieve en intellectuele vaardigheden van het kind. Men gaat er wel van uit dat kinderen jonger dan 3,5 jaar niet in staat zijn betrouwbare verklaringen af te leggen.


Toestemming van de minderjarige

Minderjarigen vanaf de leeftijd van 12 jaar moeten uitdrukkelijk hun toestemming geven. Als de minderjarige weigert aan de audiovisuele opname deel te nemen, hoewel hij de reden ervan begrijpt, stelt de verhoorder enkel een audio-opname voor. Indien de minderjarige ook dit weigert, wordt dit genoteerd. In dat geval zal de klassieke verhoorprocedure gevolgd worden en riskeert hij dus op de terechtzitting te moeten verschijnen.
Voor minderjarigen beneden de leeftijd van 12 jaar volstaat de mededeling van de politie dat een audiovisueel verhoor wordt afgenomen. Instemming van de minderjarige is dus niet vereist.
Een minderjarige kan, ongeacht zijn leeftijd, ook zelf om een audiovisueel verhoor vragen. Dit wordt niet noodzakelijk toegekend. Het is de magistraat die beslist.

Minderjarigen kunnen zich trouwens ook bij het videoverhoor laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. (Tenzij de procureur of de onderzoeksrechter zich hiertegen verzet omdat hij meent dat dit niet in het belang is van de minderjarige of in het belang van het onderzoek.)

Ouders moeten niet vooraf toestemmen in een audiovisueel verhoor, en hebben dus geen vetorecht. Het is niet vereist dat de ouders op de hoogte worden gebracht van het verhoor, noch van de inhoud van het verhoor achteraf. De reden hiervan is het feit dat de ouders of personen uit hun omgeving als verdachte in aanmerking kunnen komen, in het bijzonder bij familiale conflicten.​

Verloop van het verhoor

Het verhoor kan enkel worden afgenomen door de procureur des Konings, de onderzoeksrechter of een bij naam genoemde politie-ambtenaar die een functionele gerechtelijke opleiding in het verhoren van minderjarigen heeft gevolgd. In de praktijk is het bijna steeds een gekwalificeerde politieambtenaar die het verhoor afneemt.

De basisprincipes bij het verhoor van een minderjarige zijn respectvol, niet-suggestief en stapsgewijs. Een verhoor van een minderjarige verloopt min of meer gelijk als een verhoor bij een meerderjarige persoon. Maar er moet meer aandacht besteed worden aan het vrije verhaal, aan het vermijden van suggesties en aan de formulering van de vraagstelling. Het verhoor zelf gebeurt in een kindvriendelijke taal, en niet in de taal van de volwassene. In uitzonderlijke gevallen kan het nuttig zijn dat de verhoorder gebruik maakt van hulpmiddelen (bijvoorbeeld speelgoed) tijdens het verhoor, op voorwaarde dat hij hiervoor specifiek is opgeleid.

De minderjarige kan steeds beslissen om het verhoor op elk moment te onderbreken of stop te zetten.

Het verhoor wordt uitgevoerd in een verhoorlokaal dat neutraal en kindvriendelijk is ingericht.
Een beperkt aantal mensen is aanwezig : de verhoorder, de minderjarige en eventueel zijn vertrouwenspersoon. De procureur des Konings of de onderzoeksrechter kunnen tenslotte ook een psycholoog-deskundige aanstellen om het verhoor te volgen vanuit de regiekamer.

De verhoorder bedankt op het einde de minderjarige voor zijn medewerking, maar niet voor de inhoud van wat hij medegedeeld heeft.

Bewaren van en inzage in de dvd’s

De verhoorder neemt het audiovisueel verhoor op op twee DVD’s. Beide DVD’s worden als origineel beschouwd en bewaard op de griffie van de rechtbank. Enkel personen die beroepshalve bij het onderzoek betrokken zijn (magistraten, politiediensten en deskundigen), en de partijen in het geding hebben inzage.

Zolang het opsporingsonderzoek loopt, kunnen de partijen de DVD’s niet bekijken.
Tijdens een gerechtelijk onderzoek, kan de niet-aangehouden inverdenkinggestelde of de burgerlijke partij een verzoek tot inzage indienen bij de onderzoeksrechter.
Van zodra de procureur des Konings een eindvordering heeft opgesteld (om de zaak voor de rechtbank te brengen) hebben de verdachten en de burgerlijke partijen automatisch het recht om de DVD’s te bekijken.
Inzage is eveneens mogelijk na een rechtstreekse dagvaarding voor het vonnisgerecht.
Indien andere personen inzage willen krijgen, zoals therapeuten, verhoorders in opleiding en wetenschappelijke onderzoekers, moet de procureur-generaal bij het Hof van Beroep daartoe machtiging verlenen.

In geval van veroordeling worden de DVD’s bewaard tot de volledige tenuitvoerlegging van de straf of de verjaring van de straf. De vonnisrechter kan echter beslissen de DVD’s meteen te vernietigen. In alle andere gevallen (ook bij seponering) moeten de DVD’s op de griffie bewaard worden. Inzage kan dan enkel na toelating van de procureur-generaal.

Oproeping van de minderjarige op de zitting

Het proces-verbaal van verhoor en de DVD’s hebben dezelfde waarde als verklaringen afgelegd tijdens de zitting. De minderjarige moet in principe niet meer als getuige op het strafproces verschijnen.
Toch kan de rechter beslissen dat de minderjarige aan het onderzoek op de zitting moet deelnemen. Deze beslissing moet duidelijk gemotiveerd zijn. Dit betekent echter niet dat de minderjarige in rechtstreeks contact komt met de beklaagde of zijn advocaat. Voor het verhoor wordt een videoconferentie gebruikt, waarbij de minderjarige samen met de vertrouwenspersoon in een afzonderlijk lokaal plaats neemt. De minderjarige kan echter zelf beslissen om op de zitting te komen getuigen.
De rechter kan ook een aanvullend audiovisueel verhoor bevelen.


Casusbespreking

De leefsituatie waarin Lisa zich bevindt, kan juridisch worden gekwalificeerd als ‘onthouden van voedsel en verzorging’ en eventueel eveneens als ‘achterlaten van kinderen’. Dit zijn misdrijven waarin de wet de opname van het verhoor op video mogelijk maakt. Omdat Lisa ouder dan 12 jaar is, moet zij toestemmen met een audiovisueel verhoor. Dit zal hier wellicht geen probleem vormen omdat zij juist dankzij dit audiovisueel verhoor, in principe niet meer op de zitting moet verschijnen. Uitzonderlijk kan de rechter beslissen om Lisa, ondanks haar getuigenis op video, toch op de zitting te laten verschijnen. Ook in dit geval moet Lisa de confrontatie met haar ouders niet aangaan, want de getuigenis wordt in een zaaltje apart afgenomen.

De onderzoeksrechter kan wettelijk beslissen dat zowel de getuigenis van Jan als slachtoffer, als die van Ben als getuige, op video wordt opgenomen. Seksuele misdrijven waarvan minderjarigen slachtoffer worden of getuige zijn, worden immers in de wet aangeduid als situaties waarin beslist kan worden tot een audiovisueel verhoor. Rekening houdend met de leeftijd van Jan en Ben, 8 jaar en respectievelijk 9 jaar, moeten de kinderen niet in het videoverhoor toestemmen. Het volstaat dat de onderzoeksrechter hen hierover inlicht. Evenmin moet de onderzoeksrechter aan de ouders toestemming vragen. Hij moet ze zelfs niet inlichten. In deze casus zijn de ouders op de hoogte van het feit dat er een audiovisueel verhoor wordt afgenomen. Dat ze hiermee niet akkoord gaan, heeft geen gevolg voor het al dan niet opnemen van een videoverhoor. Hun toestemming heeft de onderzoeksrechter immers niet nodig.

Aangezien zowel Lisa, als Jan en Ben slachtoffer of getuige zijn van misdrijven opgesomd in art. 91bis Sv., hebben zij recht op bijstand van een vertrouwenspersoon tijdens het (video)verhoor. De onderzoekende magistraat zou zich, in het belang van de kinderen of in het belang van het onderzoek, kunnen verzetten tegen een bepaalde vertrouwenspersoon, maar dan kan eventueel een andere vertrouwenspersoon voorgesteld worden.

De feiten waarvan Eef getuige is, worden niet in art. 91bis Sv. opgesomd. Ze heeft dus in principe geen recht op bijstand van een vertrouwenspersoon tijdens het verhoor, maar dit kan haar natuurlijk wel toegekend worden als gunst. Bovendien zal er in principe ook geen gebruik gemaakt worden van een audiovisueel verhoor. De wet voorziet echter dat ook voor andere misdrijven, dan deze opgesomd in art. 91bis Sv., de magistraat belast met het onderzoek in ernstige en uitzonderlijke omstandigheden kan beslissen tot een audiovisuele opname. Eef kan een opname van verhoor op video vragen, maar het is de magistraat die hierover het laatste woord heeft. Rekening houdend met de ernst van de feiten, is het goed mogelijk dat de magistraat hiertoe beslist. En aangezien Eef ouder is dan 12 jaar moet zij met een audiovisuele opname van het verhoor toestemmen.


Auteur : Katrien Herbots, Slachtoffer in Beeld
Update mei 2014 : Nele Desmet, Kinderrechtswinkel vzw

 

Bronnen

  • Artikelen 91bis, 92 – 101 Wetboek van Strafvordering (Verhoor van minderjarigen die het slachtoffer of getuige zijn van bepaalde misdrijven), ingevoegd bij de Wet van 13 april 1995 betreffende seksueel misbruik ten aanzien van minderjarigen (B.S. 13 april 1995), en gewijzigd en aangevuld door de Wet van 20 november 2000 betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen (B.S. 17 maart 2001).
  • Ministeriële Omzendbrief van het Ministerie van Justitie van 16 juli 2001 over de audiovisuele opname van het verhoor van minderjarige slachtoffers of getuigen van misdrijven.
  • L. Balcaen, “Het politieverhoor van minderjarige verdachten”, e-zine mei TJK
  • L. Balcaen, N. Desmet, C. Melkebeek en M. Rom “Een leidraad voor het politioneel verhoor van de minderjarige in het kader van de Salduz-Wet”, in verslagboek studienamiddag Salduz, TJK, Gent, Larcier, 2014.
  • B. DE SMET, Jeugdbeschermingsrecht in kort bestek, Antwerpen, Intersentia, 2005, 125-132.
  • H. DE WIEST, “Proceswaarborgen van minderjarigen in strafzaken”, in Centrum voor beroepsvervolmaking in de rechten (ed.), De procesbekwaamheid van minderjarigen, Antwerpen, Intersentia, 2006, 175-230.
  • J. DOMMICENT, M. VANDERHALLEN, G. VERVAEKE en M. VAN DE PLAS, “Techniek Audiovisueel verhoor Minderjarigen: opleiding en opvolging, een evaluatie”, Panopticon 2006, nr. 3, 56-75.
  • KINDERRECHTSWINKEL, ’t Zitemzo Jeugdrecht… met minderjarigen en de politie, (Informatiefiche voor professionelen), 2013.
  • C. Melkebeek, “Het verhoor van een minderjarige​”, e-zine mei TJK
  • Met dank aan de CAW-juristen die op 26 juni 2006 een intern vormingsmoment hebben georganiseerd inzake ‘De positie van het minderjarige slachtoffer in de strafprocedure’.
  • •dank aan de deskundige uitleg van mevr. Ann Coopmans, politie HAZODI. Zij heeft als politieambtenaar de functionele gerechtelijke opleiding in het verhoren van minderjarigen gevolgd en ook zelf gegeven.

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be