2011-04 To be or not to be: het belang van een paspoort

​Patricia is twaalf als ze met een oom meekomt naar België. Eigenlijk heeft hij haar op de luchthaven gepresenteerd als zijn dochter Flora, maar daar is zij niet van op de hoogte. Een jaar later verzuurt de relatie met de oom en loopt Patricia weg. Ze komt terecht in een opvangvoorziening voor niet begeleide minderjarige vreemdelingen.

Elke buitenlandse minderjarige die op het grondgebied wordt aangetroffen en niet vergezeld is door zijn ouders of een wettelijke voogd, heeft recht op bescherming in toepassing van art. 20 van het Kinderrechtenverdrag. In oktober 2005 werd een omzendbrief gepubliceerd die de verblijfsprocedure voor buitenlandse niet begeleide minderjarigen regelt. Daarin wordt een groot belang gehecht aan het beschikken over een paspoort.

Samengevat komt het erop neer dat wanneer de minderjarige zijn identiteit niet kan aantonen door middel van een paspoort of een andere authentieke akte uit het herkomstland, er een bevel tot terugleiding wordt afgeleverd aan zijn of haar voogd of een aankomstverklaring. Enkel de NBMV die zijn identiteit kan aantonen kan na de aankomstverklaring een Bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister (B.I.V.R. tijdelijk verblijf) bekomen. Afwijkingen van deze regel zijn uiterst zeldzaam. Ook in andere verblijfsprocedures, zoals die voor slachtoffers van mensenhandel en medische of humanitaire regularisatie werd dit principe overigens ingevoerd.

Het al dan niet beschikken over een paspoort leidt in de praktijk tot een verschillende rechtspositie, tot een verschillende behandeling en bijgevolg tot verschillende toekomstkansen. Een belangrijk voorbeeld hiervan wordt in de omzendbrief met betrekking tot de verblijfsprocedure al aangehaald. Aan de minderjarige die drie jaar in het land verblijft onder de dekking van een tijdelijke B.I.V.R. kan een machtiging tot verblijf van onbepaalde duur worden afgeleverd (alle anderen vanzelfsprekend niet).

Voor de verlenging van een aankomstverklaring vraagt de Dienst Vreemdelingenzaken een verslag waaruit de integratiebereidheid blijkt (schoolattest, positieve schoolresultaten, ….). In de praktijk bemoeilijkt een precair statuut echter die integratie.

Indien Patricia uit het voorbeeld er niet in slaagt een paspoort te bemachtigen, ziet haar toekomst er somber uit. Ze kan wel opgevangen worden, maar zal veel geluk moeten hebben om uit de eerstelijnsopvang weg te raken. Ze zal school kunnen lopen, maar geen vakantiewerk kunnen doen. Tenzij ze kiest om terug te keren naar haar herkomstland, zal ze kort na haar 18de verjaardag illegaal worden. Indien Patricia niet vrijwillig terugkeert (waarbij ook haar familie een belangrijke rol speelt), riskeert het meisje voor verscheidene jaren in een zeer precaire verblijfsrechterlijke situatie te belanden, Deze onzekerheid zal knagen, en de gevolgen zijn zelfs voelbaar tot in de vrijetijdsbesteding: sportclubs en andere verenigingen weigeren immers minderjarigen die geen inschrijving hebben in het Rijksregister (vanaf B.I.V.R.) vaak in te schrijven.

Als Patricia een paspoort kan bekomen, zijn er meer mogelijkheden op het vlak van hulpverlening (bvb. O.C.M.W.-steun en AWW), kan ze haar minimuminkomen aanvullen met studentenarbeid en heeft ze meer reële kansen op een regularisatie van haar verblijf.

Op zich is er geen bezwaar tegen dat iemand die over een B.I.V.R. beschikt een aantal voordelen krijgt. Maar dat de verbetering van de rechtspositie afhankelijk wordt gesteld van het voorleggen van een paspoort of een ander authentiek document dat de identiteit van de minderjarige bevestigt, roept wel bedenkingen op.

Hieronder halen we een aantal voorbeelden aan van hindernissen die voogden of minderjarigen ondervinden, wanneer ze een paspoort aanvragen bij de ambassade van hun herkomstland.

  • Een aantal ambassades vraagt een akte van verlies … » Heel wat minderjarigen komen in België toe zonder paspoort of met het document van een neefje of nichtje: een verklaring van verlies zou dus leugenachtig zijn, de waarheid vertellen daarentegen kan de familie hier of in het herkomstland in een lastig parket brengen.

  • … of bewijs dat er een paspoort geweest is. (bvb. het identificatienummer van het vroegere paspoort) » dezelfde opmerkingen als bij voorgaande, bovendien kan men niet van een minderjarige verwachten dat hij dergelijke gegevens kent.

  • Ambassades vragen soms identiteitsbewijzen uit het herkomstland » niet alle landen beschikken over een (betrouwbaar) bevolkingsregister. De waarde van documenten die uit het herkomstland worden opgestuurd is soms twijfelachtig.

  • » bovendien vinden minderjarigen niet altijd iemand (die gemachtigd is) om documenten voor hen aan te vragen, zeker in regio's waar het onrustig is, of waar een deel van de bevolking uitgeweken is voor droogte of een andere natuurramp.

  • Andere ambassades zijn dan weer opvallend vlot met het verstrekken van paspoorten.» de vraag is of ambassades zelf voldoende (logistieke) middelen hebben om te beantwoorden aan de verwachtingen die ten aanzien van hen worden gesteld. Het afleveren van identiteitsbewijzen tegen vergoeding is een lucratieve handel.

  • De prijzen van paspoorten kan oplopen tot 600 Euro. Soms wordt er bijkomend een beëdigde vertaling gevraagd van allerlei documenten (bvb. bewijs van aanstelling als voogd) » wie moet dergelijke kosten betalen? De voogd? De jaarlijkse vergoeding per voogdij bedraagt 500 Euro. De minderjarige? Niet-begeleide minderjarigen in de jeugdzorg moeten al gauw jaren hun zakgeld opsparen om deze bedragen neer te tellen. De minderjarigen die bij Fedasil worden opgevangen nog veel langer.

  • Enkele ambassades leveren maar paspoorten af vanaf een bepaalde minimumleeftijd (bvb. 16 jaar). Deze NBM hebben dus pech en moeten het tot hun 16de verjaardag met een verlengde aankomstverklaring stellen. Aangezien de omzendbrief stelt dat een minderjarige pas in aanmerking komt voor regularisatie na drie jaar dekking van het verblijf door een B.I.V.R., zijn deze minderjarigen ook automatisch uitgesloten van regularisatie.

  • Tenslotte zijn er ook Ambassades die nooit een paspoort afleveren.

Op 13 februari 2006 heeft de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken, Dewael de omzendbrief van 7 oktober 2005 toegelicht en verdedigd in de Kamer. In zijn antwoord stelde de Minister dat de voorwaarde met betrekking tot voorlegging van een paspoort niet strijdig is met het hoger belang van de minderjarige.

Een identiteitsdocument wordt gevraagd om:

  • de identiteit van de NBMV te behouden of te herstellen, overeenkomstig art. 8 Kinderrechtenverdrag;

  • de identiteit op een betrouwbare manier vast te leggen, hetgeen van wezenlijk belang is wanneer eventueel later akten van de burgerlijke stand (huwelijk, geboorte, enzovoort) moeten worden bekomen;

  • te strijden tegen de kindersmokkel en de mensenhandel;

  • de leeftijd op een betrouwbare manier vast te stellen, zodat men erop kan toezien dat de opvang en het onderwijs van het kind aangepast zijn aan de behoeften van zijn leeftijd.

  • Zo nodig, de NBMV in staat te stellen om zich te verplaatsen binnen de Schengen-ruimte en eventueel naar het buitenland te reizen, indien hij naast het paspoort, een geldige verblijfskaart (B.I.V.R.) heeft bekomen.

In het licht van het voorgaande blijkt dat de voorwaarde met betrekking tot het paspoort eerder een element van willekeur introduceert in de bescherming van de NBMV.

Het is wat kort door de bocht om te stellen dat een paspoort een betrouwbaar bewijs van de identiteit van de minderjarige is.

  • De sanctie die wordt gekoppeld aan het niet voorleggen van een paspoort is disproportioneel

  • in de mate dat minderjarigen vaak de gevolgen moeten ondergaan van wat anderen voor hen hebben beslist.
  • De gedane inspanningen worden niet gehonoreerd. Er wordt ook niet nagegaan waarom er geen resultaat is behaald. Soms zijn het financiële redenen of een gebrek aan begeleiding waardoor de minderjarige geen paspoort bekomt.
  • Waarde van de maatregel in de strijd tegen kindersmokkel en mensenhandel?

  • Nogal wat voogden en minderjarigen die zich inspannen om de nodige documenten te bekomen, komen thuis van een kale reis. Dat verhoogt de druk om beroep te doen op al dan niet bonafide tussenpersonen. Door het verloop van de verblijfsprocedure te koppelen aan de voorwaarde om de identiteit te bewijzen stimuleert de overheid de handel in documenten dan dit tegen te gaan.
  • In dit verband willen we ook opmerken dat de controle op de authenticiteit van documenten bij minderjarigen minder streng is dan de controle aan de grens.
  • Het afnemen van een paspoort is in smokkel- en mensenhandelkringen een gangbaar middel om macht en controle te verwerven. Door de minderjarigen die aan dit milieu kunnen ontkomen – en dus niet meer over die documenten beschikken - in een kwetsbare positie te brengen, treft de Minister niet de mensenhandel of de daders, maar de minderjarige.

De voorwaarde om een paspoort voor te leggen om een betere rechtspositie te bekomen heeft geen effect, noch op de instroom van NBMV, noch op de hereniging met de ouders. Het leidt het enkel tot een uitholling van het beschermingsregime voor de NBMV.

Auteur: Johan Vangenechten, Minor Ndako

Bronnen:

  • Omzendbrief van 15 september 2005 betreffende het verblijf van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, B.S. 07.oktober 2005

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be