2005-12 De vertegenwoordiging van een minderjarige: ouders en voogd(en)

​​De meeste rechtstelsels kennen aan kinderen en jongeren niet dezelfde mogelijkheden en bevoegdheden toe als aan volwassenen, en bevatten een speciale categorie van personen, benoemd als “minderjarigen”.
Een minderjarige is naar Belgisch recht de persoon van het mannelijk of vrouwelijk geslacht die de volle leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft.
Ook het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind gaat uit van een leeftijd van 18 jaar als scharniermoment.

Voor jongeren van een andere nationaliteit moet gekeken worden naar het eigen nationale recht van die persoon om zijn bekwaamheden te kennen. Als de jongere hier verblijft, is de wijze waarop het ouderlijk gezag en de voogdij worden uitgeoefend dan weer onderworpen aan het Belgische recht.
In wat volgt, kijken we naar het Belgisch recht en zetten we de mogelijkheden van de wettelijke vertegenwoordiging van een minderjarige op een rijtje.

Rechtsbekwaamheid versus handelingsbekwaamheid

Minderjarigen zijn in principe wel rechtsbekwaam (bvb. een baby kan wel gerechtigd zijn op een erfenis), maar niet steeds handelingsbekwaam.

Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen rechtshandelingen, bvb. het ondertekenen van een​ contract​, en feitelijke handelingen, bvb. met een bal spelen.

Beide soorten handelingen kunnen rechtsgevolgen in het leven roepen (bvb. de bal vliegt door het raam van de buren). Een minderjarige stelt uit zichzelf feitelijke handelingen, gekoppeld aan zijn ontwikkeling (wenen, lopen, fietsen, ...)

Er zijn ook een aantal rechtshandelingen die een minderjarige zelf kan doen, zoals het aantekenen van hoger beroep tegen een beslissing van de Jeugdrechter, het aanvragen van bijstand van het O.C.M.W., ... Soms gelden hiervoor leeftijdsgrenzen.
Voor het merendeel van de rechtshandelingen moeten minderjarigen vertegenwoordigd worden.

Het ouderlijk gezag en de verschillende vormen van voogdij

Minderjarigen worden in rechte vertegenwoordigd door hun wettelijke ouders (afstamming wettelijk vastgesteld door geboorte, erkenning of adoptie) of door een voogd.
Er bestaan diverse vormen van voogdij: provoogdij, pleegvoogdij, “gewone” voogdij, O.C.M.W.-voogdij, voogdij over niet begeleide minderjarige vreemdelingen en voogdij ad hoc.

De inhoud van het ouderlijke gezag omvat het recht op wederzijds respect, recht op persoonlijk contact, gezag over de persoon, inbegrepen het recht van bewaring en beslissing over fundamentele opties, recht van toezicht op de opvoeding, beheer over de goederen en vruchtgenot, en tenslotte de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Voor een aantal handelingen in naam van de minderjarige kinderen, moeten ouders machtiging vragen aan de Vrederechter, bvb. voor het aanvaarden van een nalatenschap. Ouders zijn onderhoudsplichtig ten opzichte van hun kinderen. Ouders zijn ook burgerlijk aansprakelijk voor de schade die door hun minderjarige kinderen wordt veroorzaakt.
In principe wordt het ouderlijk gezag door beide ouders samen uitgeoefend. Hierbij geldt het vermoeden dat wat de ene ouder doet door de andere wordt goedgekeurd.
Als het kind slechts één ouder heeft (éénouderadoptie, na overlijden, ongehuwde moeder...), oefent deze het ouderlijk gezag alleen uit.
Als de minderjarige geen ouders (meer) heeft, valt hij onder het stelsel van voogdij.

Bij “gewone” v​oo​​gdij​ worden de voogd en toeziende voogd benoemd door de Vrederechter van de verblijfplaats van de minderjarige. De voogd is verantwoordelijk voor de zorg voor de persoon en de opvoeding, evenals de goederen van de minderjarige en heeft beslissingsrecht net zoals de ouders. Hij moet nochtans de minderjarige niet onderhouden en is ook niet burgerlijk aansprakelijk voor schade toegebracht door de minderjarige. De voogd moet jaarlijks verantwoording afleggen aan de Vrederechter, aan de toeziende voogd en aan de minderjarige dan 15 jaar.

De voogd moet de minderjarige ook vertegenwoordigen in rechte.

Wanneer er tegenstrijdige belangen zijn de tussen minderjarige en de voogd, kan de toeziende voogd de minderjarige vertegenwoordigen. Als er ook belangentegenstelling is tussen de minderjarige en de toeziende voogd, kan de Vrederechter op verzoek of ambtshalve een voogd ad hoc en een toeziende voogd ad hoc aanwijzen, die voor de procedure aangaande dat geschilpunt de vertegenwoordigingsbevoegdheid zal uitoefenen.

Ook wanneer er een belangentegenstelling rijst tussen ouders en kinderen, bvb. bij een vordering tot betaling van onderhoudsgeld of een procedure om toelating tot bepaalde medische behandelingen te bekomen, kan op verzoek van de Procureur des Konings of ambtshalve door de rechter een vertegenwoordiger ad hoc voor de minderjarige worden aangesteld.

Wanneer er niemand is die het ouderlijk gezag of de voogdij over de minderjarige kan uitoefenen of wanneer de minderjarige door de Jeugdrechtbank of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg aan het O.C.M.W. wordt toevertrouwd, kan de “O.C.M.W. voogdij” worden ingericht. De Raad van het O.C.M.W. duidt dan iemand van zijn leden aan die de taak van voogd opneemt en iemand die de taak van toeziende voogd vervult. De materiële opvang gebeurt dan door andere professionelen, meestal binnen de Bijzondere Jeugdzorg.

Wanneer het gaat over niet begeleide minderjarige vreemdelingen uit een niet-Europees land wordt op basis van de wet van 24 decem​ber 2002 door de Dienst Voogdij van de FOD Justitie een voogd aangesteld. (Lees hierover 2014-07 Voogdij voor Europese niet-begeleide minderjarigen​ en 2005-06 De voogdij over niet begeleide minderjarige vreemdelingen).

​​​Het Burgerlijk Wetboek regelt in de artikelen 475bis tot 475septies de pleegvoogdij. De Pleegvoogdij is een gezagsinstelling over een minderjarige waarbij een persoon of een echtpaar vrijwillig de belangrijkste ouderlijke verplichtingen overneemt. De pleegvoogd(en) moet(en) het minderjarig kind onderhouden, het opvoeden en het de mogelijkheid geven zelf in zijn onderhoud te voorzien.
Pleegvoogdij lijkt als woord sterk op “pleegzorg”, maar juridisch gezien staan beide volledig los van elkaar.
Pleegvoogdij is géén speciale vorm van gewone voogdij. Het ouderlijk gezag blijft bij de ouders, terwijl de pleegvoogd een aantal aspecten ervan op zich neemt. Zo heeft een pleegvoogd wel een bewaringsrecht en het recht van dagelijkse zorg als het kind bij hem verblijft. Een pleegvoogd beheert het vermogen van het kind en vertegenwoordigt het in alle burgerlijke handelingen. De pleegvoogd neemt ook de onderhoudsverplichting van de ouders over, maar niet de burgerlijke aansprakelijkheid.

Pleegvoogdij komt tot stand door een overeenkomst tussen een kandidaat-pleegvoogd en de minderjarige zelf van 15 jaar of ouder. De minderjarige jonger dan 15 wordt door de ouders vertegenwoordigd. Beide ouders, of de enige ouder, moeten met de pleegvoogdij instemmen. De authentieke akte wordt opgesteld voor de Vrederechter of de notaris. Daarna moet de Jeugdrechtbank de overeenkomst nog bekrachtigen.

Provoogdij wordt ingericht als een ouder door de Jeugdrechtbank uit het ouderlijk gezag werd ontzet, op basis van art. 34 van de wet op de jeugdbescherming. Als slechts één van de twee ouders wordt ontzet, wijst de Jeugdrechtbank de andere ouder aan als provoogd.
De provoogd oefent die bevoegdheden uit, waaruit de ouder is ontzet. Hij is niet onderhoudsplichtig en ook niet aansprakelijk voor schade die door de minderjarige wordt veroorzaakt. Voor het beheer van de goederen, legt de provoogd verantwoording af aan de Jeugdrechtbank.

Door een ontvoogding kan de minderjarige volledig vrij beslissingen nemen ten aanzien van zijn persoon (bvb. schoolkeuze, beroepskeuze). Ten aanzien van zijn goederen is de ontvoogde minderjarige slechts gedeeltelijk handelingsbekwaam. In het vonnis dat de Jeugdrechter uitspreekt, wordt een curator aangeduid. Voor bepaalde handelingen heeft de ontvoogde minderjarige bijstand van deze curator nodig. De ontvoogde minderjarige is dus niet volledig handelingsbekwaam. De bijstand van de curator betekent niet dat hij de minderjarige vertegenwoordigt. Het is de ontvoogde minderjarige die het initiatief tot de handelingen neemt en de handelingen stelt. Wel is bij een aantal handelingen de bijkomende handtekening van de curator nodig.​

Auteur: Min Berghmans, Juriste Steunpunt Jeugdhulp

ps: sinds september 2017 kunnen delen van het ouderlijk gezag aan perspectief pleegouders worden gedelegeerd. Lees daarover 2019-01 Statuut pleegzorger.

Bronnen:

  • Kinderrechtswinkels (red), “De juridische positie van de minderjarige in de praktijk”, 2002, Kortijk, UGA, 2002, 370 p.
  • 2002-03/04 Ouders onbeschikbaar: voogdij?
  • 2005-01/02 Ontvoogding van een minderjarige en 2005-05/06 De voogdij over niet begeleide minderjarige vreemdelingen
  • Wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek Internationaal Privaatrecht (B.S. 27 juli 2004)

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be