Drugs op straat
Middelengebruik bij personen met een beperking
Mensen met een (eerder onzichtbare) handicap (verstandelijke beperking, autisme, niet-aangeboren hersenletsel of NAH, ...) wonen meer en meer zelfstandig en vinden sneller toegang tot verslavende middelen.
Facebook Twitter GooglePlus LinkedIn
Verstandelijke beperking; Autisme; Jongvolwassenen in de hulp
verwijder uit Mijn kennisplein
Voeg toe aan Mijn kennisplein

Meer en meer mensen met een handicap leven veel minder dan enkele decennia geleden in een beschermde of zelfs afgeschermde omgeving. Deze medaille heeft ook een keerzijde. Mensen met een handicap komen steeds vroeger én vaker in contact met alcohol en andere drugs. ​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​

Risicofactoren en gevolgen

Tal van factoren zorgen ervoor dat mensen met een handicap extra kwetsbaar zijn voor de gevolgen van misbruik. Deze doelgroep wordt vaak blootgesteld aan stress, wat het gebruik van alcohol en drugs in de hand werkt. Gebrekkige zelfwaardering en beperkte sociale en/of communicatieve vaardigheden kunnen hen minder weerbaar maken. Gebruik van alcohol en/of andere drugs vergemakkelijkt het sociaal aanvaard worden en opbouwen van vriendschappen.

Andere factoren die kunnen meespelen zijn de beperkte kennis van produkten en de negatieve effecten daarvan in het bijzonder. Bij mensen met een verstandelijke beperking kunnen de beperkte cognitieve vaardigheden hen beletten om de risico's van het gebruik in te schatten en kan het moeilijker zijn om te werken aan inzicht en gedragsverandering.

Bijgevolg zien we dat mensen met een handicap die middelen gebruiken vaker agressief of depressief worden, in vergelijking met mensen zonder handicap die middelen gebruiken. De doelgroep vertoont meer problemen met werk, dagbesteding en relaties. Ook blijken zij meer beïnvloedbaar en daardoor vaker het slachtoffer of dader van seksuele, fysieke, psychologische en/of financiële uitbuiting.

Aangepaste aanpak?

Vroeginterventie en preventie is sterk aangewezen. Daarom is het zorgwekkend dat reguliere interventies van de verslavingszorg zoals psycho-educatie, vroeginterventie bij probleemgebruik en verslavingsbehandeling deze groep mensen nauwelijks bereikt. 

Mensen met een (eerder onzichtbare) handicap én een problematiek van middelengebruik, is een thema waar hulpverleners of begeleiders uit de verschillende sectoren (gehandicaptenzorg, verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, bijzonder onderwijs, CLB, gespecialiseerde tewerkstelling, eerstelijnsdiensten,…) niet altijd goed weg mee weten. De eigen kennis en expertise is vaak nog ontoereikend waardoor ze zich onvoldoende onderlegd voelen om dergelijke complexe problemen aan te pakken.

Diensten en voorzieningen uit verschillende sectoren proberen hun aanbod beter af te stemmen op de noden van deze doelgroep, maar merken dat dit niet eenvoudig is.

In VAPH-voorzieningen blijkt vaak een tekort aan kennis en soms een handelingsverlegenheid rond aanpak van het middelenmisbruik. Begeleiders vragen zich af wanneer en hoe ze het verslavingsprobleem bespreekbaar kunnen maken zonder het vertrouwelijk​ contact met hun cliënt te verliezen. 

Maar ook voor hulpverleners in de verslavingszorg is het adequaat omgaan met mensen met een (vaak onzichtbare) handicap niet bekend. Naast het niet (tijdig) (h)erkennen van deze doelgroep zijn bestaande methodieken vooral verbaal en cognitief georiënteerd en dus onvoldoende op maat van iemand met een handicap. De aanpak die hulpverleners vertrouwd is, lijkt niet te werken.

Het stimuleren van samenwerking en expertisedeling tussen de betrokken sectoren is noodzakelijk om te komen tot een geïntegreerde zorg en om een gepast antwoord te bieden op de complexe hulpvragen van deze doelgroep.

Annelies Ven
Annelies Ven
SAM, steunpunt Mens en Samenleving
Logo SAM vzw

Gerelateerde activiteiten

Gerelateerd nieuws

Thema's

Alle thema's