2003-06 Geld van een minderjarig kind

Heel wat minderjarige kinderen en jongeren hebben zelf een som geld. Het begint met een spaarpotje, later komt het geld vaak op een zicht- of een spaarrekening terecht. Dat geld hebben kinderen soms zelf verdiend, soms is het spaargeld of zakgeld afkomstig van de ouder(s) of familie. In de praktijk duiken er geregeld vragen op over de centen van minderjarigen. Welke rechten hebben ouders? Mogen ouders bijvoorbeeld het geld van hun kind afhalen als ze dat nodig vinden?

Pedagogisch worden kinderen en jongeren gestimuleerd om autonoom met hun geld te leren omgaan. Maar als er rond die autonomie conflicten rijzen, duiken vaak juridisch vragen op. Het gebeurt dat ouders het niet eens zijn met de geldbesteding van hun kind. Het conflict escaleert en ouders halen gewoon de rekening van het kind leeg. Of het gebeurt dat ouders zelf in financiële nood komen en voor zichzelf geld van de rekening van het kind halen.

In dit stukje lees je een korte toelichting over het beheersrecht van de ouders over het geld van het kind. Het is een ingewikkeld verhaal. Er zijn wel juridische regels, maar die bieden weinig houvast als je een antwoord op concrete vragen uit de praktijk zoekt. Juristen zijn het niet eens, er is weinig rechtspraak. Ook die schaarse rechterlijke uitspraken zaaien verwarring.


Sinds de nieuwe voogdijwet hebben ouders voor heel wat handelingen in verband met het beheer van de goederen van hun kinderen vooraf een machtiging van de rechter nodig. Is dat ook zo als het om geldbeheer van het kind gaat?

Geld is een ‘roerend goed’. Daar zijn juristen het over eens. Tijdens de minderjarigheid beheren ouders de goederen van hun kind. Ouders hebben dus ook het beheer over het geld van hun kind. Dat betekent niet dat ouders zomaar ‘carte blanche’ hebben. Het beheer van de ouders moet in het belang van het kind gebeuren. Het moet het vermogen van het kind ten goede komen. De wet stelt ouders aansprakelijk voor hun beheer. Ouders zijn wel degelijk rekening en verantwoording verschuldigd. Die verantwoordingsplicht rust echter pas op de ouders als hun beheerstaak volbracht is. Pas als het kind meerderjarig wordt, kan het de ouders om verantwoording vragen.

Als ouders zelf geld storten op naam van hun kind, blijft het geld eigendom van de ouders zolang het kind minderjarig is. Zoals je eerder in Nieuwsbrief Jeugdrecht, nr.6, december 2000, p 4-5 kon lezen, is dit de visie van het Antwerpse Hof van Beroep. Pas als het kind meerderjarig wordt, gaat het geld juridisch van de ouders naar het kind. Tot aan de meerderjarigheid blijft dat geld eigendom van de ouders. Een minderjarige is immers niet bekwaam om de schenking van de ouders te aanvaarden.


Maar zoals gezegd, kinderen en jongeren ontvangen ook geld van anderen of verdienen vaak zelf een aardige duit.

Ouders hebben voortaan, zoals een voogd, een machtiging van de vrederechter nodig als zij de goederen van hun kind willen ‘vervreemden’. De term ‘vervreemden’ is ruim. Volgens het woordenboek betekent het ‘in andere handen brengen’. Juridisch bekeken gaat het dan bijvoorbeeld over een verkoop, een eigendomsoverdracht, een ruil…

Hoe zit het met de toegang voor ouders tot de zicht- of spaarrekening van hun kind? Mogen zij geld afhalen? Hebben zijn hiervoor een machtiging nodig? Is het afhalen van het geld van een zicht- of spaarrekening juridisch een ‘vervreemding’? Daar zijn juristen het niet over eens. Sommige menen van wel, anderen niet. Een vrederechter in Charleroi deed hierover een uitspraak en stelt dat het geld op de spaarrekening wel degelijk aan het kind zelf behoort. Volgens deze vrederechter hebben de ouders vooraf een machtiging van de vrederechter nodig als ze geld van de rekening van hun kind willen afhalen. Dit is één rechterlijke uitspraak, ze heeft géén algemene gelding. Een andere vrederechter zou dit best anders kunnen bekijken.

Het voordeel van zo’n voorafgaande machtiging tijdens het beheer is dat de verantwoordingsplicht van de ouders niet tot aan de meerderjarigheid uitgesteld wordt, maar gekoppeld wordt aan de uitoefening van het beheer zelf.


De bijzondere wettelijke regelingen voor geld verdiend als jobstudent en voor geld betaald voor een activiteit die als ‘kinderarbeid’ beschermd wordt, maken het hele verhaal nog ingewikkelder.

Hoe zit het met het geld verdiend als jobstudent? Is er geen verzet van de ouders dan kan de werkgever het loon aan de minderjarige zelf betalen. Verzetten de ouders zich wel dan voorziet de arbeidsovereenkomstenwet een tussenkomst van de jeugdrechter. De jeugdrechter kan toestaan dat de minderjarige toch zelf het loon ontvangt en dat de minderjarige ook zelf kan beslissen wat er met dat geld gebeurt.

Kinderen jonger dan 15 jaar mogen in principe niet werken, tenzij er een individuele afwijking wordt toegestaan. Voor het loon dat voor ‘toegelaten’ kinderarbeid betaald wordt, geldt een speciale beschermingsregel. Het moet op een geïndividualiseerde spaarrekening (een geblokkeerde rekening) op naam van het kind gestort worden. Als het kind meerderjarig wordt, komt dit geld hem zelf toe.

Bronnen:
  • Vred. 4e kanton Charleroi 29 mei 2002, T.Vred., 2002, 426
  • SWENNEN, F., “Het ouderlijk gezag en de voogdij. Recente en komende wetgeving” in Centrum voor beroepsvervolmaking in de rechten, Jongeren en recht, Antwerpen, Intersentia, 2003, p.3-65
  • ‘Jongeren en Recht’ is het verslagboek van de postacademische opleiding Jeugdrecht die in het najaar 2002 aan de UIA werd georganiseerd. Niet alleen de klassieke thema’s zoals het ouderlijk gezag en de voogdij, de aansprakelijkheid van de ouders en andere toezichthouders (evenals de verzekering daarvan), de procedures voor de jeugdrechtbank, de alternatieve maatregelen en herstelbemiddeling en de jeugdbescherming komen hierbij uitgebreid aan bod, maar ook de minderjarigen in de sociale zekerheid (kinderbijslag, OCMW, gevolgen van de ontzetting uit het ouderlijk gezag), de directe werking van het Kinderrechtenverdrag, de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en de aspecten van internationaal privaatrecht. Het boek bevat bijdragen van E. Berghmans, G. Decock, C. Eliaerts, K. Jansegers, L. Schuermans, D. Simoens, F. Swennen, A. Vandaele, J. Verhellen, M. Verrycken en B. Weyts. CENTRUM VOOR BEROEPSVERVOLMAKING IN DE RECHTEN, Jongeren en Recht, Antwerpen, Intersentia, 2003, 413 p. Kostprijs 96,50 euro. Info www.intersentia.be

Over Jeugdrecht.be

Jeugdrecht.be is een initiatief van SAM, steunpunt Mens en Samenleving

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid

Contactgegevens:

jeugdrecht@samvzw.be

Copyright Jeugdrecht.be