Algemene informatie over NAH
​​​​Onder de noemer 'niet-aangeboren hersenletsel' (NAH) valt een brede waaier aan beperkingen. De oorzaken van een NAH zijn even divers. ​
Facebook Twitter GooglePlus LinkedIn
Niet-aangeboren Hersenletsel
verwijder uit Mijn kennisplein
Voeg toe aan Mijn kennisplein
 

Breuk in levenslijn

Wat alle mensen met een NAH met elkaar gemeen hebben, is dat er een breuk in hun levenslijn heeft plaatsgevonden. Er is een leven vóór en een leven na het letsel. En de twee kunnen behoorlijk van elkaar verschillen.

Samenvattend kun je zeggen dat mensen met een NAH geconfronteerd worden met:

  • een plotse of geleidelijke en niet-omkeerbare breuk in hun levenslijn die zowel voor hen zelf als voor hun omgeving gepaard gaat met een verlieservaring en een daaruit voortvloeiende verwerkings-problematiek.

  • geïsoleerde of gecombineerde stoornissen die leiden tot beperkingen op diverse gebieden van functioneren.

  • beperkingen die het in stand houden van een voldoende groot netwerk van sociale interacties en participatie ernstig bemoeilijken.

  • beperkingen die leiden tot een langdurige en complexe ondersteuningsvraag.

Traumatisch hersenletsel

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie groepen van NAH. Dat onderscheid is gebaseerd op de oorzaak en de gevolgen van het hersenletsel.

De eerste is traumatisch hersenletsel. “Hersenletsel, niet van een degeneratieve of congenitale aard, veroorzaakt door een externe fysieke kracht, dat kan leiden tot een verminderde of veranderde bewustzijnstoestand, dat kan resulteren en de oorzaak kan zijn van zowel beperkingen, stoornissen op het gebied van cognitieve mogelijkheden, gedrag en emoties, alsook fysieke beperkingen" (Brain Injury Association of America).

Verworven of niet-traumatische hersenletsels

De tweede vorm is, in tegenstelling tot de eerste, het gevolg van een aandoening (bijvoorbeeld hersentumoren, een infectie), een cerebrovasculair accident (CVA, ook wel hersenbloeding genoemd) of (tijdelijke) blootstelling aan omstandigheden en stoffen die een negatieve impact hebben op de hersenen (bijvoorbeeld zuurstoftekort, giftige stoffen inademen, drugs- en alcoholgebruik).

Dergelijke incidenten verstoren de normale werking van de hersenen. "Ze resulteren meestal in een verandering van de neuronale activiteit, wat een invloed heeft op de fysische integriteit, metabolische activiteit of de functionele mogelijkheden van de zenuwcel. [...] Een verworven hersenletsel is niet degeneratief of congenitaal" (Brain Injury Association of America).

Neurologische aandoeningen met een degeneratief of progressief evoluerend beeld

De derde vorm valt samen met aandoeningen die negatief evolueren en gaandeweg de hersenen aantasten. Voorbeelden zijn: multiple sclerose, ziekte van Parkinson, vroegtijdige dementie, ziekte van Creutzfeldt-Jakob, chorea van Huntington,…

Deze aandoeningen kennen meestal een specifieke ziekteverloop. Ze hebben gemeen met de bovenvermelde groepen dat ze een normale ontwikkeling hebben gekend, maar dat er een onomkeerbare breuk komt in het leven door de hersenbeschadiging. De meeste neurologische aandoeningen komen maar tot uiting op volwassen leeftijd.

Let op: neuromusculaire aandoeningen (bijvoorbeeld ALS) behoren niet tot deze groep!

Criterium van leeftijd

Er wordt gesproken van een NAH wanneer de hersenbeschadiging ontstaan is na de leeftijd van 3 jaar. Op deze wijze wordt er een onderscheid gemaakt met cerebral palsy waarbij het hersenletsel is opgetreden op het einde van zwangerschap, bij de geboorte of kort erna.

Wanneer we spreken over de doelgroep personen met een niet-aangeboren hersenletsel, dan spreken we over die personen waarvan het hersenletsel ontstaan is na de leeftijd van 3 jaar en voor de leeftijd van 65 jaar. Toch moeten we toegeven dat het trekken van een leeftijdsgrens enigszins een arbitrair karakter heeft. Centraal is wel de ervaring van een breuk in de levenslijn.

Gevolgen

De gevolgen van een hersenletsel kunnen zeer verschillend zijn. Afhankelijk van de aard, lokatie en omvang van het letsel kan zich een ander patroon van functionele stoornissen aftekenen. Deze kunnen zich situeren op diverse functiedomeinen zoals:

  • waarneming en perceptie

  • aandacht en concentratie

  • geheugen en leren/leerbaarheid

  • sociaal en emotioneel functioneren

  • spatieel gedrag (lichaamsbesef, visuo-spatiële en visuo-constructieve vaardigheden)

  • spraak en taalmotoriek, bewegingscontrole, praxie

  • executieve functies

Afhankelijk van de ernst van deze functiestoornissen kan dit een negatieve invloed hebben op de re-integratie van de persoon met NAH in het maatschappelijk leven, zoals het functioneren in een gezin, het zelfstandig wonen, het gaan werken, het opnemen van vroegere relaties…

Hierdoor kan er een blijvende afhankelijkheid bestaan en een langdurige nood aan ondersteuning op diverse levensdomeinen.

Foto van Ali Kazem Zadeh

Ali Kazem Zadeh

ali@senvzw.be